“Islam kan democratie helpen'

Het Nederlandse klimaat van wantrouwen en confrontatie jegens islamitisch activisme is contraproductief en onterecht, vindt de WRR.

Nederland en de Europese Unie moeten veel meer de gematigde islamitische krachten steunen, zoals de Moslimbroederschap in Egypte en de Hezbollah in Libanon, in plaats van kansloze seculiere bewegingen in moslimlanden. Islamitisch activisme biedt wel degelijk aanknopingspunten voor democratisering en mensenrechten.

Dat zegt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het vandaag verschenen advies aan de regering, Dynamiek in islamitisch activisme, aanknopingspunten voor democratie en mensenrechten. Volgens de WRR is er door een té sterk accent op de terroristische uitwassen van de islam na 11 september 2001 een klimaat van confrontatie en wantrouwen ontstaan tussen moslims en niet-moslims, in de wereld. Dat is de reden, aldus het advies, dat ook in Nederland, de “angst voor moslims heeft postgevat en moslims op hun beurt ervaren dat ze vanwege hun religie onwelkome vreemdelingen zijn“.

De WRR vindt dat die neerwaartse spiraal doorbroken moet worden. “Ongefundeerde oordelen en sjabloondenken brengen ons niet verder.“ De WRR meent dat in Nederland een “cultuuromslag“ nodig is in het denken over het democratische potentieel van islamitisch activisme. “Tot dusver getuigt het politieke en publieke debat in Nederland van onvoldoende kennis van de islam en de vele islamitisch-politieke denkstromingen en bewegingen. Een klimaat van “confrontatie en sjabloondenken“ schept geen goede voorwaarden voor grotere veiligheid en voor democratisering en groter respect voor mensenrechten in de islamitische wereld zelf.

Met dit advies mengt de WRR zich in het debat over islam en democratie dat in Nederland is aangezwengeld door politici en publicisten die benadrukken dat de islam principieel strijdig is met kernwaarden als democratie en mensenrechten. Nog deze week publiceerde de Volkskrant een polemisch stuk tegen de islam die Europa wil overheersen van Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD).

De WRR meent dat het politieke activisme van de islam niet alleen negatief kan worden beoordeeld. Het “biedt wel degelijk aanknopingspunten voor democratisering en mensenrechten“. De raad baseert die conclusie op uitvoerig literatuur-onderzoek naar de geschiedenis, doelen en ambities van islamitisch politiek activisme in het buitenland, met name het Midden-Oosten. De onderzoekers doen dat vanuit het politieke denken, de geschiedenis van dergelijke bewegingen en de visie op de rol van het islamitisch recht (de sharia). Ze concluderen dat de islam in lokale omstandigheden aanknopingspunten biedt voor democratisering en betere naleving van mensenrechten. Ze geven wel toe dat die aanknopingspunten op alledrie de terreinen “fragiel“ zijn.

Volgens de WRR tonen de laatste decennia in moslimlanden een opleving van islamitisch activisme die vooral gericht is tegen lokale repressie. Het gaat niet uitsluitend om extremisme en (transnationaal) geweld, zoals Al-Qaeda. “Onder de paraplu van islamitisch activisme zien we ook stromingen en politieke bewegingen die vooral vreedzaam en vernieuwend zijn.“ De Raad vindt dat het streven naar een (moslimwereldbrede) revolutionaire machtsovername (Iran) gaandeweg plaats maakt voor een meer constructieve opstelling binnen het reguliere staatsbestel.

Over de sharia merken de onderzoekers op dat de interpretaties, maar ook de praktische invulling sterk uiteenlopen. Ook waar de sharia formeel een rol speelt, zoals in Pakistan en Iran, “blijkt deze geleidelijke modernisering van het recht niet uit te sluiten“.

De onderzoekers zeggen dat ze geen antwoord hebben willen geven op de abstracte vraag of islam en democratie als zodanig verenigbaar zijn. Die vraag laat zich in die algemene zin niet beantwoorden, menen zij. Het is vruchtbaarder om te kijken waar en waarom islamitisch activisme democratisering en verbetering van de mensenrechten bevordert of schaadt.

Het rapport gaat verder uitvoerig in op het werk van islamitische denkers als Hasan al-Banna (1906-1948), de oprichter van de Egyptische Moslim Broederschap, de Pakistaan al-Mawdudi (1903-1979) en de Egyptenaar Sayyd Qutb (1906-1966). Zij gelden als belangrijke inspiratiebronnen voor modern islamitisch activisme en radicalisme. Qutb, die meende dat een voorhoede van gelovigen de “farao's' moest onttronen, wordt wel gezien als voorbeeld voor Bin Laden. Aan bod komen ook hedendaagse hervormers als Nasr Aby Zayd en Mohammed Arkoun, die vanuit Europa een liberale islam voorstaan.

De WRR bepleit dat er voor de veiligheid op langere termijn “alles aan gelegen is veelbelovende ontwikkelingen in islamitisch activisme te ondersteunen“. In Nederland zou partijvorming die gedeeltelijk plaatsvindt op basis van de islam zelfs een “constructieve bijdrage“ kunnen leveren. Die kan “een stem geven aan degenen die zich in de vertegenwoordigende organen van moslims niet vertegenwoordigd weten. Ze getuigen van het streven naar participatie aan de bestaande instituties en volgens de geldende democratische spelregels“.

www.wrr.nl: rapport

    • Froukje Santing