Het is steeds stiller in de bios

Het bioscoopbezoek in Nederland liep het eerste kwartaal terug.

De oplossing? 'Elke provincie een filmhuis, elke stad een multiplex.'

Voor dvd’s ben ik te oud Martin Poot (38): bezoekt Brokeback Mountain, gaat één keer in de week naar de film: „De film is het belangrijkst, maar als een film in meerdere bioscopen draait, dan kies ik voor een sfeervolle. Ik ga voor de gezelligheid. En voor dvd’s ben ik te oud. Dat past niet meer in mijn systeem. En een film als Darwin’s Nightmare wil ik ondersteunen, dus kijk ik die in de bioscoop. Door een kaartje te kopen, houd je dat soort films in stand. De kwaliteit van films is tegenwoordig echt geweldig. Het zijn goede tijden voor filmbezoekers.” Europa, Nederland, Nieuwegein, 06-04-2006 De Varibel, de nieuwe hoorbril is donderdag in Nieuwegein gepresenteerd. De hoorbril, ontwikkeld door TU Delft, is een geheel nieuwe type hooroplossing dat voor tienduizenden slechthorenden in een behoefte moet gaan voorzien. In elke brillennpoot bevindt zich een rij van vier gekoppelde microfoontjes, welke het geluid van voren selectief versterken en het omgevingslawaai dempen. Handicap, horen, slechthorend, hoortoestel, omgevingsgeluid, geluid, lawaai, spraakverstaanbaarheid, behoefte , hoorbril , hooroplossing ,slechthorenden , varibe, doof, doofheid, doven. Foto Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Zeg me hoe vaak u naar de film gaat, ik zal u zeggen hoe oud u bent. Twee tot drie keer per jaar? U bent een jaar of twintig. Misschien net een keer per jaar? U bent een jaar of veertig, of al lang geweest. Hoe vaak u de bioscoop of het filmhuis ook bezoekt, Britten en Fransen gaan twee keer zo vaak als u.

Met ongeveer 140 bioscopen en 30 filmhuizen kan Nederland nauwelijks een filmland worden genoemd. Het aantal van 600 filmdoeken - één per 27.000 inwoners - is het laagste van Europa, op Griekenland na. Het gemiddelde bioscoopbezoek is internationaal gezien mager. En dan is het bezoek in het eerste kwartaal van dit jaar verder teruggelopen, meldde Screen International vorige week. De terugval met 11,4 procent was veel forser dan elders, constateerde het filmvakblad: 'Nederland is de loser van Europa.'

Ho, ho, zegt Wilco Wolfers, voorzitter van de Nederlandse Federatie van de Cinematografie: 'We hadden de eerste drie maanden geen blockbusters, maar in mei krijgen we Mission Impossible III, Poseidon, Da Vinci Code.' De bioscopen in andere Europese landen zijn gered door hun nationale films: 'Nederland miste even de eigen familiefilms, de trekkers van afgelopen jaren. Na de zomer krijgen we Zwartboek en Wild Romance; die gaan goed lopen.' Ho, ho, zegt ook programmeur Leendert de Jong van het Filmhuis Den Haag: 'Wij hebben een fantastisch kwartaal achter de rug, het beste uit ons bestaan.' Films als Caché en Tsotsi zijn flinke hits.

Dit alles neemt niet weg dat het na het topjaar 2003 steeds stiller is geworden bij de filmvertoningen. De meest gehoorde verklaring is de hausse bij het downloaden van films. 'Je ziet nu pas echt de doorbraak van breedband', zegt Jos de Haan, medeopsteller van een vorig jaar verschenen SCP-rapport over cultuurconsumptie. Met Zuid-Korea telt Nederland nu wereldwijd de meeste snelle-internetverbindingen, die nodig zijn om films op de computer binnen te kunnen halen - dankzij het dichte kabelnetwerk en de rivaliteit op de telecommarkt.

