Nieuwe vormen van `product` solidariteit

Als een land in verwarring is, heb je grote kans dat twee archetypen opstaan: de sterke man en de stoere prater. Van het eerste type hebben we in Nederland gelukkig (nog) geen last, van het tweede des te meer.

Ook Paul Frissen en Rien Rouw van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling scharen zich met hun aanval op de verzorgingsstaat (NRC Handelsblad, 4 april) in het steeds langer wordende rijtje van publicisten, politici en andere publiekzoekers die met ferme taal het roer willen omgooien.

In hun artikel pakken zij niet de uitwassen van de verzorgingsstaat aan, maar rukken zij liever het hele stelsel met wortel en tak uit. We zijn ”verslaafd aan de verzorgingsstaat”, luidt de kern van hun betoog. Ook sluit de ”verzorgingsstatelijke vormgeving van solidariteit” niet aan bij de huidige netwerk- of kennissamenleving.

Hoe onzorgvuldig Frissen en Rouw te werk gaan, bewijst hun kritiek op de jeugdzorg, in het bijzonder de plannen van staatssecretaris Ross voor een sneller en sterker ingrijpen in gezinnen. Ook hier is ”albedil aan het werk”, is hun conclusie. Met zo`n oneliner praten ze vrolijk over de kinderen heen die nog geen stem en rechten hebben en direct bedreigd worden in hun bestaan.

Dat te laat ingrijpen leidt tot onherstelbare schade in hun ontwikkeling en tot een groeiende (economische) belasting voor de samenleving, daar horen we Frissen en Rouw niet over. En dat het in toenemende mate een beroep doen op jeugdzorg wel eens zou kunnen samenhangen met een gebrek aan opvoedingstalent en verantwoordelijkheidsbesef bij ouders, past natuurlijk helemaal niet in hun straatje.

Als kind in de knel ben je zielsblij dat er een zorgende overheid is en dat je niet afhankelijk bent van een buurman die eerst op z`n horloge of calculator kijkt.

    • Bart Lankester Amsterdam