Vooruit met de allochtone leraren

Marokkaanse en Turkse leraren kunnen culturele verschillen overbruggen.

Zo kunnen zij de effectiviteit van zwarte scholen verhogen.

De integratie van minderheden begint bij een goede opleiding. De doorstroom van allochtonen naar het hoger onderwijs komt weliswaar goed op gang, maar de achterstand op autochtone Nederlanders is nog altijd groot. Twee situaties in het basis- en voortgezet onderwijs nopen tot het in overweging nemen van een pragmatische oplossing.

1 Het bestaan van cultureleverschillen. Gedragsproblemen behoren - met taalachterstand - tot de belangrijkste oorzaken van achterblijvende leerprestaties van met name Turken en Marokkanen. Ontoereikende pedagogische en didactische vaardigheden van leraren én slecht aansluitend onderwijsmateriaal spelen hierbij mee.Autochtone leerkrachten hebben vaak moeite om adequaat met culturele verschillen in klassen om te gaan, wat ertoe kan leiden dat zij gedemotiveerd raken om leerlingen tot goede prestaties aan te zetten. Ook slagen zij er vaak niet in allochtone ouders bij het onderwijs te betrekken. Daarnaast ontbreekt het de leraren regelmatig aan de middelen om leerlingen die moeilijk kunnen aarden in het democratische, moderne onderwijs, op het goede spoor te krijgen. Disciplinaire maatregelen hebben niet altijd het gewenste effect.2Het bijna onvermijdelijke bestaan van zwarte scholen, wat direct in verband staat met stedelijke ontwikkelingen. Het is zeer de vraag of segregatie in onderwijs en volkshuisvesting nog kan worden tegengegaan. Het risico is dat onderwijsprestaties verder afnemen, maar het is niet zeker of negatieve effecten daadwerkelijk zullen optreden. Er kan zelfs sprake zijn van een positief verband. De onderwijsprestaties op zwarte scholen zijn weliswaar lager dan op andere scholen, maar dit lijkt nauwelijks door de concentratie zelf te komen. Het kan juist voordelig zijn om als achterstandsleerling op een zwarte school te zitten. Op zwarte scholen worden grotere 'leerwinsten' geboekt dan op gemengde scholen.Om de prestaties van allochtone leerlingen op school verder op te stuwen en de culturele verschillen te overbruggen, moeten autochtone leraren beter worden toegerust op het omgaan met multi-etniciteit. Als men daarnaast bereid is scholen niet zozeer te zien als 'meng-instrument' maar als middel om sociaal-economische integratie te bevorderen, is de weg vrij voor zwarte scholen. Die kunnen hun leerlingen dan laten onderwijzen door leraren met dezelfde etnische achtergrond. Een van oorsprong Marokkaanse leraar die in Nederland is opgegroeid en zelf het hoger onderwijs met succes heeft doorlopen, kan de culturele verschillen makkelijker overbruggen dan zijn autochtone collega: hij is doordrongen van de dominante Nederlandse waarden en normen, begrijpt de culturele verschillen, kan bemiddelen en heeft, door zijn achtergrond, het gezag