'Zou de wetgever wel eens vonnissen lezen?'

Vijftien jaar was hij bij de Amsterdamse rechtbank dé rechter op het gebied van financiële fraude. Nu stapt Maarten Mastboom over naar het gerechtshof. Over de ivoren toren, Clickfonds en de politiek.

Nederland, Amsterdam, 30-03-2006 Maarten Mastbroek, Rechter aan het hof van Justitie aan de Parnassusweg in Amsterdam. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Tijdens de lopende strafzaak tegen de voormalige Ahold-top loopt hij soms de rechtszaal binnen. Dan gaat hij even zitten, op de achterste rij, en volgt de verrichtingen van de meervoudige strafkamer van de Amsterdamse rechtbank. Jaloers op zijn collega-rechters die deze historische zaak mogen doen? Enkele dagen later, thuis in Amsterdam-Zuid, moet Maarten Mastboom er hard om lachen: 'Jaloers? Welnee joh!'

Maar toch. Hij is even stil. Draait de deksel op de thermoskan koffie. Dan, zachtjes: 'Nou ja, het is natuurlijk wel een prachtige zaak.'

Jarenlang was hij als vice-president voorzitter van de fraudekamer van de Amsterdamse rechtbank. Na een lange loopbaan begon hij deze week bij het gerechtshof op de Prinsengracht. Weg uit de vuurlinie en het drukke bestaan als rechter 'in eerste aanleg'. Nu komt er ('als het goed is', glimlacht hij) meer tijd voor reflectie.

De afgelopen vijftien jaar velde hij een oordeel over een groot deel aansprekende financiële fraudezaken in Nederland. Om maar wat te noemen: HCS en RDM (met Joep van den Nieuwenhuyzen), de Content-zaak (met Arie Maas), de voorwetenschapskwestie met Cor Boonstra, het effectenhuis Nusse Brink, Veer Palthe Voûte en natuurlijk Operatie Clickfonds. In deze meest omvangrijke financiële fraudezaak ooit was Mastboom voorzitter van de 'Clickfondskamer', de speciaal voor deze zaak samengestelde rechtbank.

Zijn vonnissen moeten eigenlijk voor zichzelf spreken, vindt hij. Maar op een kruispunt in zijn werkzame leven wil hij één keer in de krant terugkijken op de ontwikkelingen in fraudeland: 'Daar is het onderwerp belangrijk genoeg voor. Vaak komen alleen high profile zaken in het nieuws. Maar er speelt natuurlijk meer.' Hij wijst naar het meest recente rapport van de Algemene Rekenkamer over fraudebestrijding (2004), waarin onder meer werd geconstateerd dat de overheid nog steeds te weinig zicht heeft op het tegengaan van fraude. En er is nog zoiets dat hij typeert als 'het verdriet der rechters'. Want af en toe, zegt Mastboom, 'vraag je je af of de wetgever wel eens rechterlijke uitspraken leest. Vonnissen zijn voor rechters het enige middel waarmee we bij tijd en wijle een klok kunnen laten luiden. We proberen wat te signaleren, ook zaken die wellicht eens anders moeten. Maar vaak denk ik: pik dat nou eens op! De Tweede Kamer windt zich erg op over bijvoorbeeld zedendelicten. Maar financiële fraude: ze zijn er niet erg mee bezig, vindt u wel?'

Waar doelt u dan op?

'Kijk eens naar sommige te lage maximumstraffen en dus ook korte verjaringstermijnen, zoals bijvoorbeeld bij een delict als oplichting, dat enorme proporties kan aannemen. Of naar de lage maximumboete voor voorkennis. Het zijn allemaal zaken die in vonnissen worden gesignaleerd, maar waar de wetgever niets mee doet.'

Er is te weinig aandacht voor financiële fraude?

'Veel prioriteit heeft het niet, heb ik de indruk. En of er genoeg kennis is, mag je je ook afvragen. Neem een ander stokpaardje van me: faillissementsfraude. Elke twee jaar vraag ik weer hoe het ermee staat. Maar dat soort zaken worden nooit bij mij aangebracht, terwijl het een ernstig delict is.'

Is er genoeg kennis bij opsporingsinstantie FIOD-ECD en het openbaar ministerie?

