Amerikaanse illegaal heeft opeens een naam

In Amerikaanse steden gingen gisteren opnieuw honderdduizenden mensen de straat op om te demonstreren voor een betere behandeling van illegalen.

Het leven neemt vandaag een zonnige wending. De hemel is blauw, de lente hangt in de lucht - de demonstratie loopt gesmeerd. Als de stoet in Washington de tunnel onder Dupont Circle instapt, met aan weerskanten rijen juichende toeschouwers, komt het tot een ontlading. Sí, se puede (ja, we kunnen het) heeft het tot nu toe bescheiden geklonken. Maar nu, onder de grond, schreeuwt de massa het uit. Sí! Se! Puede!

Het is de bevestiging van ontluikend zelfvertrouwen, de “coming out' van honderdduizenden illegale immigranten. De deelnemers weten: deze mensenstroom (een half miljoen mensen, aldus de organisatoren) staat niet op zich zelf. Ze informeren bij elkaar: hoeveel demonstranten in Phoenix, in LA? Ze wijzen glunderend naar boven. Uit kantoorgebouwen langs de Zestiende Straat - we lopen richting het Witte Huis, daarna de Mall - hangen mensen zwaaiend uit de ramen.

“Nu houdt niemand ons meer tegen“, zegt Rufino Monserrat (48). Hij is de tocht tobberig begonnen. Zijn vrouw hing aan de lijn vanuit Mexico-Stad: Doe het niet! Straks pakken ze je! Maar hij heeft zijn haar grijs geverfd, zijn snor afgeschoren, een Amerikaanse vlag op de kop getikt, en het gestreken overhemd van zijn baas aangetrokken - een schoonmaakbedrijf waarvoor hij elke nacht werkt, van zes uur 's avonds tot zes uur 's ochtends. Hij is nu niet meer bang.

Zes jaar geleden kwam hij in de VS, zegt hij, door de grens met Californië over te wandelen. Dat kon toen nog gewoon. Het leven bevalt hier goed. Hij wil nooit meer terug. Hier verdien je beter en krijg je kansen, zegt hij.

Het probleem is zijn familie. Zolang hij illegaal is kunnen zijn vrouw en dochter, de 11-jarige Elenita, niet bij hem wonen. Elenita is zijn oogappel. Ze belt elke dag. Ze zegt de dingen die dochters zeggen als pappa niet thuis is. Hij vertelt dat het goed zal komen, eens. Maar nu, vandaag, in deze mensenzee van gelijkgestemden met protestborden (Wij zijn Amerika, Wij vechten ook in Irak, God kent geen illegalen), zie je aan alles dat zijn hoop op een beter lot herleeft. “We zijn sterker dan iedereen dacht“, zegt hij.

Het is het verhaal van de beweging die zich de laatste weken op straat meldt met een simpele eis: een menswaardig leven voor illegalen. De VS kent 11 à 12 miljoen illegale werknemers. Onlangs lanceerde het Huis van Afgevaardigden plannen om de groei radicaal een halt toe te roepen. [Vervolg ILLEGALEN: pagina 4]

ILLEGALEN

'Anti-illegalenwet vormt de bekende druppel '

[Vervolg van pagina 1] Twee weken geleden manifesteerde de beweging zich voor het eerst toen in Los Angeles een half miljoen illegalen de straat opgingen.

Andere steden volgden. Gisteren werd het voorlopige hoogtepunt bereikt: in meer dan honderd plaatsen lieten illegalen hun gezicht zien. Washington was met een half miljoen demonstranten koploper.

De stoet in Washington is een mengeling van illegalen - vooral Latino's, enkele Koreanen - en actievoerders met een bredere agenda. Maar het gros bestaat uit individuen die namens zichzelf demonstreren. Een elektricien uit Michigan wil zijn dochter laten zien dat alle mensen gelijkwaardig zijn. Een dame uit Baltimore is hier voor haar dochter die is getrouwd met een jongen uit El Salvador. Een wiskundeleraar uit de Latinowijk heeft zich laten strikken door vrouwelijke leerlingen die om hem heen cirkelen.

Alle rangen en standen zijn vertegenwoordigd. Er zijn meer vlaggen dan protestborden. Een busje van een Spaanstalig radiostation ratelt teksten over de eenheid van de Amerikaanse volkeren. Als we het Witte Huis passeren sluipt een hoge ambtenaar - grijs pak, zwarte das, blank overhemd - de stoet binnen. Hij werkt op een ambassade, zegt hij, en moest even in het Witte Huis zijn. “Gabriël Lopez, aangenaam.“ Het mag niet bekend worden voor wie hij werkt. Hij heeft vrienden die al twintig jaar geen verblijfstitel hebben, legt hij uit. “Er moet iets gebeuren.“

Homogroepen, kerken, anarchisten, vakbonden - ze zijn er allemaal. Deze beweging, zegt Julie Barnet, een classica uit Virginia, kon in korte tijd aanslaan omdat sluimerend ongenoegen over andere onderwerpen lange tijd geen uitlaat had. Irak, de gevangenen op Guantánamo Bay, het afluisteren van burgers in opdracht van de regering; het voedt allemaal de onvrede . “De wet voor illegalen is de bekende druppel“, zegt ze. “Het is net als in Frankrijk. Eén draconische wet te veel en mensen zeggen: nu is het mooi geweest.“

Op het eindpunt van de tocht, op de Mall, zijn de officiële sprekers - onder wie senator Ted Kennedy - nauwelijks te verstaan door overvliegende politiehelikopters. Ironie: het is het geluid van de Mexicaanse grens - symbool van de jacht die daar op illegalen wordt gemaakt. Rufino Monserrat is een van de eersten die er een grap van maakt. Hij begint grijnzend met zijn Amerikaanse vlag naar de helikopters te zwaaien. Een kwartier later doet nagenoeg het hele veld het. “Wij groeten onze vrienden.“

    • Tom-Jan Meeus