Bij de pianist Leif Ove Andsnes zingt alles in de muziek

Concert: Leif Ove Andsnes, piano. Gehoord: 9/4 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 7/5 20 uur.

Hij moet een keiharde werker zijn, de Noorse pianist Leif Ove Andsnes (1970). Want er zijn maar weinig musici, die zó ontspannen met een bijna volmaakte instrumentale trefzekerheid kunnen spelen. Maar daar begint het pas bij de integere Andsnes, die met zijn ontwapenende muzikaliteit van hart tot hart spreekt. Of liever, zingt. Want bij Andsnes zingen niet alleen de hoofdmelodieën, maar ook alle tussenstemmen en akkoorden.

Tijdens de Nederlandse première van het aan Andsnes opgedragen The Shadows of Silence (2003-2004) van de Deense componist Bent Sørenson zong behalve de vleugel ook Andsnes zelf. Beierende kerkklokken in Europa inspireerden Sørenson tot zijn delicate bespiegelingen over het fenomeen stilte. Als rimpelingen in het gladde wateroppervlak van een door de maan beschenen vijver, welden er schaduwen op uit een verstilde droomwereld. Soms verdichtte het zachtmoedige gebeier van de repeterende noten zich even tot angstaanjagende visioenen, die weer wegebden in ijle klankwolken, waarin het geneurie van Andsnes resoneerde als het lied van de planeten in de onmetelijke ruimte van de kosmos.

Florestan, de hartstochtelijke, en Eusebius, de melancholische, manifesteerden zich om beurten in Schumanns Vier Stücke op. 32, weinig gespeelde juweeltjes waarin de nog jonge Schumann zijn relatie tot Bach en Mozart onderzocht. Spontaan en pretentieloos raakte Andsnes als vanzelf de lyrische kern van deze charmante werken.

Hoe fenomenaal deze Noorse pianist complexe muzikale structuren kan doorzien, bleek uit zijn weergaloos heldere, vloeiende en ontroerende interpretatie van Beethovens Sonate nr. 3. Terwijl veel pianisten zich in deze veeleisende en quasi onsamenhangende late sonate vastbijten in het krampachtig weergeven van details, verloor de met overgave in het hier en nu musicerende Andsnes geen seconde het overzicht. Hier klonk geen grimmige en wanhopige Beethoven, 'Ermatted, Klagend', en met gebalde vuisten. Hier klonk het intens melancholieke gezang van een oud, wijs en berustend mens.

Daarna nog een complete Schilderijententoonstelling van Moessorgski moeten beluisteren, leek teveel gevraagd. Maar ook hier won de inspiratie het, dankzij warmte en fantasie, van het voorspelbare in suggestieve klankschilderingen met fenomenaal effect.