Ik telefoneer dus ik besta

Twwwrrrrreeeeetttthhh!! Ik schrik wakker en tast met mijn handen wild om mij heen, op zoek naar mijn mobieltje. Ik vind het apparaat naast het bed en kijk versuft naar het lege display. Twwreeeettthhh! Het geluid komt van boven, aan de andere zijde van het rieten dak waar ik onder lig. Het is een vogel! Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en bedenk: ik zit in een strandhutje in Mexico...Ik heb hier helemaal geen bereik. Ik ben hier alleen.

Het is een vreemde sensatie. Hoe vaak gebeurt het eigenlijk nog dat we geheel op onszelf zijn teruggeworpen? Bijna nooit nu de meeste mensen altijd een mobieltje binnen handbereik hebben.

Maar is dat erg? Ja. De filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) hield zich in het telefoonloze tijdperk al bezig met het belang van de eenzaamheid. De pessimist en vrouwenhater schreef in Aphorisme zur Lebensweisheit (1850): “Een mens kan slechts zichzelf zijn als hij alleen is. En als hij niet van eenzaamheid houdt, houdt hij niet van vrijheid, want enkel wanneer hij alleen is, is hij echt vrij.“

Schopenhauer was van mening dat mensen niet zozeer contact met elkaar zoeken, omdat ze graag samenleven. Het is de angst voor de eenzaamheid die mensen tot elkaar drijft. Volgens de filosoof vrezen wij de “monotonie van ons eigen bewustzijn'. Hij vergeleek het geluid van een Russische hoorn (maar één noot) met wat er in het hoofd van de meeste mensen plaatsvindt (maar één gedachte). De meeste mensen, met uitzondering van de intellectueel, zijn vreselijk saai. Daarom zoeken ze elkaar op: de eigen eenzaamheid is namelijk onverdraaglijk.

Schopenhauer acht het dan ook van groot belang dat mensen al op jonge leeftijd leren om niet weg te rennen voor hun eigen gedachten, of deze nu monotoon zijn of niet. “Het zou een hoofdelement van de opvoeding der jeugd moeten zijn haar te leren eenzaamheid te verdragen, daar deze een bron van geluk en gemoedsrust is.“

Dat die gemoedsrust wreed is verstoord met de komst van de mobiele telefoon, is wel duidelijk. Een stil moment in de trein of een goed gesprek met een aantrekkelijke medepassagier kan op ieder moment worden verstoord door een opdringerige ringtoon.

Om over sms-verslaving nog maar te zwijgen. Begin vorig jaar berichtten de Italiaanse media over een Italiaans tienermeisje dat gemiddeld honderd sms'jes per dag verzond en daardoor een ernstige peesontsteking had opgelopen. De krant Corriera della Sera meldde dat uit onderzoek was gebleken dat ongeveer 37 procent van de Italiaanse kinderen “mobieltjesverslaafd' is. Inmiddels heeft The Priority Clinic in Londen (bekend geworden omdat hier beroemdheden als het supermodel Kate Moss zijn behandeld voor drugs- of drankverslaving) al een aantal jaren een afdeling voor sms-verslaafden (van wie de meerderheid onder de 16 jaar).

Een van de verslaafden, een veertienjarige jongen, vertrouwde de journalist toe dat hij zelfs slaapt met zijn telefoon onder zijn kussen. ,,Als ik een boodschap ontvang, moet ik gewoon wakker worden om het bericht te lezen.“

Volgens de Britse psychiater Elizabeth Fenton is het versturen van sms'jes niet eens het schadelijkst. Het continu checken of er al een nieuw bericht binnen is gekomen is een nog veel grotere verslaving.

Dit soort berichten zijn ronduit treurig. Want wie zo hunkert naar de bevestiging van een ander, kan onmogelijk het geluk bij zichzelf vinden. Het is onmogelijk vertrouwen te krijgen in jezelf, als je de dag vult met het luisteren naar de meningen van anderen. Want uiteindelijk moet iedereen de antwoorden op alle vragen die een mens kan stellen, zelf geven. Daarvoor moet je los durven staan van anderen.

Maar wat te doen? De mobiel afschaffen en net als Schopenhauer op een kamertje gaan zitten kniezen? Geen goed idee. Het heeft dan ook weinig zin om te pleiten voor de afschaffing van dit apparaat. Daarbij is het inmiddels zo'n vastgeroest onderdeel van ons dagelijks bestaan, dat een leven zonder nauwelijks nog is voor te stellen. Zonder mobiel zouden we onmiddellijk last krijgen van fantoompijn. En uiteindelijk is het ook de vraag of de praktische voordelen van het hebben van een draagbaar telefoontje wel opwegen tegen het minder aanwijsbare belang van “de zelfstandigheid'.

Want het hebben van een mobiele telefoon heeft ook enorme voordelen: het maken en verzetten van afspraken is flexibeler geworden, mensen in noodsituaties (je ligt onder het puin) kunnen bellen en tijdig worden gered, daarbij is het eenvoudiger geworden om er meerdere liefdesrelaties op na te houden (je stuurt een sms naar je minnares, terwijl je zoent met je vrouw, of andersom). Uit een onderzoek van het Britse Action on Smoking and Health Institute (ASH) is zelfs gebleken dat sms'ende jongeren minder roken.

Moeten we het dan maar opgeven om ooit nog gelukkig te worden? Nee. Het antwoord is simpel: word niet afhankelijk van een apparaatje. Durf een eigen leven te leiden: zet die mobiel gewoon uit. Wie dat niet doet, wordt net zo'n hopeloos geval als ik: iemand die graait naar een telefoon als er ergens een vogel fluit.

Rosan Hollak is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Rosan Hollak