'Over het algemeen ben ik niet zo negatief over de FIOD-ECD. Ze zijn beter geworden. Hebben wel een beetje de neiging door te denderen, maar dan moet de officier van justitie stevig in zijn schoenen staan en ze kunnen sturen. Maar ja, die moet dan wel de tijd krijgen zich te ontwikkelen en zich het specialisme eigen te maken. Ik heb zoveel goede mensen weer snel zien weggaan bij justitie. Helaas wordt fraude, net als milieucriminaliteit, niet als iets natuurlijks in een carrièrelijn gezien. Je kan er geen status mee krijgen. Ze doen dat een paar jaar en dan worden ze teamleider of gaan ze zitten vergaderen. Tja, dan moet je als OM weer van voren af aan beginnen, want goede topadvocaten uit dit vakgebied gaan die overstap niet maken. Godzijdank heeft zo'n Biemond [officier van justitie die overstapte van Allen & Overy naar het OM, red.] dat wel gedaan, maar hij is helaas een uitzondering.'

Maar ook onder rechters zijn er maar weinig specialisten.

'Dat is waar. Ik heb het voorrecht gehad om lange tijd dezelfde soort zaken te doen en heb dus kennis kunnen opbouwen. Maar ook bij ons zou er meer specialisatie moeten zijn. En rechters moeten niet bang zijn om deskundigen in te huren. Je kan echt niet volstaan met het financieel woordenboek. Laat je voorlichten, dat is geen schande.'

Naast hem op tafel ligt het onlangs uitgesproken arrest van het hof in de Clickfondsaffaire, de 'beursfraudezaak' van het Amsterdamse parket die al sinds 1997 loopt. Met zijn 'Clickfondskamer' deed Mastboom bijna alle zaken die uit dat onderzoek voortvloeiden. Alleen de zaak rond oud-effectenman Eddy Swaab moest hij aan andere rechters laten. De Clickfondskamer werd daar succesvol gewraakt omdat ze medewerkers van Swaab reeds hadden gevonnist. Veel van zijn Clickfonds-oordelen kwamen in beroep bij het hof terecht. De fundamenten, vindt hij, bleven meestal overeind. En zeker met het laatste arrest, dat zijn vonnissen over twee hoofdverdachten (de voormalige vermogensbeheerder Dirk de Groot en ex-effectenhandelaar Adri Strating) nog eens bekeek, is hij tevreden: 'Een doortimmerd stuk werk, al zitten er verschillen in met onze zienswijze. Maar ik kan er goed mee leven.'

U zorgde destijds voor een storm door het vonnis in de Leemhuis en Van Loon-affaire waarin het OM niet ontvankelijk werd verklaard. Met name de snoeiharde toon in dat vonnis ('een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijk procesrecht') was zonder precedent.

'Dat de reacties zo heftig zouden zijn, hadden we eerlijk gezegd niet verwacht. Maar goed, het was ook heel ernstig wat het OM daar te verwijten viel. Dat men bijvoorbeeld onterecht voorspiegelde dat er 'een ronde voorkenniszaak' was. In die tijd lag het woord 'voorkennis' veel gevoeliger dan nu, dat had een enorme impact. Het feit dat men ten onrechte een bewindvoerder wilde aanstellen bij Leemhuis en Van Loon ook. Dat heeft dat bedrijf kapotgemaakt. We hebben ons als rechtbank toen echt zitten ergeren aan al die onzorgvuldigheden.'

Met dat vonnis werd ook een hard oordeel geveld over toenmalig officier Henk de Graaff, die nu uw collega-rechter in Haarlem is. Heeft u het daar ooit met hem over gehad?

'Nee. Ik weet dat dat vonnis hem hard heeft getroffen. Maar het was een professionele beslissing, het kon voor ons niet anders. Ik vind het trouwens niet goed om het te persoonlijk te maken. Henk de Graaff had destijds als officier meer support moeten hebben. Dat is ook de toenmalige OM-leiding aan te rekenen.'

Er is ook kritiek geweest op de rechters. Was het bijvoorbeeld niet curieus dat de raadkamer, die in het vooronderzoek besluiten moest nemen over bijvoorbeeld getuigen, dezelfde samenstelling had als de Clickfondskamer?

'Het was het meest praktisch. En zo raar is het nou ook weer niet: in proforma-zittingen worden ook besluiten genomen door dezelfde kamer die de zaak later op de gewone zitting behandelt. Bovendien: wat hadden we dan moeten doen? Nog een Clickfonds-raadkamer instellen? Dat had de zaak zeker een extra jaar vertraagd.'

Je kan ook zeggen: dan is dat maar zo. Dan vermijd je in ieder geval alle schijn. Nu vonden veel verdachten het vreemd dat dezelfde rechters besloten over iets wat ze in een eerder stadium hadden afgewezen.

