Kabinet: beperk groei EU

De Nederlandse regering meent dat, na een uitbreiding met de landen van de westelijke Balkan en Turkije, er geen landen meer tot de Europese Unie moeten worden toegelaten. De regering is fel gekant tegen de invoering van een zogeheten 'tussenlidmaatschap' - zoals in Nederland het CDA voorstaat.

Een en ander staat in een brief die minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken, VVD) bevestigde vandaag in de Volkskrant dat Nederland zich verzet tegen de bij sommige EU-landen bestaande wens om met ex-sovjetrepublieken als Moldavië en Oekraïne te spreken over een mogelijk kandidaat-lidmaatschap. 'De Europese Unie dient voorlopig geen toekomstperspectief aan te bieden aan buurlanden van de Europese Unie die dat thans niet hebben', heet het in de brief van Bot. De regering meent dat zulke landen voldoende gebaat zijn bij het door de EU gevoerde 'nabuurschapsbeleid'.

Faliekant keert Bot zich tegen de invoering van een 'tussenlidmaatschap' voor landen die tot de EU willen toetreden. Hij reageert daarmee op een in het Europese parlement aanvaarde resolutie van de christen-democraat Elmar Brock over studie naar zo'n lidmaatschap. Hoewel Bot dat niet vermeldt, heeft zijn eigen CDA onlangs een vergelijkbaar voorstel gelanceerd, waarin het tussenlidmaatschap 'partenariaat' heet.

Invoering van zoiets, meent Bot, zou landen waaraan geen lidmaatschapsperspectief moet worden geboden (zoals Oekraïne) 'valse hoop' geven dat er op den duur wél zo'n perspectief bestaat, en landen die thans wel de status van kandidaat-lid hebben (zoals Turkije) 'de indruk geven dat de Europese Unie terugkomt op eerder gedane toezeggingen. In beide gevallen roept dat in de betrokken landen de vraag op of de EU nog wel een betrouwbare partner is.'' Bovendien is 'tussenlidmaatschap' onmogelijk omdat het Europees Verdrag niet in zo'n status voorziet, aldus Bot.

Hoewel uit de context van de brief blijkt dat Bot er vanuit gaat dat de landen op de Balkan die thans nog geen (kandidaat-)lid zijn op den duur zich wel bij de EU zullen voegen, bepleit de minister van Buitenlandse Zaken grotere gestrengheid bij de toetredingsonderhandelingen dan in het verleden. Zo zegt hij dat aan landen met uitzicht op toetreding wél de status van kandidaat-lidstaat zou kunnen worden verleend, maar zonder de opening van toetredingsonderhandelingen. Bij landen waarmee de EU een Stabilisatie en Associatie Overeenkomst heeft getekend, zou scherp gecontroleerd moeten worden of ze deze ook voldoende uitvoeren.

Binnen de Nederlandse politiek bestaat er buiten het CDA nauwelijks steun voor de gedachte van een tussenlidmaatschap. Coalitiepartner VVD is afkerig van wat Europawoordvoerder Van Baalen 'het B-lidmaatschap' noemt. PvdA-buitenlandwoordvoerder Koenders is dezelfde mening toegedaan, maar vreest ook nadelige consequenties voor de ontwikkeling van de democratie in de voormalige sovjetrepublieken, wanneer aan deze landen elk perspectief op toetreding van de EU zou worden ontnomen.