'Poetry, blow jobs, sex?' Opeens wist hij het: 'Drugs?'

Van café Amsterdam liep ik terug uit de oude stad van Boekarest naar mijn logeeradres. Het afbrokkelende pleisterwerk van de Byzantijnse stadspaleisjes deed mijn amateur projectontwikkelaarshart sneller kloppen. Ik wandelde een talud op en wilde over een metalen hek stappen om de weg af te snijden, toen uit het trapgat van de metro een schim opdook. De schim vroeg: 'Hello my friend, you want big tits, blow job, sex?'

Het was twee uur in de nacht en ik bevond me op het universiteitsplein waar in de revolutie van 1989 veel doden vielen. En in juni 1990 opnieuw toen Iliescu tientallen mensen die meer gerechtigheid eisten door de mijnwerkers liet doodslaan. Er staat een eenvoudig houten kruis ter hunner nagedachtenis. Onder het plein ligt het sympathiekste metrostation ter wereld. Er is een koffiehuis en er zijn zes of zeven antiquariaten, uitpuilend van de literatuur. Wie heeft zitten pitten en nog niet doordrongen is van het enorme potentieel van Oost-Europa dient ijs, sneeuw en losliggende traptreden bij metrostation Piata Universitatii te trotseren. Daar beneden zie je de leergierige studenten zich verdringen rond de boekenkasten.

Na Nederland is Roemenië het meest talige land van Europa. 's Nachts is het er verlaten. Ik antwoordde beleefd: 'Thank you, very kind of you, no', en liep door. Ik weet niet waar ik het aan verdiende maar de man herhaalde zijn genereuze aanbod. Hij had een smoezelige regenjas aan. Hij deed denken aan Dustin Hoffmann als 'Ratso' Rizzo in Midnight Cowboy. Hij rook naar zwerver, niet de pislucht, maar de penetrante geur van Kevert, de synthetische alcohol met kleurstof waarmee daklozen de vrieskou proberen te overleven.

De schim kwam naast me lopen, schouder aan schouder. Daar ben ik niet dol op. Bij recepties in Boedapest was me al opgevallen dat men het in dit deel van Europa gewoon vindt tegen je aan te komen staan. Wildvreemden betreden de intimiteitszone, wat je voor mijn gevoel alleen doet als je wil vechten, dansen, kussen of zakkenrollen.

Het pad was hobbelig en glad. Ik doorstak de leegte tussen Hotel Intercontinental en het Nationale Theater, via parkje en parkeerplaats. Ik had al om me heen gekeken of de man handlangers had, maar zag geen mens. Ik liep met mijn rechterhand op mijn jas gedrukt want eronder zat een prent die ik heelhuids thuis wilde brengen. Het was een jeugdwerk van Franz von Bayros dat ik eerder die avond voor 200.000 lei bij een antiquariaat had gekocht.

Na de tweede herhaling van het aanbod zei ik: 'I don't like big tits.' Ik zal er niet over uitweiden, maar ik ervaar ze als intimiderend. De champagne in café Amsterdam had mij baldadig gemaakt. De opdringerigheid van de man begon me op de zenuwen te werken.

'Little tits?! No problem!' We waren inmiddels de parkeerplaats overgestoken en wandelden langs het Intercontinental. Ratso schuurde met zijn schouder tegen de mijne, ik probeerde weg te buigen maar het pad was smal.

'Small tits, blow job, sex!' vatte hij het aangepaste programma van de avond monter samen. Hij gebaarde, eerst met twee handen voor zijn borst, vervolgens met een vuist bij zijn mond alsof hij zijn tanden poetste en dan met twee vuisten op heuphoogte terwijl hij zijn onderlichaam naar voren schokte.

De gebaren, uitgevoerd door de stinkende rat, maakten het aangebodene er niet aantrekkelijker op. Ik zei: 'You know what I really like?' Zijn ongewassen gezicht blaakte van de welwillendheid. Deze man droeg het begrip 'Klant is Koning' hoog in het vaandel. En dat is in Centraal Europa waar je in de meeste restaurants en winkels nog altijd wordt behandeld als een kakkerlak een schaars goed.

'Poetry', zei ik.

'No problem: Poetry, blow job, sex!' Hij begeleidde de zin met de bekende obscene gebaren, alleen bij 'poetry' wist hij niet wat te doen. Zijn Engels beperkte zich tot de naakte essentie. Hij dacht waarschijnlijk: zolang ik mijn percentage opstrijk kan die perverse Scandinaviër alle smeerpijperij krijgen die hij wenst: 'My friend, everything you want: poetry, blow job, sex!'

Ik stopte. Ik was het beu. We stonden voor een oud, verlaten theater, in de luwte onder de overkapping bij de ingang lagen vijf zwerfhonden opgekruld te slapen.

'I'm not interested. You are wasting your time.'

'My friend: poetry, blow job?!'

'No.'

Hij staarde me aan. Opeens wist hij het: 'Drugs?'

Ik schudde mijn hoofd en zette er de pas in, langs de Amerikaanse ambassade waar blokken beton het perceel van de weg scheidden. Ratso volgde me tot aan het Hongarije Huis waar ik te gast was. Na alle soorten drugs te hebben aangeprezen, wilde hij, omdat we inmiddels zulke goede vrienden waren, geld van me lenen. 'My friend, my good friend. We are good friends.' Het verzandde in regelrecht bedelen.

Terwijl ik met de sleutel de poort bij het Hongarije Huis opende zei ik: 'I'm not your friend, you're not my friend. And we will never see each other again.' Vervolgens moest ik hem de tuin uitduwen, hij was als een haas mee naar binnen geschoten, en de poort met geweld achter me sluiten.

Van de andere zijde van het smeedijzeren hek bleef Ratso doorgaan alsof we samen in de zandbak hadden gespeeld. Ik haalde de prent van Von Bayros uit de bruine envelop tevoorschijn. In het licht van straatlantaarns bekeek ik de twee kalende heertjes, in rok en met lakschoentjes, die door een kolossale madam tegen de boezem werden gedrukt. Op tafel voor haar een maskertje, een ingeklapte waaier en een geldbiljet. De heertjes, een met een monocle, hingen uitgeput in de mollige handen van de reuzin.

Hun geknakte hoofdjes waren beduidend kleiner dan haar beangstigend grote borsten. Onder de prent stond het bijschrift gedrukt, welk het allemaal nauwkeurig verwoordde: 'Ihr armen Männer!'

jaap@scholten.hu