'Dat weet ik. Het is niet voor niets dat we hier verschillende wrakingsverzoeken over hebben gehad. Die zijn trouwens allemaal gestrand. Maar goed, als je het achteraf bekijkt had je het anders kunnen inrichten. Alleen had niemand ooit gedacht dat de Clickfonds-zaak zo lang ging duren. Toch sta ik nog achter alle besluiten. Op geen enkel punt kan worden onderbouwd dat wij vooringenomen zijn geweest. Dat blijkt ook uit de vonnissen. Die waren zeer divers: veroordelingen, maar ook niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en vrijspraken.'

Toch bevestigt zoiets voor mensen het beeld van de rechterlijke macht in de ivoren toren.

'Maar dat beeld is onvermijdelijk en zal altijd zo blijven. Bovendien is het ook waar: rechters zitten nu eenmaal in die ivoren toren. Dat neemt niet weg dat we, hoe zal ik het zeggen, eh, dat we niet te veel misbruik moeten maken van onze onafhankelijkheid.'

Hoe bedoelt u?

'Nou, ik ben erg geschrokken van de gebeurtenissen rond de Schiedammer parkmoord. Ook rechters hebben daar fouten gemaakt en, zoals raadsheer Corstens van de Hoge Raad terecht heeft opgemerkt, onvoldoende publieke verantwoording afgelegd. Ik begrijp niet waarom daar zo defensief gereageerd is. En nog steeds. Laatst heb ik op de website van de Raad voor de Rechtspraak gekeken en daar staat gewoon niets over die parkmoord. Niets! Dan heeft het OM de problemen wel serieus opgepakt.'

Zou die openheid niet verder moeten gaan, ook in fraudezaken? Waarom vertellen rechters bijvoorbeeld niet meer over hun onderlinge discussies in de raadkamer?

'Dat zou inderdaad ook beter kunnen. Ook zonder het geheim van de raadkamer op te geven, kan een vonnis beter worden uitgelegd dan nu gebeurt.'

Als u terugkijkt op al die jaren fraudezaken, welke trend is dan zichtbaar?

'Juridisch is een aantal interessante rechtsvragen beantwoord, bijvoorbeeld op het gebied van valsheid, heling, witwassen, het scherper stellen van de Wet meldpunt ongebruikelijke transacties en voorkennis. Maar de grootste winst is de mentaliteitsverandering. In de tijd van de Van den Nieuwenhuyzen-zaken werd er nog trots verkondigd dat je handig was als je aandelen op de markt gooide om daarmee de koers te beïnvloeden. Dat soort gedrag laat men nu wel uit het hoofd. Hoewel: af en toe onderschat men het nog wel eens.'

Bijvoorbeeld?

'In de zaak van oud Philips topman Boonstra werd deze veroordeeld wegens het niet melden van effectentransacties in Ahold, een bedrijf waar hij zelf commissaris was. Wij vonden dat heel ernstig, zoals we ook in het vonnis tot uitdrukking hebben gebracht. Maar Boonstra was er oprecht kwaad over. Anderen doen heel schamper op de zitting, zo van: u weet niet hoe die wereld werkt. Dan denk ik: wanneer je wel en wanneer je niet mag handelen, zit nog steeds niet goed tussen de oren.'

Fraudezaken zijn nu eenmaal dodelijk voor de reputatie ...

'Zeker. Daarom mag je van bestuurders ook verwachten dat ze voorzichtig zijn met bijvoorbeeld koersgevoelige informatie. Bij twijfel niet handelen, zou ik zeggen. Maar dat neemt niet weg dat ook het openbaar ministerie behoedzaam moet opereren. Na het voorbrengen moet de zaak in principe rond zijn. Dan moet dus ook aan het opzetvereiste zijn voldaan. Want de schade kan voor betrokkene groot zijn als nog op zitting en met behulp van deskundigen lange discussies moeten volgen over bijvoorbeeld de koersgevoeligheid van de transactie.'

U volgt de Ahold-zaak. Vindt u dat het bij de voormalige top daar voldoende 'tussen de oren' zat?

'Daar zou ik wel wat van kunnen zeggen, maar dat doe ik niet. Dat gaan mijn collega's doen.'

Of u, als de zaak wellicht in hoger beroep bij het hof komt.

Lachend: 'Ha! Wie weet. Ik zei al: het is een prachtige zaak. Misschien krijg ik nog een kans.'

    • Joost Oranje