Morrissey als keurige crooner

Hoe kan iemand zoveel pathos tentoonspreiden en toch te pruimen blijven? Morrissey, de nu 46-jarige zanger die in de jaren tachtig doorbrak als voorman van The Smiths, heeft in Engeland een Bob Dylan-achtige status. Over zijn werk wordt gesproken in superlatieven, teksten worden minutieus geanalyseerd. Soms valt hij in ongenade (begin jaren negentig zwaaide hij te veel met de Union Jack), om dan weer als verloren zoon te worden binnengehaald.

Morrissey zingt over de dood, Jezus en het oude Engeland op een manier die de kitsch voorbij is. Hijziet eruit als een galante gangster of een voormalige boksleraar, met zijn brede torso, parmantige kuif en maatpak. Maar zijn stem fladdert als een vogeltje. Zie daar Morrissey's geheim: dat gebeeldhouwde voorkomen in combinatie met zang waarin alle emoties tegelijk willen doorklinken. De hoge trillers en overslaande uithalen ondermijnen het pathos op doeltreffende manier, zoals gisteravond bleek in Amsterdam.

De zaal was uitverkocht, want ook Nederland heeft een afdeling van de Morrissey-kerk. Morrissey was de beschaafde crooner. Voor hem geen rock 'n' roll-poses; hij zwaaide hoogstens met het microfoonsnoer. Vaak stond hij met zijn rug naar het publiek te kijken naar zijn vijf muzikanten, die de liedjes met veel nuance uitvoerden.

Het begon optimaal, met nummers als First Of The Gang To Die en Still Ill (van The Smiths) afgewisseld met commentaar (“De zaal is vol, het zal wel regenen buiten“) en een enkele uitspatting (overhemd uit en de zaal in gooien). Het midden was mat, door te trage nummers en door Morrisseys starheid, maar het einde maakte veel goed. In Irish Blood, English Heart en de Smiths-klassieker How Soon Is Now klonk hartstocht. Ook passie is Morrissey niet vreemd.

Concert: Morrissey. Gehoord: 10/4 Heineken Music Hall, Amsterdam.

    • Hester Carvalho