Het kwaad in jezelf

Vragen als: 'Heeft het kwaad een gezicht?' maken exorcist-films nog altijd interessant.

Maar het is met onder meer erwtenpureegroene kots wel vaak even doorgruwelen.

Scène uit ‘Dominion: Prequel to The Exorcist’. Foto Dutch Filmworks PHOTOGRAPHS TO BE USED SOLELY FOR ADVERTISING, PROMOTION, PUBLICITY OR REVIEWS OF THIS SPECIFIC MOTION PICTURE AND TO REMAIN THE PROPERTY OF THE STUDIO. NOT FOR SALE OR REDISTRIBUTION Strizzi, Sergio

Het is met de Exorcist-films zo'n beetje als met de Bijbel zelf: de hele (filmliefhebbende) wereld heeft er wel eens van gehoord, iedereen heeft er een mening over, minder mensen hebben ze gezien, en om de spraakverwarring compleet te maken bestaan er ook nog eens vele versies, interpretaties en commentaren. Tegelijkertijd is de originele The Exorcist uit 1973 zo in het collectieve filmgeheugen gaan zitten dat mensen de film als het ware herkennen zonder hem ooit gezien te hebben: het bezeten meisje met het gekerfde gezicht, de erwtenpureegroene kots die ze als een soort oersoep van het kwaad uitbraakt, en natuurlijk vader Merrin, in de gestalte van de Zweedse acteur Max von Sydow als duiveluitdrijver die aan zijn geloof in God twijfelt.

Die religieuze crisis sprak ook scenarioschrijver/regisseur Paul Schrader aan, vertelt hij op de dvd van Dominion: Prequel to The Exorcist, toen hem werd gevraagd de regie over te nemen van horrorspecialist John Frankenheimer van een moderne proloog van de hele Exorcist-saga. Exorcist-bedenker William Peter Blatty had een nieuw scenario geschreven en natuurlijk stonden in de ogen van alle bij het project betrokken partijen de duivelse dollartekens te glinsteren. Want van het uitmelken van een succesvol filmconcept is nog zelden iemand financieel slechter geworden.

Paul Schrader maakt het hele project weer interessant omdat hij onder meer de scenarioschrijver was van Martin Scorseses Taxi Driver en Raging Bull. En voor de Nederlandse invalshoek is het aardig om te weten dat Dominion de hellepoort naar Hollywood was voor (ex-)soapidool Antonie Kamerling. In Dominion is hij zo'n twintig minuten te zien als SS-officier die de jonge Merrin voor het eerst aan het bestaan van God doet twijfelen. Maar toen Dominion bij de studiobazen niet aansloeg en actiefilmer Renny Harlin werd gevraagd de hele film met wat meer griezel- en gruweleffecten nog eens over te doen, reduceerde hij het aandeel van Kamerling tot zo'n twintig seconden.

Voor de betere film moet je dus bij Schrader zijn. Niet per se de beste horrorfilm, want daarvoor moet je toch gewoon terug naar William Friedkins origineel. Maar Schrader illustreert wel perfect waarom regisseurs zich steeds weer door het exorcisme-thema laten inspireren. Vragen als 'heeft het kwaad een gezicht, een identiteit, of is het iets ongrijpbaars wat in alles mensen zit?' zijn immers nog steeds onbeantwoord en dus van alle tijden. Al zou je je wel kunnen afvragen waarom in alle Exorcist-films het kwaad per se uit Afrika moet komen en het gezicht krijgt van een archaïsche afgod?

Moderne exorcist-films worden er opeens ook weer gemaakt, al gaan die in de voetsporen van John Boorman, die de tweede Exorcist-film regisseerde, vooral over de strijd tussen religie en psychologie. In The Exorcism of Emily Rose (op een waargebeurde Duitse zaak uit de jaren zeventig gebaseerd) gaat het om de vraag of de priester in kwestie niet beter een ambulance had kunnen bellen. Op het afgelopen Filmfestival Berlijn was het op hetzelfde verhaal geïnspireerde Requiem te zien, waarin vooral het meisje zelf liever geloofde dat ze bezeten was dan epileptisch. Het is geloof ik niet zozeer de angst voor het kwaad wat al deze films zo griezelig maakt, maar vooral de angst voor het kwaad in jezelf. En dat maakt ze dan weer verplichte stof natuurlijk. Wel even doorgruwelen.

DVD

Dominion: Prequel to the Exorcist Special Edition Dutch Filmworks***

Exorcist: The Beginning Special Edition Dutch Filmworks**

The Exorcism of Emily Rose Limited Edition Sony Pictures Home Entertainment***

dvd

    • Dana Linssen