Kun je stelen van de bibliotheek?

Gerard Reve is verantwoordelijk voor een van die schaarse momenten dat een boek me daadwerkelijk wist te onthutsen - de ervaring eigenlijk die de zin is van het lezen. Goede boeken zijn er genoeg, hele goede zelfs, maar boeken waarvan je na en tijdens lezing ondersteboven bent, die je op je grondvesten doen schudden - alleen dat al, dat je grondvesten hebt, is een belangrijke ontdekking - zijn zeldzaam. Ik heb het daarna nog enkele keren meegemaakt, met dichters zowel als prozaïsten, maar niet vaak.

Maar de eerste was Reve. In de schoolbibliotheek - ik zal een jaar of dertien zijn geweest - vond ik Op weg naar het einde. Je moet wat, dus ik las het. Het was mijn definitieve afscheid van het kinderboek. Eindelijk, want ik had de kinderafdelingen van zowel de plaatselijke als de schoolbibliotheek uit. (Men moet weten: er was toen alleen jeugdtelevisie op woensdagmiddag en de videorecorder moest nog uitgevonden worden of was niet tot mijn directe omgeving doorgedrongen.)

Voor het eerst begreep ik, beter: vermoedde ik, wat literatuur kon doen. Eerdere boeken voor volwassenen die ik had geprobeerd waren misschien moeilijk, soms onbegrijpelijk, maar leken toch vooral weinig te bieden te hebben. Het avontuur van het kinderboek geofferd, niets ervoor in de plaats. Tot Op weg naar het einde. Hier gebeurden dingen die ik niet eerder was tegengekomen, en die veel spannender waren dan wat ik gewend was. Ik raakte gefascineerd door de lange zinnen, bijzin na bijzin, terzijde, heroverweging, associatie, anekdote tussendoor, afrekening, grap, wat maar van pas kwam, die toch steeds weer op hun pootjes terechtkwamen. Dat ik niet alles ten volle kon doorgronden, droeg alleen maar bij aan de sensatie. Het is altijd het mooiste om net boven je macht te lezen.

Hoe het kwam vroeg ik me toen niet af. Pas later ben ik erover gaan nadenken, zonder er ooit helemaal uit te komen. Wat maakt een geweldig boek, een echt goed gedicht? Je hebt het gevoel dat je het aan kunt wijzen, dat je het vast kunt pakken, dat het iets heel eenvoudigs is, iets tastbaars. Ik heb het bij gebrek aan een beter woord wel noodzaak genoemd, en waarheid, er zijn er die het spanning noemen of urgentie, maar zeker is: het is iets, want als het niets was, dan had het niet bestaan.

Ik heb - een kwestie van simpelweg niet terugbrengen - het boek niet meer afgestaan, wat misschien betekent dat ik het gestolen heb. (Hoewel, van de bibliotheek, van school? Dat is geen stelen, dat is leesbevordering. een onderwijskundig succesje.)

Meewarig bekeken door de lerares Nederlands, alsof ze niet geloofde dat ik het boek werkelijk begreep - wat ik niet begreep, begrijp ik nu (dat is het mooie van begrijpen: het kan altijd later), is dat het háár boven de pet ging; toen geloofde ik nog, nou ja, misschien niet in de rudimentaire intelligentie van de mens, ik was ook weer niet gek, maar toch nog wel in die van gemiddeld onderwijzend personeel - leverde ik enkele dagen later mijn 'leesverslag' in, waarvan ik mij gelukkig niets herinner.

Overigens kan ik Op weg naar het einde, met het rode stickertje op de rug en het schoolstempel voorin, in mijn boekenkast niet terugvinden. Of de eerlijke lener het zo snel mogelijk wil terugbrengen: ik ben ontstemd.