om op te treden. Hij kan de ouders wél bereiken.De vraag dringt zich natuurlijk op wat de gevolgen zouden zijn van deze grotere concentratie van etniciteit op zwarte scholen. Marokkaanse jongens zullen wellicht meer nog dan nu al het geval is met elkáár optrekken en minder in aanraking komen met de Nederlandse taal. Op het eerste gezicht lijkt dit een ernstig bezwaar. Creëren we als uiterste consequentie dan geen nieuw soort islamitische scholen? Het antwoord is nee. Het onderwijs, gegeven in het Nederlands, blijft gericht op het voorbereiden op een volwaardig bestaan in de Nederlandse samenleving. Allicht zullen leerlingen soms met elkaar in hun tweede taal spreken. Dat gebeurt nu ook al. Handig is het dat de 'nieuwe', allochtone leraar alles kan verstaan. Die zal met hun ouders de handen ineenslaan om hun kinderen met discipline tot goede schoolprestaties aan te zetten. Hij kan gemotiveerde jongeren afleveren die door hun opleiding zeer aantrekkelijk zijn voor bedrijven. Zo vinden ze aansluiting bij de Nederlandse samenleving.We kunnen er niet omheen dat tussen allochtonen en autochtonen een toenemende verwijdering optreedt. Moeten we dan wel zo blij zijn met allochtone leraren op zwarte scholen, alsof de huidige concentratietrends nog niet genoeg zijn? Het antwoord hierop zou ontkennend kunnen zijn, als de omstandigheden anders waren. Maar de nadelige gevolgen hoeven niet heel groot te zijn. Het onderwijs zou kunnen zorgen voor (meer) uitwisseling binnen en tussen scholen. Laat het zo zijn dat allochtonen in hun jeugd minder met autochtonen hebben opgetrokken. Is dat zo'n probleem? Integratie begint met een goede opleiding en een baan, met het verwerven van een goede sociaal-economische positie. De rest, de sociaal-culturele integratie, komt vanzelf. Of niet. In dat geval zou sprake zijn van gesegmenteerde of selectieve integratie. Men kan zich afvragen hoe zwaar de nadelen daarvan wegen.Allochtone scholieren moeten in staat worden gesteld op eigen kracht op de maatschappelijke ladder te klimmen. Dat bedrijven zich openstellen, dat zij de aansluiting mogelijk maken, is cruciaal. De minister van Integratie zou hiertoe veel actiever beleid moeten voeren. Universiteiten, pabo's en andere hbo's zouden voor voldoende aanwas van allochtone leraren moeten zorgen. Coachingsprojecten kunnen hierbij prima als voortraject dienen. De rijksoverheid zou gemeentelijke initiatieven voor zulke stimuleringsprojecten moeten steunen.Edwin van Rooyen is politicoloog en docent aan de Haagse Hogeschool. Ga voor een uitgebreide versie van dit artikel naar www.haagsehogeschool.nlverschillen. Gedragsproblemen behoren - met taalachterstand - tot de belangrijkste oorzaken van achterblijvende leerprestaties van met name Turken en Marokkanen. Ontoereikende pedagogische en didactische vaardigheden van leraren én slecht aansluitend onderwijsmateriaal spelen hierbij mee.

