Sammy Korir versterkt reputatie van Rotterdam

De Keniaan Sammy Korir won de marathon van Rotterdam in 2.06,38, de snelste tijd van het seizoen. Daarmee bevestigde hij het imago van Rotterdam als kweekvijver van de grote stadsmarathons.

Marathonlopers nemen voor de eerste keer de Erasmusbrug in Rotterdam. Een van de ruim 7.000 lopers stierf gisteren tijdens de loop aan een hartaanval. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold Rotterdam 09-04-2006 marathon op de erasmus brug foto rien zilvold Atletiek Zilvold, Rien

Henk Stouwdam

De glimlach van voldoening weerspiegelde gisteren de opluchting bij Mario Kadiks, directeur van Rotterdam Marathon. Met de Keniaan Sammy Korir als aansprekende winnaar en 2.06,38 als voortreffelijke eindtijd werd de kritiek over het tanende niveau van Nederlands grootste marathon weerlegd.

Gevoed door de breuk met het bureau van atletenmanager Jos Hermens als samensteller van het deelnemersveld, de uitsluiting voor het lucratieve circuit van grote stadsmarathons en gerede twijfels over de vorm van trekpleister Korir, leek Rotterdam aan status te hebben verloren. Maar niets is minder waar, bewezen gisteren Korir en zijn twee relatief onbekende landgenoten Paul Kiprop Kirui en Charles Kibiwott. Na een harde en vooral spannende race finishte het drietal binnen de 2.07,00, wat uitzonderlijk snel is voor een marathon waarin de lopers werden gehinderd door de wind.

Kadiks legde het verloop van de 26ste marathon uit als een bevestiging van de juistheid van zijn koers. En die is het vervullen van de kweekvijverfunctie. In Rotterdam kunnen atleten hun naam (be)vestigen met een snelle tijd, waarna zij hun status kunnen verzilveren bij de marathons met de grote budgetten, zoals in Londen, Berlijn, Boston, Chicago of New York. Het startveld is in die steden altijd zo sterk dat de overwinning telt, en niet de tijd.

Edgar de Veer, atletenmanager bij het bureau van Jos Hermens, begrijpt Kadiks' (gedwongen) keus, maar is benieuwd wat dat op de langere termijn voor de Rotterdam Marathon betekent. 'Het gevaar is die sterke afhankelijkheid van een tijd. Om de naam als snelle marathon in stand te kunnen houden, moeten de weersomstandigheden gunstig zijn. Daarmee blijft Rotterdam kwetsbaar.'

De atleten van Hermens speelden gisteren geen rol van betekenis. Jackson Koech en Salim Kipsang maakten weliswaar lange tijd deel uit van de kopgroep, maar moesten na dertig kilometer passen. Zij werden uiteindelijk vijfde en zesde. De dienst werd uitgemaakt door Korir, die tot vlak voor de finish Kiprop Kirui en Kibiwott aan zijn zijde moest dulden. Maar met een ultieme tempoversnelling in de laatste kilometer maakte hij het verschil. Het feit dat Korir onmiddellijk na de finish moest braken, bewees hoe bovenmatig de winnaar zich had moeten inspannen.

Korir onderstreepte in Rotterdam zijn status als toploper die hij in 2003 in de marathon van Berlijn had gevestigd met de tweede tijd (2.04,56) die ooit is gelopen. Dat hij de laatste twee jaar niet goed heeft gepresteerd, was het gevolg van een ernstige knieblessure. Tot vrees van Kadiks werd Korir twee maanden geleden nog derde in de marathon van Tokio. De Keniaan had Kadiks in de onderhandelingen daarover gerustgesteld. Hij had niet geleden in Tokio, vertelde hij. En dat bewees hij gisteren met de snelste tijd van het seizoen.

Vier minuten na Korir kwam Kamiel Maase over de finish, waarmee het verschil tussen de internationale en nationale top schrijnend tot uitdrukking werd gebracht. En dat was Maase nog niet eens te verwijten, want hij presteerde naar behoren en is in eigen land de roos in de woestijn. Maase werd er Nederlands kampioen mee, op respectabele afstand gevolgd door Sander Schutgens, die net binnen de 2.18,00 bleef .

Het zat Maase niet mee in Rotterdam. Hij had vanwege zijn lengte relatief veel last van de wind en trof het niet dat de hazen in de tweede groep, waartoe hij volgens afspraak deels behoorde, er een potje van maakten. Zij liepen niet hard genoeg en hielden bij tegenwind Maase onvoldoende uit de wind. De Nederlander wond zich er rond de vijfentwintigste kilometer druk gebarend over op, maar op dat moment was het te laat om de situatie te corrigeren. 'Ik bereid me zo goed mogelijk voor en dat verwacht ik dan ook van de hazen. Maar ik kon roepen wat ik wilde, het hielp niets.'

Grote winst voor Maase was zijn gevoel eindelijk een marathon onder de knie te hebben. Waar hij voorheen zich afvroeg of hij qua duurvermogen wel geschikt is voor de klassieke loopafstand, weet de loper dankzij intensievere trainingen dat hij in staat is onder de 2.10,00 te lopen. Maase heeft eindelijk het gevoel niet langer een baanatleet, maar een marathonloper te zijn. En hij hoopt dat zich dat deze zomer uitbetaalt bij de Europese kampioenschappen in Gotenburg.

    • Henk Stouwdam