Geef de schuld aan je vorige leven

Reïncarnatietherapie werkt goed, constateert Ronald van der Maesen in zijn promotieonderzoek. Niet iedereen is enthousiast. “Het is onverantwoord. Je verkoopt de mensen toch kletspraatjes.'

R. van der Maesen Foto Joyce van Belkom Berlicum, 09-04-2006 Ronald van der Maesen. © Joyce van Belkom Belkom, Joyce van

Uit het verslag van een reïncarnatietherapeut: “Mijn cliënte heeft last van een pijnlijke stijve nek en schouders. Door het laten herhalen van haar woorden “Mijn hoofd gaat eraf, ik word terechtgesteld“, belandt ze in het leven van een Japanse samoerai, die door de secondant van zijn eigen meester wordt onthoofd.'

Nu dit duidelijk is, kan de samoerai vertrekken en geneest de dame. Op de website van de Nederlandse Vereniging van Reïncarnatietherapeuten zijn meer van dit soort onbekommerde verslagen te vinden, ook over mensen die ooit zouden zijn geofferd door de Azteken of gemarteld door de nazi's.

Vanochtend promoveerde Ronald van der Maesen aan de Universiteit voor Humanistiek (Utrecht) op zijn Onderzoek naar het effect van en de cliëntsatisfactie over reïncarnatietherapie. Het idee dat problemen samenhangen met traumatische ervaringen in het verleden, schrijft Van der Maesen, komt in meer therapiestromingen voor. Maar “in reïncarnatietherapie heeft de veronderstelling geleid tot de ontwikkeling van een specifiek therapiemodel, waarin aan “verleden“ een ruime betekenis wordt toegekend.'

In het onderzoek van Van der Maesen is de vraag of reïncarnatie bestaat “niet aan de orde', schrijft hij, en hij heeft ook niet onderzocht hoe reïncarnatietherapie werkt, alleen of het werkt.

Hij vergeleek in twee studies een relatief klein aantal mensen die reïncarnatietherapie hadden gekregen met mensen die ervoor op de wachtlijst stonden. Het ene onderzoek werd uitgevoerd in Suriname, bij mensen die voornamelijk kampten met relatieproblemen, chronische lichamelijke klachten en angstklachten. Het andere onderzoek, in Nederland, betrof “stemmenhoorders': mensen met auditieve hallucinaties. In beide studies verminderden de klachten van mensen die de behandeling hadden gekregen significant vergeleken met de wachtlijstgroep. Een half jaar later (de controlegroep had tegen die tijd de behandeling ook ontvangen) meldden 13 van de 41 deelnemers in het Surinaamse onderzoek dat hun klachten geheel verdwenen waren. Bij de stemmenhoorders zeiden 14 van de toen nog bereikbare 25 deelnemers baat gehad te hebben bij de therapie; bij 6 van hen waren de stemmen geheel of grotendeels verdwenen. Omdat niet onderzocht is hoe de therapie werkt, kan dit overigens best een placebo-effect zijn.

In zekere zin is het promotie-onderzoek van de nu 73-jarige Van der Maesen zijn tweede leven. In zijn vorige was hij verzekeringsconsulent voor schadeverzekeringen, onder meer in Suriname. “Maar ik heb altijd gezegd: op mijn 55ste, als ik nog jong en fris ben, ga ik iets heel anders doen.“ Hij ging eerst klinische psychologie studeren aan de Universiteit van Amsterdam, studeerde af op onderzoek naar reïncarnatietherapie bij mensen met het syndroom van Gilles de la Tourette en hielp vervolgens in Suriname een opleiding reïncarnatietherapie opzetten.

Reïncarnatietherapie is een omstreden behandelwijze. De Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie erkent de methode niet en Van der Maesen ondervond weerstand bij het van de grond krijgen van zijn onderzoek. “Je krijgt geen subsidie, je krijgt geen kans je artikelen geplaatst te krijgen. In 1991 vroeg ik professor Hoogduin of ik mocht meedoen aan een voorgenomen onderzoek van hem, maar die zei: nee, u bent een evangelist.“

“Volgens mij blijf ik altijd vriendelijk“, zegt Cees Hoogduin, hoogleraar psychopathologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, daar nu over, “maar je kunt álles wel gaan onderzoeken. Er zijn zoveel behandelingen die werken door een placebo-effect. Als ik in de medisch-ethische commissie had gezeten, had ik dit promotieonderzoek ook onverantwoord gevonden. Je verkoopt mensen toch kletspraatjes en het is onduidelijk wat de schadelijke effecten zijn als je iemand het idee geeft dat ze beter is geworden omdat ze als prostituee verbrand is in 1500. Als iemand beter wordt door cognitieve gedragstherapie, een van de weinige methoden die wel zijn onderzocht, kan diegene dat toeschrijven aan vaardigheden; dat bevordert je functioneren. En zo'n behandeling ontzeg je die mensen dan.“

Experimenteel psycholoog Robert Horselenberg (Universiteit van Maastricht en medewerker van Skepsis), is milder. Hij deed onderzoek naar reïncarnatietherapie omdat hij er een parallel in zag met therapieën waarbij valse herinneringen aan seksueel misbruik worden opgeroepen. Een heel enkele keer komt dat ook bij reïncarnatietherapie voor, zegt hij, maar verder vindt hij de behandeling “relatief onschuldig'. “Het is voor sommige mensen prettig dat de verantwoordelijkheid voor je klachten niet in het hier en nu ligt, maar in een vorig leven. Een heel heroïsch leven, meestal. Maar als het helpt, is het goed.“

Hoe het helpt, daar moet volgens Van der Maesen vervolgonderzoek naar komen.

    • Ellen de Bruin