Niets tegen huisartsen met apotheker in dienst

1 De politici maken zich zorgen om belangenverstrengeling, nu huisartsen in Boxmeer een huisartsenapotheek opgezet hebben en daarbij een apotheker in dienst hebben genomen (NRC Handelsblad, 8 april). Naast de huisarts en de apotheker bestaat altijd al de apotheekhoudende huisarts.

Deze verzorgt op het platteland de medische en farmaceutische zorg, tot tevredenheid van de daar wonende patiënten. Als het gevaar van belangenverstrengeling zou bestaan, dan zouden apotheekhoudende huisartsen daaraan bloot moeten staan. Nooit echter is gebleken dat deze groep huisartsen uit financiële motieven meer, en onnodig, medicijnen zou voorschrijven.

In tegendeel: al jaren blijkt uit de cijfers van de zorgverzekeraars dat patiënten bij een apotheekhoudende huisarts vele tientallen euro`s per jaar goedkoper de medicatie krijgen dan patiënten bij een apotheek. Volgens de laatste gegevens bedraagt dit voordeel voor verzekeraars 65 euro per patiënt per jaar. Daarnaast is er geen enkele beroepsgroep in de gezondheidszorg zo goed op de hoogte van het medicijnengebruik van de patiënt als de apotheekhoudende huisarts en de huisartsen met apotheker in dienst. Dit komt de kwaliteit van de zorg direct ten goede.

Maak de positie van apotheek, apotheekhoudende huisarts, huisartsenapotheek en ketenapotheek wettelijk gelijk. Wij durven de concurrentie aan en garanderen minstens een gelijkwaardige kwaliteit en een betere service tegen een lagere prijs.

Ralph Koeleman

Middenmeer, voorzitter apotheekhoudende afdeling LHV

2 Minister Hoogervorst wil belangenverstrengeling tussen arts en apotheker gaan aanpakken en zo op geneesmiddelenkosten besparen. Misschien kan hij eens kijken naar de grote commerciële belangen die de apotheker reeds tientallen jaren heeft bij het afleveren van geneesmiddelen. De apotheker heeft immers een direct commercieel belang bij de aflevering van bepaalde soorten geneesmiddelen.

De winst op geneesmiddelen voor de apotheker wordt bepaald door het verschil tussen inkoopprijs en de vergoeding die hij van de verzekeraar ontvangt. Reeds twintig jaar wordt in de Kamer aangedrongen op het beperken van deze winst (die bovenop het reguliere inkomen van apotheker komt), maar in de praktijk lukt het niet goed. De schatting van de omvang van deze macro-economische winst in 2003 was 600 miljoen euro. Dit betekent 50.000 euro per apotheek. Hieruit blijkt de macht van deze beroepsgroep. Als minister Hoogervorst daadwerkelijk iets wil doen aan de hoge uitgaven (en de groei daarvan) voor geneesmiddelen dan kan hij de omvangrijke apothekerswinsten aanpakken zodat de patiënt niet te veel betaalt voor zijn geneesmiddelen.

Alphons Mantel Utrecht