Pricken, porren, paaien

Na studie van twintig jaar onderwijspolitiek concludeert Leo Prick in het interview over zijn nieuwe boek `Drammen, dreigen, draaien` net als Alexander Pechtold, dat de politiek vies en voos is. (W&O 11 maart). Hij gruwt van de stelselwijzigingen die scholen wordt opgelegd. Maar tot een echt alternatief leidt zijn betoog niet. Met een hooivork prikt en port hij in de onderwijsgeschiedenis. Soms prikt hij raak. Soms port hij er ook flink naast, als hij uitspraken doet over bureaucratie of over scholengemeenschappen. Raak of mis, hij weet zijn lezers wèl te paaien voor zijn betoog. `Ouders hebben altijd gelijk`, stelt hij. Klinkt sympathiek - maar is dat wel zo?

Prick wijst op de druk die Amsterdamse ouders hebben uitgeoefend, waardoor daar nu vijf `zelfstandige` gymnasia zijn. Tegelijk geeft hij scholengemeenschappen een veeg uit de pan `waar meer dan de helft van het geld opgaat aan besturen en overhead`. In beide gevallen heeft hij het aantoonbaar mis. De twee nieuwe gymnasia zijn onderdeel van een scholengemeenschap. En ook de andere drie maken deel uit van grotere schoolbesturen. Het geeft aan dat scholen heel goed `zelfstandig` kunnen zijn, en toch profiteren van grotere besturen.

Met evenveel verve zet Prick zich af tegen de groeiende autonomie van schoolbesturen. In zijn ogen leidt dat alleen maar tot meer bureaucratie en minder marktwerking. De werkelijkheid is anders. De afgelopen tien jaar is de directieformatie in het vo gedaald van 5300 naar 4300 fte. Schooldirecties vormen op dit moment ca. 4,4% van de totale personeelsformatie in het voortgezet onderwijs. Op geen enkele school is sprake van `meer dan 50% overhead`, zoals Prick stelt. Verre van dat: er zijn juist weinig semi-overheidssectoren zo doelmatig als het voortgezet onderwijs.

Uiteindelijk lijkt Prick de voorkeur te geven aan `vraagsturing` door ouders. `Ouders hebben altijd gelijk` klinkt plausibel, maar onze ervaringen wijzen anders uit. Ouders willen het beste voor hun kind, maar of dat ook het beste is voor de rest van de klas of voor de school, is nog maar de vraag. Voor scholen ligt het alternatief voor de opgelegde stelselwijzigingen van de afgelopen decennia eerder in een goed samenspel tussen `Good governance` en Innovatie van onderop. Uit de resultaten van onze Innovatiemonitor blijkt dat een overweldigend aantal scholen bezig is met onderwijsvernieuwing - juist omdat de grote stelselwijzigingen verleden tijd zijn. Hoe sneller de gedetailleerde regels van het Ministerie van Onderwijs opgeruimd worden, des te eerder en beter lukt het schoolleiders en schoolbesturen om, samen met de docenten, ouders, leerlingen en maatschappelijke omgeving, een nieuwe eigentijdse invulling te geven aan vernieuwend en ondernemend onderwijs.