Oostenrijk pronkt met 'consistente islam-politiek'

Europese imams vergaderden dit weekeinde over hun plaats in Europa. Tot een botsing van culturen kwam het niet. Wel was er lof voor het gastland Oostenrijk dat al sinds 1912 een wet over de islam kent.

Een manshoog barok schilderij van een Oostenrijkse kardinaal, een enorm kruisbeeld - de feestzaal van de universiteit van Wenen, afgelopen weekeinde het decor van een bijeenkomst van Europese imams, ziet er niet erg islamitisch uit. De imams spraken over de toenemende vijandigheid jegens moslims in grote delen van Europa. Maar tot een botsing van culturen kwam het niet. De ophef over de omstreden Deense cartoons van de profeet Mohammed, die de moslimswereld in rep en roer brachten, kwam slechts zijdelings aan de orde.

Wenen is voor Europese moslims een klein, politiek Mekka: de Oostenrijkse bondskanselier liet zijn gezicht zien, de minister van Buitenlandse Zaken, de burgemeester van Wenen en zelfs EU-commissaris Benita Ferrero-Waldner voor buitenlands beleid. En alle sprekers benadrukten hoezeer moslims het hadden getroffen in dit kleine land.

Opvallend was het betoog van de Hamburgse ayatollah Sayed Abbas Ghaemmagami, mufti van de Duitse shi'ieten en een vertrouweling van de Iraanse Opperste Leider Khamenei, die met harde theologische argumenten de verdeling van de wereld in 'een huis van het geloof' (de islamitische landen) en een 'huis van het ongeloof' weerlegde. Hij pleitte ervoor dat moslims zich bezinnen op hun verhouding tot andere religies, of ze nu leven in een land waar ze in de meerderheid zijn of niet.

Hoe beide groepen moeten samenleven, daarover waren de meesten het in grote lijnen wel eens: ongeveer zoals in Oostenrijk. Hier is het 'veel, veel beter' dan in het land waar zijzelf opgroeide, zei een Duitse politicologe Amena Shakir. 'Geen debat over hoofddoekjes, niks!' Axel Ayyub Köhler, voorzitter van de Centrale Raad van Moslims in Duitsland, was het hartgrondig met haar eens. In tegenstelling tot andere landen, zei hij, bestaat hier 'een consistente islam-politiek'.

Voor professionele vertegenwoordigers van moslims pakt het Oostenrijkse systeem in ieder geval goed uit. Sinds 1912, kort nadat het in meerderheid islamitische Bosnië werd ingelijfd, bestaat er al een wet op de islam. Die is altijd blijven bestaan, zij het zonder veel betekenis. Pas in 1979 werd hij weer geactiveerd en sindsdien is de islamitische geloofsgemeenschap (IG) een organisatie vergelijkbaar met christelijke kerken. Ze is het aanspreekpunt voor de overheid als het gaat over onderwerpen die te maken hebben met de 340.000 Oostenrijkse moslims. Ook organiseert ze het islamitisch onderwijs.

Anas Schakfeh, voorzitter van de IG, is zeer tevreden met het systeem. Er bestaat volgens hem 'volledige harmonie'. Hij heeft 'voor moslims meer bereikt dan in welk ander land dan ook', vertelt Schakfeh trots. De succesformule is volgens hem dat hij 'altijd de dialoog en nooit de confrontatie' heeft gezocht.

Het was een gepensioneerde Duitse ambtenaar die het Oostenrijkse systeem ook ideologisch duidde. Niet de Verenigde Staten met hun 'smeltkroes', zouden een model moeten zijn voor Europa, aldus de Duitse oud-ambassadeur Wilfried Murad Hofmann. Daar 'roken ze na vijftig jaar allemaal Marlboro en eten hotdogs'. Nee, dan liever Oostenrijks mozaïek, waarin iedere steen zichzelf kan blijven. Zijn ramadan-gebruiken zijn een middel tegen verslaving, zijn gebedspauzes helpen tegen stress, het verbod op rente voorkomt financiële speculatie.

Britten en Scandinaviërs reageerden op de conferentie terughoudend op Oostenrijkers die de dialoog prezen. De Deense imam Abdul Wahid Petersen zei 'teleurgesteld' te zijn over de nieuwe dialoog in zijn land. In plaats van 'mee beslissen' voelt hij zich ineens 'de ander' die aan de andere kant van de tafel 'een dialoog' mag voeren.