Nationale aanpak voor Europees landschap

Menige boer zal caravans gaan 'telen'. Het EU landbouwbeleid zorgt voor een grootschalige nivellering van het Europese landschap. Dit wordt nog veel erger wanneer het Europese landbouwbeleid zal worden geliberaliseerd en boeren gedwongen worden tot concurrentie op de wereldmarkt. Aldus de doemscenario's van Johan Meeus, Rob Schröder en Wil Zonneveld (Opinie & Debat, 25 maart).

Terecht vragen de auteurs om aandacht voor meer diversiteit. Binnen de Europese ontwikkelingen kan iedere lidstaat, en dus ook Nederland, vormgeven aan een eigen landschapsbeleid. Net zo min als de oude steden niet (meer) gesloopt worden om de auto ruim baan te geven, hoeft ook het platteland niet overal afgestemd te zijn op de grootste combines.

Veel belangrijker dan het aanwijzen van Europese 'boosdoeners', zoals het Europese landbouwbeleid of het Europese regionale beleid, is het definiëren van een drietal strategieën om het landschapsbeleid in Nederland binnen de grenzen van het Europese beleid verder vorm te geven. Die hebben te maken met ruimtelijke ordening, het toekomstige Europees landbouwbeleid en met geld dat vrijgemaakt wordt om in landschap te investeren.

1. Gelukkig behoort ruimtelijke ordening nog tot de competentie van de lidstaten. Daarmee kunnen ook de randvoorwaarden voor een adequaat beleid voor de bescherming van het landschap worden ingevuld. De decentralisatie van de Nota Ruimte biedt lokale en regionale overheden mogelijkheden voor diversiteit. Doeltreffende controle moet ervoor zorgen dat niet iedere gemeente weer het zoveelste industrieterrein toevoegt aan de bestaande saaiheid en dat een wethouder uit 'medelijden' met de boeren in zijn gebied een ruimhartig beleid voert met het kappen van houtwallen. Het mag geen vanzelfsprekendheid zijn dat bij de belangenafweging op lokaal niveau de economische belangen de boventoon voeren. Laat staan dat daar vanzelfsprekend bij het niet kappen van een houtwal een vergoeding tegenover staat. Het is geen recht van boeren om van hun land een 'Flevopolder' te maken. Duidelijke sturing vanuit het rijk is onmisbaar.

2. In het artikel worden de verwachtingen uitgesproken dat er geen boeren meer zijn om het landschap te onderhouden. Welke ontwikkelingen zich feitelijk voor gaan doen zal sterk beïnvloed worden door het toekomstige landbouwbeleid en de financiële steun die de samenleving wil betalen voor de instandhouding van het cultuurlandschap.

De nu ingevoerde hectaretoeslagen zijn voor veel veehouders een belangrijke aanvulling op hun inkomen. Met gemiddeld zo'n 400 euro per ha. en een gemiddeld bedrijf van 30- 40 ha. wordt een substantieel deel van het inkomen van een veehouder verkregen met de EU-gelden.

Dankzij het nieuwe hervormde EU-landbouwbeleid zijn er veehouders die het landschap voor een goedkope prijs onderhouden. In ruil voor hectaretoeslagen kunnen boeren voor relatief weinig geld belangrijke maatschappelijke diensten (landschap, natuur, milieu) leveren. Bij de hervorming van het Europese landbouwbeleid in 2003 is de verplichte 'cross-compliance', het 'voor-wat-hoort-wat'- principe ingevoerd. Dat betekent dat van boeren verwacht wordt dat bij de productie rekening gehouden wordt met Europese richtlijnen op het gebied van milieu en dierenwelzijn. Van lidstaten wordt verwacht dat ze naast deze richtlijnen normen formuleren voor een goede landbouwkundige en milieuvoorwaarden van het land, zoals het instandhouden van landschapselementen.

Vergeleken met de wijze waarop Groot-Brittannië daar invulling aan geeft, heeft Nederland dit minimaal gedaan. Juist gelet op de relatief grote politieke bezwaren in Nederland tegen de hectaretoeslagen aan de boeren biedt dit Nederland kansen - net als Groot-Brittannië - om zijn landschapsbeleid op deze wijze te versterken. Daarnaast is op de Europese Raad van december over de financiële perspectieven de mogelijkheid gecreëerd om 20 procent van de hectaretoeslagen te gebruiken voor plattelandsontwikkeling. Ook hier kan een voorbeeld genomen worden aan Groot-Brittannië.

3. Versterken van de landschappelijke kwaliteit vereist behalve het behoud van bestaande kwaliteiten ook investeren in en het ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten. De Europese plattelandsgelden bieden de lidstaten mogelijkheden om het landschap te verbeteren. Maar in het huidige Nederlandse plattelandsprogramma zijn die gelden vooral ingezet om gronden aan te kopen voor natuur.

Het gaat dus om keuzes die de lidstaten zelf maken. Het budget voor de nieuw benoemde nationale landschappen is zeer beperkt. Het Europese plattelandsbeleid voor 2007-2013 biedt mogelijkheden voor cofinanciering van Nederlandse maatregelen gericht op versterking van het landschap. Uiteraard rekening houdend met de regionale identiteit en diversiteit. Dat betekent wel dat Nederland zelf meer geld moet vrijmaken om in landschappelijke kwaliteiten te investeren. In een dichtbevolkt land zou dat toch moeten kunnen.

www.nrc.nl/opinie:Artikel Meeus, Schröder. Zonneveld 'Caravans in plaats van koeien - dat is geen mooi Europa, maar het komt wel'.

Joost de Jong is werkzaam bij de Europese Commissie. Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

    • Joost de Jong