Metzmacher laat Strauss broeien in rauwe “Elektra'

Een abattoir - dat is het huis van Elektra. Grijs, bloederig en rauw is het er, in de sobere, sombere en indrukwekkende enscenering van Strauss' opera die regisseur Willy Decker tien jaar geleden maakte voor de De Nederlandse Opera.

Twee eerdere voorstellingsreeksen, uit 1996 en 2000, werden genuanceerd en met veel persoonlijke inzet gedirigeerd door Hartmut Haenchen. Zijn opvolger Ingo Metzmacher begint misschien iets minder compromisloos met het nekhaar alarmerende Agamemnon-akoord. Maar met het ontvouwen van de handeling laat hij het Nederlands Philharmonisch Orkest steeds breder en woester stromen of klammer broeien in de sleutelscènes.

In zijn vlijmscherpe personenregie doet Decker, anders dan Strauss, geen moeite de klassieke familietragedie mooier te maken dan hij is. Koning Agamemnon is vermoord, Elektra eist bloedwraak en duwt broer Orestes onder erotische klankwolken de dolk in handen waarmee hij moeder Klytaemnestra en stiefpapa Aegisth naar de andere wereld helpt. Daarna is er tijd voor een extatische wals en stort Elektra zichzelf in het lemmet. Die slotscène is Deckers vondst, want bij Strauss en zijn librettist Hugo von Hofmansthal danst Elektra zich letterlijk dood.

Zo verwoord klinkt Elektra als een reuzesoap. En door het mausoleumachtige eenheidsdecor en de onverdraaglijk scherpe confrontaties in dialoogvorm líjkt Elektra soms ook een soort soap, ware het niet dat de emotionele diepgang hier niet uitvergroot en platter, maar juist ingezoomd, dieper en kervender is dan in het dagelijks leven. De voorbeelden daarvan zijn talrijk, maar de verstilde, met tederheid dooraderde scène waarin Elektra haar doodgewaande broer Orestes terugziet, is tranentrekkend in de letterlijkste en beste zin des woords.

Vernieuwd ten opzichte van de eerdere reeksen is de cast. Die draait in deze opera om drie grote vrouwenrollen, naast een vriendelijke pionnenrol voor broer Orestes (een goed gecaste Gerd Grochowski). Indrukwekkend is Felicity Palmer als de sleets-ordinaire Klytaemnestra met een passend gruizige kijfklank in de laagte. Naast de lichtvoetige maar soms opeens ontroerend aardse Chrystothemis van Gabriele Fontana is de onvermoeibare Nadine Secunde in de titelrol beklijvender en dramatischer dan zij in september was als Brünnhilde in Wagners Der Ring des Nibelungen. Secunde is een ijzersterke, zowel bitchy als deerniswekkende Elektra - niet helrood als het bloed dat zij vergiet, niet grauw als de muren die haar omsluiten en bedrukken, maar genuanceerd en in alle kleuren daartussen.

Voorstelling: Elektra van R. Strauss door De Nederlandse Opera/Ned. Phil. Orkest o.l.v. Ingo Metzmacher. Regie: Willy Decker. Instudering: Wim Trompert. Decors: Wolfgang Gussmann. Gezien: 10/4 Muziektheater, Amsterdam. Aldaar t/m 30/4. Inl. www.dno.nl

    • Mischa Spel