Een mal en absoluut waarheidsbegrip

In Opinie & Debat van 1 april spreekt Nico ter Linden zijn afschuw uit van de vertaling van een vers uit het Johannes-evangelie in de NBV (De Nieuwe Bijbelvertaling): De Wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen (Johannes 1:17). ”Ik geloof mijn oren niet”, roept Ter Linden. Dat `maar` staat niet in de Griekse tekst. De NBV creëert daarmee ”een linke tegenstelling” tussen Jezus en de Wet van Mozes ”die Johannes onmogelijk bedoeld kan hebben”. Blijkbaar heeft ”een mal en absoluut waarheidsbegrip” de vertalers parten gespeeld.

Kent Ter Linden de website www.voederbak.nl? Daarop wordt de vertaling van bovenstaand vers toegelicht. Zo wordt opgemerkt dat er op een aantal plaatsen van het Johannes-evangelie (6:32vv en 9:28vv) sprake is van ”een expliciet contrast tussen Mozes en Jezus, waarmee de identiteit van Jezus wordt uitgewerkt”.

De vertalers gaan er daarom van uit dat dit contrast ook in vers 17 speelt en hebben het met `maar` geëxpliciteerd. Wat ze zelf van dat contrast vinden, is daarbij niet aan de orde. Hetzelfde geldt voor vooropgezette ideeën die ze zouden hebben. De vertalers hebben slechts op grond van tekstuele argumenten een keuze gemaakt.

Dat is natuurlijk heel wat anders dan het malle en absolute waarheidsbegrip dat Ter Linden hun in de schoenen schuift. Waar hij de Griekse brontekst van vers 17 zelf ”redelijk cryptisch” noemt, had hij zijn kritiek beter in wat minder gespierde bewoordingen kunnen formuleren.

    • Arend Jan Bolhuis den Haag