Nu echt besturen, met echte mensen op je stoep

Sinds de invoering van het duale stelsel, stappen meer Kamerleden tussentijds op om wethouder te worden in een grote gemeente.

Alleen al voor het salaris is het voor een Kamerlid aantrekkelijk over te stappen naar het wethouderschap. Een wethouder in een van de vier grote steden verdient per jaar ruim 115.000 euro, wat meer is dan een staatssecretaris krijgt en iets minder dan een minister (122.000 euro). Een Kamerlid verdient 80.000 euro.

Rob Oudkerk (PvdA) maakte de overstap naar wethouder in een grote gemeente vier jaar geleden, Laetitia Griffith (VVD) deed het vorig jaar, Peter van Heemst (PvdA) dit jaar. Nu doet Marijke Vos (GroenLinks) het en doen Adri Duivesteijn (PvdA) en Ruud Luchteveld (VVD) het ook.

Niet alle kandidaten waren bij voorbaat verzekerd van een wethoudersfunctie. Oudkerk, Vos en Van Heemst stonden eerst op de kandidatenlijst in hun stad en moesten afwachten of de partij voldoende stemmen haalde om te kunnen deelnemen aan het college. Griffith wel - zij werd tussentijds wethouder van Financiën in Amsterdam omdat haar partijgenoot Frits Huffnagel moest opstappen.

Ze zijn niet de eersten die de landelijke politiek verruilden voor een grote stad. Oud-staatssecretaris en -Kamerlid Jan Schaeffer (PvdA) werd wethouder in Amsterdam in 1978, oud-staatssecretaris Hans Kombrink (PvdA) werd in 1994 wethouder in Rotterdam. Dat jaar werd ook Kamerlid Peter Lankhorst (GroenLinks) wethouder in het Amsterdamse stadsdeel Bos en Lommer. Frank de Grave jojode van de Kamer naar Amsterdam en terug naar Den Haag en Hans Simons werd wethouder nadat hij staatssecretaris was geweest. Anderen werden burgemeester na lid te zijn geweest van de Kamer of het kabinet.

Maar nu zijn het er zeker zes die wethouder worden in vier jaar tijd. Belangrijkste oorzaak voor de trend is dat het nu gewoon kán, zegt politicoloog Philip van Praag van de Universiteit van Amsterdam. Sinds de invoering van het zogeheten dualisme - gemeenteraad en college staan nu tegenover elkaar - mogen wethouders van buiten de lokale politiek worden gehaald; ze hoeven niet eerst mee te doen aan de gemeenteraadsverkiezingen als potentieel raadslid.

Een wethouder van een grote stad moet harder werken dan een Kamerlid, is de inschatting van Van Praag. Ze hebben geen lange recessen zoals Kamerleden en daarnaast een zware verantwoordelijkheid. 'Dat is juist het aantrekkelijke voor die Kamerleden', zegt hij. 'Ze willen niet langer kritiek leveren vanaf de zijlijn maar zelf besturen. Ze willen de plannen waar ze al die jaren over hebben gesproken, zelf in praktijk proberen te brengen. Het is natuurlijk iets anders om altijd met de werkelijkheid bezig te zijn op papier dan om echte mensen op je stoep te krijgen die iets concreets van jou willen.'

Daarnaast gaan ze niet naar relatief kleine gemeenten als Bunnik waar het wethouderschap geen dagtaak is, maar naar grote steden, die volgens Van Praag te boek staan als 'uitdagend'. 'Wethouder zijn in een grote stad wordt gezien als een prestigieuze baan. Ze krijgen ook relatief veel aandacht van de media; van de grote lokale zenders en kranten, maar ook wel van de landelijke.'

Ten slotte zitten de Kamerleden die nu overstappen naar een wethouderschap, over het algemeen al lange tijd in het parlement. Volgens Van Praag weten ze dat ze niet meer zo'n grote kans hebben om staatssecretaris of minister te worden. 'Dan is een wethouderschap een mooie manier om te ontsnappen aan de Haagse kaasstolp en alsnog te besturen.'

Zelf voeren de nieuwe wethouders vooral het argument aan dat ze als wethouder eindelijk eens kunnen besturen. Laetitia Griffith zei: 'Het is fantastisch, jeetje, ik mag in die prachtige grote stad waken over een enorm budget, overal in de keuken kijken. Ik denk dat veel mensen dat een dróóm zouden vinden.' Voor Griffith heeft de overstap overigens verkeerd uitgepakt - binnenkort wordt ze gewoon gemeenteraadslid omdat de VVD niet in het Amsterdams college komt.

Tweede-Kamervoorzitter Frans Weisglas betreurt het vertrek van Kamerleden 'Na de laatste gemeenteraadsverkiezingen verliezen we weer tientallen jaren Kamer-ervaring aan colleges in gemeenten', zei Weisglas dit weekeinde tegen BNR Nieuwsradio. 'Ik maak me daar grote zorgen over.' Hij stelt vast dat de Kamer blijkbaar niet langer het hoogste doel is voor een politicus. 'Vroeger gingen politici vanuit de gemeenteraad naar het college van burgemeester en wethouders en daarna uiteindelijk naar de Tweede Kamer. Nu kiezen Kamerleden voor een baan in het college, terwijl de Tweede Kamer toch het hoogste controlerende college is.'

Sinds 2003 zijn er zo'n twintig Kamerleden vertrokken of overgestapt, vooral uit de VVD-fractie.