Oppositieleider “te hard gestraft' in Oezbekistan

Het bewind van Oezbekistan staat bekend als hardhandig - maar soms vinden zelfs betrouwbare steunpilaren dat het te bar wordt.

De hardhandigheid mag blijken uit de meedogenloosheid waarmee vorig jaar mei de volksopstand van Andizjon werd neergeslagen - zeker zeshonderd burgers werden doodgeschoten -, de draconische straffen tot twintig jaar en meer voor duizenden jongeren die zijn betrapt op het bezit van pamfletten van een - overigens pacifistische - fundamentalistische organisatie en het routinematig martelen (soms doodmartelen) in gevangenissen in Oezbekistan. Oezbekistan telt naar schatting 6500 politieke gevangenen.

Vorige week werd in een van de vele politieke processen sinds “Andizjon' een leider van de (verboden) Oezbeekse oppositie, Sandzjar Oemarov, tot tien jaar en acht maanden gevangenisstraf veroordeeld wegens “het vormen van een criminele groepering, belastingontduiking en het witwassen van geld“. Oemarov is voorzitter van Zonneschijn Oezbekistan, een oppositiegroep die vooral na het bloedbad van Andizjon met protestacties tegen het regime is gekomen. Een activiste van de groep, Nodira Chidojatova, kreeg onlangs tien jaar celstraf.

Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit: gisteren liet de openbare aanklager van de hoofdstad Tasjkent, Bachriddin Valijev, Oemarovs verdediger weten dat hij de straf van Oemarov “onredelijk hard“ vindt, al twijfelt hij niet aan Oemarovs schuld. Er komt een nieuw proces.

Het is niet waarschijnlijk dat de actie een koerswending van het bewind inluidt. Juist gisteren sloot het regime in Tasjkent het kantoor van Freedom House, de Amerikaanse ngo die zich inzet voor democratisering. Freedom House, zo heette het, is “destructief en provocatief“ en wil alleen maar “de Amerikaanse hegemonie in de wereld versterken“.