Autochtone leerkrachten hebben vaak moeite om adequaat met culturele verschillen in klassen om te gaan, wat ertoe kan leiden dat zij gedemotiveerd raken om leerlingen tot goede prestaties aan te zetten. Ook slagen zij er vaak niet in allochtone ouders bij het onderwijs te betrekken. Daarnaast ontbreekt het de leraren regelmatig aan de middelen om leerlingen die moeilijk kunnen aarden in het democratische, moderne onderwijs, op het goede spoor te krijgen. Disciplinaire maatregelen hebben niet altijd het gewenste effect.

2 Het bijna onvermijdelijke bestaan van zwarte scholen, wat direct in verband staat met stedelijke ontwikkelingen. Het is zeer de vraag of segregatie in onderwijs en volkshuisvesting nog kan worden tegengegaan. Het risico is dat onderwijsprestaties verder afnemen, maar het is niet zeker of negatieve effecten daadwerkelijk zullen optreden. Er kan zelfs sprake zijn van een positief verband. De onderwijsprestaties op zwarte scholen zijn weliswaar lager dan op andere scholen, maar dit lijkt nauwelijks door de concentratie zelf te komen. Het kan juist voordelig zijn om als achterstandsleerling op een zwarte school te zitten. Op zwarte scholen worden grotere 'leerwinsten' geboekt dan op gemengde scholen.Om de prestaties van allochtone leerlingen op school verder op te stuwen en de culturele verschillen te overbruggen, moeten autochtone leraren beter worden toegerust op het omgaan met multi-etniciteit. Als men daarnaast bereid is scholen niet zozeer te zien als 'meng-instrument' maar als middel om sociaal-economische integratie te bevorderen, is de weg vrij voor zwarte scholen. Die kunnen hun leerlingen dan laten onderwijzen door leraren met dezelfde etnische achtergrond. Een van oorsprong Marokkaanse leraar die in Nederland is opgegroeid en zelf het hoger onderwijs met succes heeft doorlopen, kan de culturele verschillen makkelijker overbruggen dan zijn autochtone collega: hij is doordrongen van de dominante Nederlandse waarden en normen, begrijpt de culturele verschillen, kan bemiddelen en heeft, door zijn achtergrond, het gezag om op te treden. Hij kan de ouders wél bereiken.De vraag dringt zich natuurlijk op wat de gevolgen zouden zijn van deze grotere concentratie van etniciteit op zwarte scholen. Marokkaanse jongens zullen wellicht meer nog dan nu al het geval is met elkáár optrekken en minder in aanraking komen met de Nederlandse taal. Op het eerste gezicht lijkt dit een ernstig bezwaar. Creëren we als uiterste consequentie dan geen nieuw soort islamitische scholen? Het antwoord is nee. Het onderwijs, gegeven in het Nederlands, blijft gericht op het voorbereiden op een volwaardig bestaan in de Nederlandse samenleving. Allicht zullen leerlingen soms met elkaar in hun tweede taal spreken. Dat gebeurt nu ook al. Handig is het dat de 'nieuwe', allochtone leraar alles kan verstaan. Die zal met hun ouders de handen ineenslaan om hun kinderen met discipline tot goede schoolprestaties aan te zetten. Hij kan gemotiveerde jongeren afleveren die door hun opleiding zeer aantrekkelijk zijn voor bedrijven. Zo vinden ze aansluiting bij de Nederlandse samenleving.We kunnen er niet omheen dat tussen allochtonen en autochtonen een toenemende verwijdering optreedt. Moeten we dan wel zo blij zijn met allochtone leraren op zwarte scholen, alsof de huidige concentratietrends nog niet genoeg zijn? Het antwoord hierop zou ontkennend kunnen zijn, als de omstandigheden anders waren. Maar de nadelige gevolgen hoeven niet heel groot te zijn. Het onderwijs zou kunnen zorgen voor (meer) uitwisseling binnen en tussen scholen. Laat het zo zijn dat allochtonen in hun jeugd minder met autochtonen hebben opgetrokken. Is dat zo'n probleem? Integratie begint met een goede opleiding en een baan, met het verwerven van een goede sociaal-economische positie. De rest, de sociaal-culturele integratie, komt vanzelf. Of niet. In dat geval zou sprake zijn van gesegmenteerde of selectieve integratie. Men kan zich afvragen hoe zwaar de nadelen daarvan wegen.Allochtone scholieren moeten in staat worden gesteld op eigen kracht op de maatschappelijke ladder te klimmen. Dat bedrijven zich openstellen, dat zij de aansluiting mogelijk maken, is cruciaal. De minister van Integratie zou hiertoe veel actiever beleid moeten voeren. Universiteiten, pabo's en andere hbo's zouden voor voldoende aanwas van allochtone leraren moeten zorgen. Coachingsprojecten kunnen hierbij prima als voortraject dienen. De rijksoverheid zou gemeentelijke initiatieven voor zulke stimuleringsprojecten moeten steunen.Edwin van Rooyen is politicoloog en docent aan de Haagse Hogeschool. Ga voor een uitgebreide versie van dit artikel naar www.haagsehogeschool.nlbestaan van zwarte scholen, wat direct in verband staat met stedelijke ontwikkelingen. Het is zeer de vraag of segregatie in onderwijs en volkshuisvesting nog kan worden tegengegaan. Het risico is dat onderwijsprestaties verder afnemen, maar het is niet zeker of negatieve effecten daadwerkelijk zullen optreden. Er kan zelfs sprake zijn van een positief verband.

De onderwijsprestaties op zwarte scholen zijn weliswaar lager dan op andere scholen, maar dit lijkt nauwelijks door de concentratie zelf te komen. Het kan juist voordelig zijn om als achterstandsleerling op een zwarte school te zitten. Op zwarte scholen worden grotere 'leerwinsten' geboekt dan op gemengde scholen.

