Palestijnen wil meer dan bloem en rijst

Het vertrek van Israël uit Gaza doet geen spat af aan de verantwoordelijkheid die het heeft voor het lot van de bewoners die er opgesloten zitten. En dat lot is wreed, betoogt Gideon Levy.

Ter informatie van alle mensen die bezorgd zijn: er heerst geen honger in de Palestijnse gebieden. Geen kind is gestorven aan ondervoeding; geen kind loopt rond met een opgezet buikje. Er is geen tekort aan bloem en van Rafah tot Jenin is rijst voorhanden.

De foei-roepers kunnen gerust zijn: de verhalen over een 'humanitaire ramp' zijn overdreven. De internationale hulporganisaties proberen wanhopig en met veel tamtam de Israëliërs en de rest van wereld zover te krijgen dat ze het Palestijnse volk te hulp schieten, in het besef dat alleen overdreven verhalen nog iemand in beweging kunnen krijgen. Misschien hebben ze gelijk, maar hun oproep komt te vroeg en tegelijkertijd veel te laat. Het gebruik van de term 'humanitaire ramp' bewijst in feite de dehumanisering van de Palestijnen. Is er geen bloem? 'Humanitaire ramp'. Is er bloem? Dan is er geen ramp.

De veronderstelling luidt dat de Palestijnen alleen maar dagelijks hun eten hoeven krijgen om niet als slachtoffers van een ramp te worden beschouwd. Als ze maar water en voedsel hebben, is er verder niets aan de hand. Maar mensen, ook de Palestijnen, heb nog een paar andere eerste levensbehoeften.

De echte humanitaire ramp in de Palestijnse gebieden begon lang geleden, en betreft niet de honger. Wie zijn buren als mensen ziet, weet dit heel goed. De schaal van de ramp wordt weliswaar erger, maar hij voltrekt zich al jaren en de voedselindex is niet de enige maatstaf. De dichtgedraaide geldkraan sinds de opkomst van Hamas dreigt de economische situatie misschien nog verder te verslechteren, maar het is een onzinnige gedachte dat de behoeften van de Palestijnen zijn vervuld en ons geweten schoon kan zijn als ze maar genoeg te eten hebben.

We hoeven geen woorden vuil te maken aan de omvang van de armoede in de Palestijnse gebieden. Vijfenzestig procent van de bevolking van Gaza en 48 procent van die op de Westelijke Jordaanoever leeft inmiddels onder de armoedegrens, en dit volgens een VN-rapport van afgelopen december, dus van vóór het besluit om de overdracht van hun belastinggeld aan hen te bevriezen.

Je hoeft geen economische deskundige te zijn om in te zien dat de toestand alleen maar erger zal worden, omdat 37 procent van de werkenden in Gaza - meer dan 73.000 mensen - in dienst was van de Palestijnse Autoriteit en nu in het bestaan wordt bedreigd door een gebrek aan geld om de lonen te betalen. Maar de Palestijnse samenleving, waarin een zeer sterke solidariteit heerst, zal ook deze ramp weten op te vangen.

Dankzij het voedsel dat wordt verstrekt door UNRWA en andere organisaties zal er nog niet zo gauw honger in Gaza heersen, ook al neemt het aantal mensen dat aan ondervoeding lijdt wel toe. Maar ook al hebben de Palestijnen zakken bloem en rijst, hun levensomstandigheden zijn benauwend. Ze leven in een gevangenis. Ze worden dagelijks vernederd en dat is zeker zo erg als ondervoeding. Wie om toestemming moet bedelen om zijn dorp uit te mogen, uren in de rij moet staan bij een controlepost om op zijn bestemming te komen, wie midden in de nacht met geweld van zijn bed wordt gelicht door het bezettingsleger, wiens tijd en leven als waardeloos worden beschouwd en wiens fundamentele menselijke waardigheid volledig is vertrapt, vindt geen troost in het feit dat er bloem en rijst voorhanden is.

Wie denkt dat hij maar een rantsoen bloem hoeft te verstrekken om verlost te zijn van elke verantwoordelijkheid voor het lot van het volk dat onder zijn bezetting leeft, lijdt aan een ernstig geval van morele blindheid. Als een Palestijnse jongere geen honger heeft, mag hij dan soms niet dromen, niet hopen op een carrière, op fatsoenlijk onderwijs, vakantie of de simpele genoegens van het leven? Als zijn maag niet helemaal leeg is, vergoedt dat dan het ellendige heden en de hopeloze toekomst? Het vertrek van Israël uit Gaza doet geen spat af aan de verantwoordelijkheid die het heeft voor het lot van de bewoners die in Gaza opgesloten zitten. Israël, dat hun verbiedt naar de Westelijke Jordaanoever te gaan - een schending van ondertekende akkoorden - en zowel uit Israël als uit Egypte de levering van goederen verhindert, is nooit één moment uit Gaza weggegaan.

De wereld en de Israëliërs met een geweten hoeven niet te wachten op het eerste Palestijnse kind dat verhongert om in het geweer te komen. Er zijn ook al genoeg Palestijnse kinderen omgekomen door al te schietgrage vingers of de beschamende gezondheidszorg. De verantwoordelijkheid ligt niet bij de internationale hulporganisaties, maar rust op de schouders van Israël. Alleen volgt het Israëlische geweten de laatste jaren maar één kompas, dat van de bezwaren uit Washington. Als Washington zwijgt, is alles geoorloofd. Wie tot nu toe heeft gezwegen, kan in zijn stilzwijgen volharden.

Wie niet wordt gekweld door zijn geweten of gestoord in zijn slaap door het Israëlische gedrag in de Palestijnse gebieden, kan in vrede blijven rusten. Er is geen 'humanitaire ramp'. Israël zal wel een oplossing voor de voedselcrisis vinden en de winkels in Gaza zullen geen gebrek aan bloem hebben. Maar wie meent dat de Palestijnen alleen eten nodig hebben, dient te bedenken dat zelfs in de dierentuin, waar het de dieren zogenaamd aan niets ontbreekt, mensen dikwijls schrikken van de omstandigheden waaronder zij gevangen zitten.

© Ha'aretz

Gideon Levy is journalist bij Ha'aretz.