Schemerkleuren

Vandaag over wat wij wel zien maar niet horen bij het ochtendgloren. En wat wij nog niet begrijpen. Om te beginnen een enkel woord over de tjiftjaf die dit jaar later dan ooit werd waargenomen rond het NRC-kantorencomplex in Rotterdam. Pas op 31 maart. De indruk was altijd geweest dat-ie steeds vroeger terugkeerde uit Afrika zoals evident het geval is met de gierzwaluw, althans sinds 1975. De tjiftjaf was al eens op 13 maart gesignaleerd.

Foto Dirk-Jan Visser {photog} {city}: {iptcdate} Foto: Dirk-Jan Visser Rotterdam: 11-02-2005 Een botsing tussen een intercity en een stoptrein nabij Rotterdam Centraal station. Openbaar vervoer Spoorwegen Ongevallen Visser, Dirk-Jan

Maar nu pas op vrijdag 31 maart. En wat zo erg is: daarna niet meer. Althans niet door de vaste AW-waarnemer die altijd om 8.30 uur poolshoogte neemt bij de bosjes langs het talud van de spoorwegen. Die zijn er niet op vooruitgegaan, om het zachtjes te zeggen, dus het diertje zelf valt sowieso niets te verwijten. De kwestie is dat een andere waarnemer die de bosjes altijd om 9.30 uur passeert de tjiftjaf steeds wel hoorde. De hele week door. Heel ongelukkig, want het vermoeden is nu dat de tjiftjaf niet zingen wil als het koud is. De afgelopen week was een week met koude nachten,'s ochtends kon je de grondvorst nog duidelijk zien zitten, en net na zonsopgang loopt de temperatuur altijd snel op. De hulphypothese is dat tussen 8.30 en 9.30 uur een kritische temperatuur gepasseerd werd waarbij het zingen opeens werd ontgrendeld. Een graad of vijf misschien?

De bittere consequentie zou zijn dat de 'trend' die in de terugkeer van de tjiftjaf was gevonden (en die op het gehoor werd bepaald ,natuurlijk, aan de tjaf zelf is niets te zien) niets voorstelt. Hij zou dan vooral de weerslag zijn van trends in de lokale temperatuur. Dan is alles voor niets geweest.

We voegen er een nieuw probleem aan toe, ook dat komt uit de hoek van de Spoorwegen. Die hebben hun baanwerkers, na eindeloze experimenten met allerhande rare hesjes, sinds kort voor de veiligheid uitgerust met geel-fluorescerende kleding. Het soort jassen dat ook de politieagenten hier zijn gaan dragen in kritieke situaties, waardoor ze er opeens heel Brits uitzien. Het is het geel of geelgroen dat bekend is van de markeerstiften waarmee sommigen uren kunnen highlighten. Het fluorescerende geel van de baanwerkers fluoresceert zó sterk dat het bijna pijn aan de ogen doet. Dat is de bedoeling. Wat zo eigenaardig is is dat het geel van de knalgele jassen vooral in ochtend- en avondschemering zo ongewoon opvalt. Deze dagen is dat zo rond half acht 's ochtends en half acht 's avonds. De vraag is: waat zit hem dat in.

Dat het geen inbeelding is staat vast. Google voert de kritische onderzoeker met woorden als 'visibility', 'fluorescent colors' en 'twilight' (of 'dusk', of 'dawn') regelrecht naar literatuur waarin met dankbaarheid over het fenomeen gesproken wordt. Het is de literatuur van de bedrijven die de kleuren of kleding leveren en van de diensten die ze gebruiken moeten. 'The fluorescent films provide the high attention value desired under conditions of poor visibility, particularly at dawn or dusk', zegt de een. 'The phenomenon is most visible during low-light conditions such as dawn, dusk or overcast days', zegt een ander. 'The brightness advantage is especially pronounced at twilight and dawn', meent een derde. 'On bright sunlit days, the fluorescent effect is considerably less', weet een vierde.

Maar hoe zou dat dan komen? Er was geen tekst te vinden die het toeschreef aan een eigenaardigheid in het oog van de waarnemer. De fluorescerende kleding onderscheidt zich optimaal van de omgeving gedurende dat deel van de schemering waarin de zon nog boven de horizon staat. In die schemerperiode wordt nog heel gewoon met de 'kegeltjes' gekeken, de inschakeling van 'staafjes' komt pas een half uur of drie kwartier later. Kleuren worden nog gewoon als kleuren herkend. Nergens was iets te vinden over abnormaal gedrag van het netvlies in de vroege avondschemering.

De verklaring moet waarschijnlijk van de kleurstof zelf komen. Fluorescerende kleurstoffen zijn meestal cyclische organische verbindingen die de eigenaardigheid hebben dat ze licht van een korte golflengte (blauw, violet of zelfs ultraviolet) absorberen en weer, zonder al te veel energieverlies, als licht van langere golflengte uitzenden: dus geel, oranje of rood. Dat is hun kunst: de ene lichtsoort inruilen voor de ander. Een fysicus kan uitleggen waarom het altijd van kort naar lang moet, dat is de wet van Stokes. Anti-Stokes fluorescentie voldoet niet aan die wet.

Toen de fluorescerende kleurstoffen net op de markt kwamen, een paar decennia geleden, waren dat nogal eens stoffen die echt door - voor de mens onzichtbare - ultraviolette straling werden geactiveerd. Ze gloeiden alleen mooi in de buitenlucht of onder het 'black light' van de nachtclub. Later verschenen de stoffen die ook door gewoon zichtbaar violet en blauw licht werden aangeslagen. Die doen het ook op school en kantoor, waar meestal tl-buizen zijn opgehangen. Onder het gele gloeilamplicht van de huiskamer is fluorescentie nog steeds geen bijzonder verschijnsel.

Uit deze hoek moet de oplossing komen: er verandert iets in het spectrum van de avondhemel op het moment dat de zon ondergaat. Het Internationale Comité van het Rode Kruis, dat zijn rode kruis graag van ver laat zien, weet ook wàt er verandert: in de schemering neemt de hoeveelheid ultraviolet gedurende korte tijd even sterk toe (www.icrc.org). Die overtuiging blijkt zich ook van veel anderen te hebben meester gemaakt: bij het dalen van de zon, en het toenemen van de weglengte van het zonlicht door de atmosfeer zou het aandeel UV in het totale lichtspectrum toenemen. Eén blik in een voldoende gespecialiseerd boek (zoals 'Color and Light in Nature' uit 2001 van D.K.Lynch en W. Livingston, onder 'Color and brightness of the low sun') leert dat het omgekeerde het geval is. Het UV gaat er juist extra snel uit. Zelfs het aandeel violet en blauw zakt snel. Het oplichten van de baanwerkers in de schemering is niet te verklaren.