Om de prestaties van allochtone leerlingen op school verder op te stuwen en de culturele verschillen te overbruggen, moeten autochtone leraren beter worden toegerust op het omgaan met multi-etniciteit. Als men daarnaast bereid is scholen niet zozeer te zien als 'meng-instrument' maar als middel om sociaal-economische integratie te bevorderen, is de weg vrij voor zwarte scholen. Die kunnen hun leerlingen dan laten onderwijzen door leraren met dezelfde etnische achtergrond.

Een van oorsprong Marokkaanse leraar die in Nederland is opgegroeid en zelf het hoger onderwijs met succes heeft doorlopen, kan de culturele verschillen makkelijker overbruggen dan zijn autochtone collega: hij is doordrongen van de dominante Nederlandse waarden en normen, begrijpt de culturele verschillen, kan bemiddelen en heeft, door zijn achtergrond, het gezag om op te treden. Hij kan de ouders wél bereiken.

De vraag dringt zich natuurlijk op wat de gevolgen zouden zijn van deze grotere concentratie van etniciteit op zwarte scholen. Marokkaanse jongens zullen wellicht meer nog dan nu al het geval is met elkáár optrekken en minder in aanraking komen met de Nederlandse taal. Op het eerste gezicht lijkt dit een ernstig bezwaar. Creëren we als uiterste consequentie dan geen nieuw soort islamitische scholen?

Het antwoord is nee. Het onderwijs, gegeven in het Nederlands, blijft gericht op het voorbereiden op een volwaardig bestaan in de Nederlandse samenleving. Allicht zullen leerlingen soms met elkaar in hun tweede taal spreken. Dat gebeurt nu ook al. Handig is het dat de 'nieuwe', allochtone leraar alles kan verstaan. Die zal met hun ouders de handen ineenslaan om hun kinderen met discipline tot goede schoolprestaties aan te zetten. Hij kan gemotiveerde jongeren afleveren die door hun opleiding zeer aantrekkelijk zijn voor bedrijven. Zo vinden ze aansluiting bij de Nederlandse samenleving.

We kunnen er niet omheen dat tussen allochtonen en autochtonen een toenemende verwijdering optreedt. Moeten we dan wel zo blij zijn met allochtone leraren op zwarte scholen, alsof de huidige concentratietrends nog niet genoeg zijn? Het antwoord hierop zou ontkennend kunnen zijn, als de omstandigheden anders waren. Maar de nadelige gevolgen hoeven niet heel groot te zijn. Het onderwijs zou kunnen zorgen voor (meer) uitwisseling binnen en tussen scholen.

Laat het zo zijn dat allochtonen in hun jeugd minder met autochtonen hebben opgetrokken. Is dat zo'n probleem? Integratie begint met een goede opleiding en een baan, met het verwerven van een goede sociaal-economische positie. De rest, de sociaal-culturele integratie, komt vanzelf. Of niet. In dat geval zou sprake zijn van gesegmenteerde of selectieve integratie. Men kan zich afvragen hoe zwaar de nadelen daarvan wegen.

Allochtone scholieren moeten in staat worden gesteld op eigen kracht op de maatschappelijke ladder te klimmen. Dat bedrijven zich openstellen, dat zij de aansluiting mogelijk maken, is cruciaal. De minister van Integratie zou hiertoe veel actiever beleid moeten voeren. Universiteiten, pabo's en andere hbo's zouden voor voldoende aanwas van allochtone leraren moeten zorgen. Coachingsprojecten kunnen hierbij prima als voortraject dienen. De rijksoverheid zou gemeentelijke initiatieven voor zulke stimuleringsprojecten moeten steunen.

Edwin van Rooyen is politicoloog en docent aan de Haagse Hogeschool.

Ga voor een uitgebreide versie van dit artikel naar www.haagsehogeschool.nl

    • Edwin van Rooyen