Citaten van Reve

Geef mij maar Goya, of Bosch. Daarbij komt, dat ik een dolle haat koester jegens alles wat gebrekkig of plat praat. Dat komt vermoedelijk door mijn jeugd. Het huis zat altijd vol met mensen, die precies wisten wat er aan de wereld schortte, maar zeer plat Amsterdams praatten en ieder werkelijk denken en werkelijk scheppen haatten.

Uit: De Taal der Liefde. Amsterdam, 1971

Aan Sint-Vincentius

Al mijn werk wordt oud papier,

doch dit hindert mij geen zier:

zo het strekt, door Uw erbarmen

tot een hulp in nood der armen.

Uit: Verzamelde gedichten. Amsterdam, 1987

Ik wilde wel dat we, eerst met onzekere maar allengs met krachtiger stem, een lied zouden aanheffen, dat allen zou gedenken die eens geleefd hadden, en dat alles moest vieren, dat eens adem had gehad; wier namen te talrijk waren dan dat alle verf, linnen, inkt en papier ze ooit zouden kunnen bevatten, maar die geschreven stonden in het Boek dat misschien eens door het Lam, en door het Lam alleen, zou mogen worden geopend.

Uit: Veertien etsen van Frans Lodewijk Pannekoek voor arbeiders verklaard door Gerard Kornelis van het Reve. Amsterdam, 1967