'Smeert u Bona of Becel?'

Kinderen iets meegeven voor later, is het doel van het mentorproject in Amsterdam. 'Ik durf nu veel meer dan vorig jaar.' Jacqueline Kuijpers

Marjan (met hoofddoekje) en Elham ondervragen mensen over hun eetgewoonten. ‘Koopt u wel eens ongezonde dingen?’ Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 28-03-2006 Mentor Project. HBO en Universiteit studenten helpen scholieren van Basisschool 'de Kraal' aan de Laing Nekstraat in Amsterdam-Oost. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Minderheden Cremers, Roger

De slager van de islamitische slagerij in de Amsterdamse Linnaeusstraat eet wel een kilo fruit per dag. Maar die man is dan ook bijna net zo breed als hij lang is. Hij is zo openhartig over zijn eetgewoonten omdat Marjan (11), Elham (11) en Remy (11) hem beleefd hebben gevraagd of ze een paar vragen mogen stellen voor een schoolopdracht over gezond eten. Breed glimlachend staat de man hen te woord. Fruit eten is goed. Op jullie leeftijd moet je veel fruit eten.' Of ze nog meer vragen hebben? Het drietal kijkt elkaar eens aan. Marjan haalt haar schouders op. Misschien kun je vragen of mensen hier vooral ongezonde of gezonde dingen kopen?' stelt meester Ersin voor. O ja, dat is ook een goede vraag.'

Ersin Sener is meester voor vijf kwartier per week. De rest van de tijd leert hij voor leraar geschiedenis. Elke dinsdagmiddag is hij op basisschool De Kraal in stadsdeel Oost/Watergraafsmeer, waar hij een groepje van zes kinderen bijles geeft. Hoewel bijles eigenlijk een te enge benaming is, want het mentorproject waar Sener aan meedoet omvat veel meer, vertelt coördinator Lorenzo van Dijk. We willen deze kinderen een steuntje in de rug geven wat betreft hun persoonlijke ontwikkeling. Het gaat om het contact tussen kinderen en studenten uit verschillende etnische groepen, zodat deze kinderen gaan denken 'ik kan het ook'.'

Goed voorbeeld doet goed volgen dus. Dat is precies de drijfveer van Ersin Sener, die vorig jaar voor het eerst mentor was. Veel van deze kinderen krijgen van huis uit bijna niets mee. Zo was dat bij mij ook. Ik was nog maar pas uit Turkije hierheen gekomen toen ik de Cito-eindtoets moest maken. Ik wist niet wat dat was en dacht dat het niet belangrijk was. Met als gevolg een mavo-advies.' Desondanks heeft Sener het gemaakt en dat wil hij laten zien. Ik wil de kinderen laten ontdekken dat ze meer kunnen dan ze zelf denken.'

Ook de Marokkaanse Fatiha Aitali heeft een missie, vertelt ze aan de koffietafel in de docentenkamer van De Kraal. Ze studeert pedagogiek en is dit schooljaar gestart als mentor. Aitali wil de wereld van kinderen leren kennen én ze wil de kinderen wat van háár wereld laten zien. Ik ben best wel vrij in mijn gedachten en dat wil ik overbrengen.'

Het mentorproject bestaat al bijna acht jaar en groeit nog steeds. Verspreid over meer dan dertig basisscholen zijn er ruim 1.000 kinderen in groep 7 en 8 die er aan meedoen en een kleine 250 mentoren. Vanaf dit jaar gaat de begeleiding ook door als de kinderen naar de middelbare school gaan. Het project wordt gefinancierd door de verschillende stadsdelen en de coördinatie is in handen van de Stichting voor Kennis en Sociale Cohesie (SKC). Deze stichting traint de mentoren en heeft in samenwerking met het Centrum Nascholing Amsterdam lesmateriaal ontwikkeld. Er wordt aandacht besteed aan vaardigheden als samenwerken, discussiëren en omgaan met een agenda, maar ook aan maatschappelijke problemen als zinloos geweld en pesten. Van de mentoren wordt veel eigen inbreng verwacht. Die vrijheid maakt het juist leuk', zegt Fatiha Aitali. Je kunt er veel van jezelf in kwijt en als je dan merkt dat een kind er iets van opsteekt, dan geeft dat voldoening.'

En dus doen alle mentoren deze dinsdagmiddag iets anders. De een speelt met de kinderen een rollenspel over 'gezonde voeding', een ander laat een leerling een les geven over snoep, een derde discussieert met de kinderen over of een geweten aangeboren is of niet. Ersin Sener heeft voor vandaag straatinterviews op het programma staan rond het thema voeding. Vorige week hebben zijn kinderen vragen bedacht die ze aan voorbijgangers kunnen stellen: 'Smeert u met Bona of met Becel?' en 'Sport u?' De antwoorden gaan ze verwerken in een poster.

Hoe vraag je nou of iemand wil meewerken of niet?', vraagt Sener voor vertrek. Hij kijkt zijn klasje rond. Amina antwoordt: Je zegt eerst je naam. Ik ben Amina. Mag ik u een vraag stellen?' Sener knikt. En wat doe je als iemand niet wil meewerken?' Amina: Dan zeg je 'o, toch bedankt', dan ga ik naar de volgende.'

Eenmaal buiten laat Sener het initiatief volledig aan de kinderen. Zelf komen ze op het idee om naar de Febo te gaan en vervolgens naar de Dekamarkt om voorbijgangers te tackelen. Marjan: Want bij de Febo eten ze ongezond en bij de supermarkt halen ze brood en melk enzo.' Zo gezegd zo gedaan, maar eenmaal ter plaatse blijkt het toch wel doodeng om iemand aan te spreken. Zullen we die doen?' Sener beziet het met engelengeduld. Hij zegt alleen: Ik wil over een kwartier wel vijf interviews hebben.' En na de eerste giechelbuien overwinnen de kinderen hun schroom en krijgen ze de smaak te pakken. Met Marjan als aanvoerster stapt het drietal na de eerste gesprekjes zonder aarzelen winkel na winkel binnen om de mensen achter de toonbank aan de tand te voelen over hun eetgewoonten en die van hun klanten.

Marjan vindt de mentorlessen 'wel leuk', vertelt ze op de terugweg naar school. Ik heb er wat aan voor later.' Marjan wil juf worden. Maar dan moet ze wel beter worden in rekenen, want daar heeft ze moeite mee. Remy is een serieuze jongen met plannen voor het gymnasium. Hij wil dokter worden. Hij doet voor het tweede jaar mee aan het mentorproject en vindt dat hij er al veel van geleerd heeft. Je leert over dingen en dat kan je weer gebruiken in je spreekbeurt ofzo. Bijvoorbeeld over voeding. Ik denk dat ik het over 'vet' ga doen. En je leert zelfstandig worden en zelf dingen regelen. Ik durf nu al meer dan vorig jaar.'

    • Jacqueline Kuijpers