Naast mij kreeg een jongen met een colabuik een lachaanval

Marmeren vloeren, hoge plafonds en mensen die een mengeling van ongelofelijke onzekerheid en arrogantie uitstralen. Een gymnasium. Ik dacht altijd dat ik het gymnasiumgevoel alleen op mijn eigen oude school kon krijgen, maar het kon dus ook in Den Haag, op het Haganum. Geef mij een school waar de hal 'atrium' heet en ik ben weer veertien.

Het Haganum had schrijvers en dichters uitgenodigd voor een festival waar de school eigenlijk te klein voor was. Abdelkader Benali verkocht achter een tafeltje boeken aan bewonderende juffen. Manon Uphoff stond er nors naast. Misschien leek zij te veel op een juf om boeken te kunnen slijten. Gummbah las in het scheikundelokaal voor onder de educatieve prent Entwicklung des Lebens, wat ik Gummbah-achtig vond.

In de dampende aula praatte Jan Siebelink met oud-leerling Paul Verhoeven over de verfilming van Knielen op een bed violen. Ik had graag gehoord hoe een episch verhaal over het calvinisme paste in het rijtje Total Recall-Basic Instinct-Showgirls, maar dat lukte niet, omdat ik achter vijfhonderd gymnasiasten stond.

Ik ging naar lokaal 21, de poetry slam. Kinderen van allerlei scholen waren hier voor de finale. Pubers die gedichten voorlezen: een kwetsbaarder bevolkingsgroep bestaat niet. Maar het type 'jongetje in een loden jas met een gezicht met ontzettend veel pukkels en krullend donkerblond haar, dat met een enigszins stuurse uitdrukking over de binnenplaats liep', zoals dichteres Hanny Michaelis, schoolgenoot en ex van Gerard Reve hem als puber omschreef, zat er helaas niet tussen. De Reve hier was Phil van het Rijswijks Lyceum - geen loden jas, maar een strak zwart pak met gympen eronder. Hij las voor uit een van zijn vele werken over het harde leven in de gevangenis: 'Zoekend naar een gat, een spleet/ waar lucht door kan'. Fataal. Naast mij kreeg een jongen met een colabuik een lachaanval die nooit meer ophield.

De meeste tijd bracht ik door op de gang, net als vroeger. Daar gebeurde het. Ruzies, geflirt, identiteitscrises. 'Maar hij zei dat jij had ge-sms't dat als hij hier om tien uur zou zijn, ik al weg zou zijn.' 'Hiiiiii. Neeeeee, Mees! Niet doen!' 'Aviva, pass me die joint.' Daarbovenuit een ouder: 'Ik haal je om twaalf uur op, en dan moet je buiten staan. Buiten. Echt. Buiten. Om twaalf uur.'