Luciano Berio is nog altijd actueel en voorbeeldig

Concert: Asko Ensemble en leden van het Nederlands Kamerkoor. Gehoord: 8/4 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 11/4 20 uur.

De muzikale terugblik was een favoriete vorm van Luciano Berio (1925-2003). Vele oudere werken, van Barok tot Romantiek, orkestreerde hij opnieuw en voorzag ze in meer of minder opvallende mate van zijn eigen handtekening.

Daarom klonk Diederik Wagenaars nieuwe Ricordanza zo toepasselijk tijdens de Zaterdagmatinee waarop Berio's Laborintus II (1965) centraal stond. In Ricordanza hergebruikt Wagenaar materiaal uit Monteverdi's Orfeo (1607) op een manier die erg aan Berio doet denken. Flarden bekend materiaal klinken met een onaards teer timbre, of boven vervreemdende grondtonen. Soms valt die grond ineens onder je voeten vandaan, of komt het geheel abrupt tot stilstand. In enkele intermezzo's verraden repetitief rondgalmende klarinetten nog iets van Wagenaars stoere Haagse School-verleden, maar verder is hij in Ricordanza vooral bescheiden en vol respect, voor Monteverdi én Berio.

Gerard Bouwhuis bracht Martijn Paddings pianoconcert Unequal Parts in première. Elk van de drie delen begint subtiel en sfeervol, wordt in een helder volgbaar proces uitgebouwd, maar weet de spanning niet vast te houden. Het eerste deel, nog het sterkste, klinkt als een razendsnel proces dat in extreme slowmotion wordt gespeeld, met regelmatige pulsen en een melodie vol voorslagen. Hierna wordt het gebrek aan spanning echter te groot. Bouwhuis speelde met overtuiging, maar dat mocht weinig baten. Dat in het publiek iemand diep zat te snurken was storend, maar helaas ook begrijpelijk.

Berio's meesterlijke Laborintus II werd geschreven in opdracht van de Franse en Italiaanse radio. Hoewel het in alle opzichten een muzikaal werk is, moet het dankzij een belangrijke hoorspelachtige component ook morgen, bij de herhaling op Radio 4, erg goed werken.

Er is een verteller (de beheerste Fosco Perinti), die een collage van teksten voordraagt waaraan de hele compositie hangt. Allerlei klank- en stijlassociaties maken er een typisch jaren zestig-werk van, maar op de elektronische tussenspelen na klonk het eigenlijk nergens gedateerd. Emilio Pomárico dirigeerde met gevoel voor spektakel, en liet koor en ensemble af en toe lekker tekeer gaan, op een herhaald 'silenzio' bijvoorbeeld. Soms gaf hij slechts cues, zoals bij de elektronische delen, of wanneer tijdens een jazzfragmentje even vrij gesoleerd mocht worden.

De sopranen Claron McFadden, Willemijn van Gent en Marieke Koster zongen als betoverende sirenen, en ook een overtuigend geagiteerde soliste uit het koor verdient aparte vermelding. Het Asko Ensemble, woensdag weer in het Concertgebouw, schitterde boven alles uit.

    • Jochem Valkenburg