Rechterlijk tekort

Nog dit jaar zullen bij de nieuwe “toegangscommissie' tien tot twaalf dubieuze strafzaken worden aangemeld waarvan vermoed wordt dat er door justitie ernstige fouten zijn gemaakt. Althans, dat verwacht het openbaar ministerie zelf. Het kunnen er natuurlijk ook vijf zijn. Of vijftig. Het instellen van deze nieuwe commissie, onder leiding van de Nijmeegse hoogleraar Y. Buruma, is hoe dan ook een bewijs van armoede. Justitie heeft een probleem en de samenleving dus ook. Het bestaan van deze nieuwe instantie stelt de rechterlijke macht in gebreke - kennelijk is er een kwaliteitsprobleem. Dus staan gezag en geloofwaardigheid van de rechter ter discussie. Er zijn spectaculaire fouten in geruchtmakende strafzaken gemaakt, die pas na grote commotie zijn hersteld. Er hebben onschuldigen vastgezeten, soms jarenlang. De manier waarop rechters daarover verantwoording aflegden, was niet indrukwekkend.

Nu zijn rechters opgevoed met de gedachte dat hun woord per definitie recht is en niet krom. Hun “product' is dus gezag en daarmee ook waarheid. De vrijheid van de rechter werd nog wel eens begrepen als onaantastbaarheid; de benoeming voor het leven als een vrijbrief voor afzijdigheid. Maar ook de rechter maakt fouten, soms tot in hoogste instantie. Er is dus een kwalitatief tekort.

Volgens de Raad voor de Rechtspraak wordt de kwaliteit van de rechtspraak gevormd door onpartijdigheid, integriteit, tijdigheid, rechtseenheid, bejegening, toegankelijkheid, effectiviteit en doelmatigheid, zo blijkt uit het meest recente jaarverslag. Op al deze terreinen is de laatste jaren voortgang geboekt. De rechter is met zachte hand uit zijn ivoren toren gemaand om zich, meestal nog op bescheiden schaal, aan collegiale toetsing te onderwerpen. Soms zelfs met videocamera's. Rechtbanken houden “tevredenheidsonderzoeken' onder hun “klanten'. Rechters krijgen cursussen “integriteit'. Nevenfuncties zijn openbaar. Resultaten worden onderling vergeleken. Er zijn afspraken over snelheid en productie. Er wordt meer aandacht aan communicatie besteed, niet alleen met de burger maar ook met elkaar. Het beeld van de autocratische solist die als Onze-Lieve-Heer in toga zijn eigen leven leefde, bepaalt in sommige gerechten nog de sfeer. Maar die praktijk is verleden tijd.

Alle professionalisering ten spijt, komt één element aandacht tekort. In het rijtje kwaliteitsaspecten ontbreekt opvallend genoeg deskundigheid. Vermoedelijk omdat die wordt voorondersteld. Immers, een rechter studeerde rechten. En de rest lijkt een kwestie van organisatie, ambacht, omgangsvormen en discipline. Gebrek aan deskundigheid is het laatste taboe binnen de rechterlijke macht. Toch hebben veel fouten hun oorsprong, zo lijkt het althans, in gebrekkige kennis of inzicht in ándere wetenschappen dan de juridische. Zo goed als het openbaar ministerie specialisten werft bij de advocatuur om hun deskundigheid, bijvoorbeeld in financiële zaken, zou de rechterlijke macht binnen andere wetenschappelijke disciplines deskundigheid moeten aantrekken.

De rechterlijke macht is nu te veel samengesteld uit alleen juridische professionals. Waar zijn de criminologen, natuurkundigen en forensische experts in toga? Is de rechter nog wel partij voor de deskundige buitenstaander, die als expert in de rechtszaal dossiers kan maken en breken. Het antwoord kon wel eens nee luiden. Een deskundige rechter moet meer kunnen dan de wet toepassen en een vonnis schrijven. De rechter moet meer in z'n mars krijgen.