'Het wordt tijd dat de bond in het waterpolo investeert'

Ondanks een nederlaag (7-9) op de slotdag tegen Griekenland plaatsten de Nederlandse waterpoloërs zich voor het EK, over vijf maanden in Belgrado. Maar de kopzorgen blijven.

Mark Hoogstad

Een van hun grootste supporters stapte na afloop als eerste op hen af. Grijnzend beukte Pieter van den Hoogenband op de brede schouders van de Nederlandse waterpoloërs, die in de ogen van de zwemmer een felicitatie verdienden. Al jaren peddelt de ploeg tegen de stroom in, maar capituleren? Dat nooit. Zoveel strijdlust kan, ongeacht de tak van sport, per definitie rekenen op goedkeuring van de drievoudig olympisch kampioen.

Plaatsing voor het Europees kampioenschap, over minder dan vijf maanden in Servië en Montenegro, hadden de waterpoloërs een dag eerder al afgedwongen, dankzij een monsteroverwinning (17-3) op het nietige Moldavië. Maar op de slotdag van de driedaagse in Eindhoven wist de nationale ploeg de schade beperkt te houden tegen toernooiwinnaar Griekenland, een van de toplanden in het mondiale waterpolo: 7-9. En ook dat was Van den Hoogenband niet ontgaan.

Het dappere verweer tegen de Grieken, vorig jaar derde bij het WK in Montréal, leidde naderhand tot voorzichtig optimisme langs de badrand van het nationale zwemcentrum. Niet alleen was de in topsportkringen heilige A-status bij sportkoepel NOC*NSF gewaarborgd, het vertoonde spel bood aanknopingspunten voor de nabije toekomst, meende bondscoach Johan Aantjes. 'We houden ons goed staande tegen een van de toplanden, dus dat zegt wat over de potentie van deze groep.'

Maar op steun van de eigen zwembond hoeft Aantjes, twee maanden geleden teruggekeerd als hoofdcoach, niet te rekenen. Het beschikbare geld voor de topsport gaat de komende jaren naar het zwemmen en - pijnlijk genoeg - naar de waterpolosters, die zich gisteren in Nancy eveneens plaatsten voor de Europese titelstrijd in Belgrado. Desondanks hoopt Aantjes (47) de komende weken zowel de bond als NOC*NSF alsnog te overreden om zijn spelers niet aan hun lot over te laten. 'Ik hoop dat we hier de afgelopen dagen goodwill hebben gekweekt, en dat men beseft dat er in de aanloop naar het EK geïnvesteerd moet worden in een degelijk voorbereidingsprogramma.'

Tot die tijd moet de oudste olympische teamsport het in Nederland hebben van, aldus Aantjes, 'enkele enthousiastelingen à la Pieter van den Hoogenband'. Die schoot de ploeg vorige week te hulp, toen bleek dat de armlastige zwembond de poloërs tijdens hun verblijf in Eindhoven had ondergebracht in een jeugdherberg. Grotendeels op zijn kosten verhuisde de selectie naar een viersterrenhotel in het centrum van de stad.

Natuurlijk: zijn zes jaar jongere broer Robert maakt deel uit van de ploeg, en van een paar nachtjes in een jeugdherberg is geen topsporter slechter geworden, weet VdH uit eigen ervaring. Maar Van den Hoogenbands genereuze gebaar moest vooral worden uitgelegd als 'een signaal aan de beleidsmakers', want: 'Topsport betekent het invullen van randvoorwaarden, en dus moet je dat doen'.

Maar kom daar eens om in Nederland. Gerben Silvis, met acht treffers (in drie duels) topscorer in Eindhoven, is het gevecht om erkenning zo langzamerhand beu. 'Wij investeren in het Nederlands waterpolo, het wordt tijd dat het Nederlands waterpolo ook eens in ons gaat investeren', mokte de 30-jarige waterpoloprofessional van het Griekse Vouliagmeni gisteren.

Silvis, al tien jaar lid van de nationale selectie, twijfelt of hij zich nog langer beschikbaar moet stellen. Deelname aan het EK is voor hem geen uitgemaakte zaak. Waterpolo is en blijft, alle potentie ten spijt, het stiefkindje van de Nederlandse topsport. 'Ik word een dagje ouder, dus dat speelt ook mee. Maar het meest frustrerend is nog wel dat wij ons al jaren niet optimaal kunnen voorbereiden, omdat we de middelen niet hebben om mensen vrij te stellen van hun maatschappelijke verplichtingen. Dus zijn we vrijwel nooit compleet of moeten mensen eerder weg bij de training, en moeten zij zich druk maken over de vraag of ze nog moeten tanken.'

Mede door de beperkte mogelijkheden heeft aanvoerder Arno Havenga (31) inmiddels voor zekerheid gekozen. Na een vijfjarig profavontuur in Frankrijk (Olympic Nice) keert de linkshandige routinier binnenkort terug in Nederland om per 1 juni parttime in dienst te treden als manager van de waterpolosters. 'Alleen als de programma's van de mannen en de vrouwen elkaar niet bijten, doe ik mee aan het EK.'

Silvis hoopt snel 'een positief geluid' te vernemen. Zo niet, dan haakt ook hij af. En gaat de aanvaller komende zomer alleen waterpoloën tegen betaling op Malta.

    • Mark Hoogstad