Eén dode op 100.000 lopers

Een 41-jarige Duitser zakte zondag bij de marathon van Rotterdam 500 meter voor de finish in elkaar en overleed. Elke grote marathon kent een lijstje met slachtoffers. Is marathonlopen gevaarlijk?

Gemiddeld één loper op de 100.000 finishers sterft tijdens de marathons van Londen en New York. Ook Rotterdam zit ongeveer op dat gemiddelde, want de vorige keer dat de grootste marathon van Nederland een dode had te betreuren was in 1997 en het aantal deelnemers is tegenwoordig beperkt tot 10.000.

De kans om een hartaanval te overleven tijdens zo'n massale loop, lijkt grotendeels afhankelijk van de kwaliteit van de hulpverlening. Dat schreven eind vorig jaar twee onderzoekers in het medisch-wetenschappelijke Journal of the American College of Cardiology. Zij constateerden dat de afgelopen tien jaar het aantal doden bij twee grote en oude Amerikaanse marathons flink was gedaald, vergeleken met de twintig jaar daarvoor. In de Marine Corps Marathon in Washington DC en de Twin Cities Marathon in Minneapolis-St. Paul finishten tussen 1976 en 1994 221.000 mensen, waarbij vier plotselinge hartdoden vielen. Een vijfde loper met een hartaanval overleefde. In de tien jaar daarna haalden bijna net zoveel lopers de finish (220.000), maar overleed er slechts één. Drie mensen met een hartaanval werden in die tien jaar gered, door snel ingrijpen van hulpverleners, schrijven de onderzoekers. Er zijn tegenwoordig defibrillatoren aanwezig langs het parcours. Iemand die met een hartaanval of met ernstige hartritmestoornissen in elkaar zakt, is alleen te redden als het hart met een elektrische schok weer op gang wordt gebracht. Reanimeren (handmatig op de borstkas pompend de bloedsomloop op gang houden en mond-op-mond-beademing toepassen) is een tijdelijke oplossing tot er een defibrillatieklap wordt gegeven, maar is zelden afdoende. Wie niet binnen vijf minuten hulp krijgt, is bijna altijd ten dode opgeschreven.

Marathonlopen is vrijwel zeker een stuk gevaarlijker dan “gewoon' leven. Twee Britse artsen kwamen in een artikel over de gevaren van marathonlopen in de British Medical Journal op een vier tot vijf keer hoger risico op de hartdood bij marathons, vergeleken met de kans op een hartaanval voor “gewone' 55- tot 64-jarigen. Vergeleken met het risico van 35- tot 44-jarigen - overigens een mooie leeftijd om ver hard te lopen - is het risico tijdens de marathon zelfs 60 keer zo hoog. Geen rekening is gehouden dat tijdens het “gewone' leven er nog mensen overlijden bij het trainen voor de marathon.

Veel mensen die tijdens het hardlopen overlijden, blijken bij lijkopening (autopsie) gedeeltelijk dichtgeslibde kransslagaderen rond hun hart te hebben - ondanks hun sportieve leven. Mensen die zich flink kunnen inspannen en makkelijk een gewone sportkeuring doorstaan, kunnen toch met een gedeeltelijk afgesloten kransslagader door het leven gaan. Die gedeeltelijk afgesloten vaten zijn alleen met een fors cardiologisch onderzoek op te sporen. Onder de vijf mensen die tijdens de Marine Corps en de Twin City Marathons om het leven kwamen, waren er drie voor wie het niet hun eerste marathon was.

Bij een hoge hartslag en de hoge bloeddruk die bij sporten ontstaat kan de afsluitende plaque scheuren, waarna er acuut een bloedstolsel ontstaat, met een geheel afgesloten vat en een hartinfarct als gevolg. Dit overkomt vooral de veertigers en de vijftigers, een leeftijdscategorie die ruim vertegenwoordigd is bij marathons.

Beroemd zijn de drie trainende marathonlopers die al meer dan 25 jaar geleden in Zuid-Afrika werden doodgereden. Twee van hen hadden forse plaquevorming in de slagaders rond hun hart, maar hadden er nooit last van gehad. Van sommige doodlopers is overigens wel bekend dat ze in de weken ervoor extreem vermoeid waren, of pijn op de borst hadden, wat beide voorboden voor een hartinfarct zijn.

Ook zeldzame aangeboren hartafwijkingen kunnen de marathonloper het leven kosten. Onder de doden in de beide goed onderzochte Amerikaanse marathons was een 19-jarige Amerikaanse vrouw met een bij de groei verkeerd aangelegde bloedvaten rond het hart. Zij stierf tijdens haar eerste marathon na 38 kilometer.

Marathonlopers die met een blessure in het ziekenhuizen kwamen is overigens in het verleden nog wel eens een hartaanval aangepraat. Bloedonderzoek liet dan waarden zien waarbij in het lab alle alarmbellen voor een hartaanval gaan rinkelen. Denkt de dokter verder niet na, dan zegt hij tegen de loper dat hij net een hartaanval heeft overleefd. De na een hartaanval in het bloed gevonden stoffen geven aan dat er spieren zijn beschadigd. Dat is na 42 kilometer lopen natuurlijk ook het geval - niet noodzakelijk bij de hartspier, wel bij de beenspieren. Een Britse arts die het overkwam negeerde het advies van zijn ongeruste dokter en voltooide nog ettelijke marathons.