Dat wil niet zeggen dat alle filmliefhebbers massaal films binnenhalen. De meest fanatieke filmbezoeker is nog geen 35 jaar oud en bezoekt veelal een publieksfilm in een grote bioscoop - vaak in het weekeind, als uitje. Deze filmliefhebbers halen ook veel films van internet. Oudere filmliefhebbers zijn vaker te zien in een filmhuis, downloaden nauwelijks en kopen geregeld een dvd. Deze dertigplussers gaan veel minder vaak naar de film, vooral door de komst van kinderen. Alleen de echte liefhebbers onder de ouders voegen zich in de filmzaal af en toe bij de cinefiele singles, maar kiezen er vaak voor om thuis een dvd te kijken.

Dat laatste gaat ook steeds beter, doordat superieure technologie de huiskamer aan het veranderen is in een thuisbioscoop.

Het succes van de late jaren negentig wordt toegeschreven aan twee dingen. Allereerst hebben Nederlandse films als Minoes (2001) nieuw publiek in het filmtheater gekregen, dankzij de fiscale subsidie die bekend is als de film-CV-regeling. Ten tweede hebben veel nogal ranzige bioscopen plaatsgemaakt voor moderne multiplex-theaters aan de rand van de stad, terwijl veel filmhuizen tegenwoordig gelikte arthouse-theaters zijn. Met megabioscopen bij de Amsterdam Arena en de Rotterdamse Kuip en artfilm-complexen als Lux in Nijmegen en Louis Hartlooper in Utrecht hebben filmtheaters kunnen aanhaken bij de huidige beleveniseconomie, waarin consumenten bereid zijn te betalen voor evenementen en 'ervaringen'.

De belevenis op het scherm heeft echter geen gelijke tred gehouden met die in het theater. De film-CV-regeling heeft Nederlandse flops gebaard zoals recentelijk Het woelen der gehele wereld. Veel buitenlandse films die nauwelijks de moeite waard zijn, worden toch kortstondig met veel kopieën de bioscopen in gepompt. 'In de Nederlandse filmwereld heerste een soort paniek: laten we maar een nieuwe film uitbrengen, misschien dat die het wel goed doet', zegt Henk Camping van het Utrechtse filmhuis 't Hoogt.

Distributeurs beschikken over gigantische catalogi, doordat zij hele pakketten moeten afnemen van producenten. Ook de mindere films bieden de distributeurs aan, al was het maar om reclame te maken voor de dvd die op stapel staat. 'Het is als theaterexploitant heel moeilijk nee te zeggen tegen een nieuwe film, omdat je weet dat een film in de eerste week bijvoorbeeld 5.000 euro opbrengt en in de latere weken maar 2.000 euro', zegt Camping.

Het overaanbod van films drukt in Nederland zwaarder dan elders, door het gebrek aan doeken. Artistieke films die tijd nodig hebben, gaan vaak al na twee weken uit de roulatie. 'Dus als de filmliefhebbers dan toch een oppas hebben geregeld, merken ze dat de film niet meer draait', zegt Camping. 'Of dat de film niet goed is.' En dat terwijl de film de afgelopen zes jaar wel 30 procent duurder is geworden. Deze verslechterde prijskwaliteitverhouding is op lange termijn dodelijk voor het filmbezoek.

A-Film, een grote distributeur van de 'betere' films, is zich daarvan bewust. Marie-Louise Oster: 'We brengen onze films zo uit, dat die elkaar niet in de weg zitten.' Maar, benadrukt ze, de concurrentie tussen de distributeurs is groot. Wel is A-Film bezig wat 'te snijden' in de volle lijsten.

Maak het aantal doeken maar groter, vindt Wolfers van de Nederlandse Federatie van de Cinematografie. 'In mijn woonplaats Haarlem heb je een verouderd bioscoopcomplex in het centrum, een één-zaal-bioscoop en een mooi filmhuis met twee kleine zalen. En dat in een stad met 140.000 inwoners, met zo'n groot achterland.' Zijn recept: in elke provinciestad een filmhuis als Lux en in elke grote stad een multiplex als bij De Kuip. Inderdaad, zegt De Haan van het SCP, maar de filmzaal moet zich wel onderscheiden van de thuisbioscoop: 'Het filmtheater moet een ontmoetingsplek worden.'