Ik was depressief en geel maar Reve vrolijkte me op

Toen ik elf was, las ik Ik Jan Cremer, een vollediger bloemetjes-en-bijtjes-verhaal dan mijn eigen opvoeders me ooit hadden kunnen vertellen.

Zo leerde ik wat je moet doen als je een man bent en met een vriend door de woestijn crosst, en daar twee vrouwen leert kennen, één met een mooie kop en een lelijk lichaam en één met een lelijke kop en een mooi lichaam. Je moet ze samen in een bed leggen, sardiensgewijs, dus de mooie kop bij de voeten van het mooie lichaam.

Dan gooi je een muntje op met je vriend, en dan heeft een van jullie geluk: die krijgt het deel van het bed waar de mooie kop met het mooie lichaam ligt. De ander heeft pech.

Ontzettend leerzaam voor een elfjarige.

Na Ik Jan Cremer was ik even klaar met de Nederlandse klassiekers. Pas toen ik zesentwintig jaar en een maand oud was (straks begrijp je waarom ik dat zo precies weet), begon ik Gerard Reve te lezen. 'Wie leest zijn boeken nog?' vroeg deze kant gisteren onheilspellend. Nou, ik.

Ik was gediagnosticeerd met de ziekte van Pfeiffer, wat betekende dat ik gelig was, opgezwollen en heel moe. Niet de aantrekkelijkste periode van mijn leven. Als ik even wakker was, las ik. In Nader tot u en Op weg naar het einde stonden korte hoofdstukken die tussen twee dutjes door konden.

Ik was niet heel gelukkig in die tijd - ja, erg vreemd, als je geel bent en maandenlang de deur niet uit kunt - maar Reve vrolijkte me op. Ik zal maar niet gaan citeren, want als je de kranten van deze week leest, heb je waarschijnlijk genoeg leuke Reve-citaten voor de rest van je leven binnen.

Zijn brieven uit Greonterp waren vaak depressief, maar toch lachwekkend, net zoals de plaatsnaam Greonterp zelf. Ik besloot mijn eigen situatie ook maar zo te zien.

Geïnspireerd door Reve (van je eigen frutzooi een leuk boek maken) (en daar veel geld mee verdienen) probeerde ik in die tijd een boek te schrijven. Brieven uit een Pfeifferbed, zoiets. Het lukte natuurlijk niet, maar dat is niet erg.

Dat het hem lukte een sprankeltje inspiratie bij mij los te wrikken, in die eenzame slaapmaanden, daar ben ik hem, en de heilige Maria natuurlijk, eeuwig dankbaar voor.

Aaf Brandt Corstius

    • Aaf Brandt Corstius