Pillen pushen

De farma-industrie verkoopt pillen om geld te verdienen. Vroeger hadden die bedrijven nog wel eens trouwe aandeelhouders, die het niet zo erg vonden als de winst wat achterbleef, zolang er maar werkzame, nieuwe geneesmiddelen werden ontwikkeld. De bedrijven waren ook beschermd tegen brutale overnemers die meer winst wilden ten koste van de zieke consument. Die trouwe aandeelhouders en financiële beschermwallen bestaan niet meer. De farmabedrijven zijn onderworpen aan de tucht van de markt. Dat betekent dat de directie geacht wordt om een winstmarge van 20% te realiseren. Anders gaan de aandeelhouders op zoek naar een daadkrachtiger directie.

Zo wordt de farma-industrie opgejaagd om de winst te maximaliseren. Dat heeft positieve effecten, omdat het de pillendraaiers dwingt om efficiënt en inventief te werken. Het heeft ook negatieve effecten, zoals hoge prijzen voor pillen, veel korte-termijn-onderzoek om de positionering van pillen in de markt te verbeteren, en natuurlijk excessieve marketing met alle trucs die daarbij horen. Joop Bouma, Trouw-journalist, heeft daar nu een dik en goed gedocumenteerd boek over geschreven. Bouma prikt krachtig in de kleurige zeepbellen, die het farmaceutische reclamecircus blaast, en daarmee doet hij nuttig werk. Wij zijn allemaal potentiële pillenslikkers en afhankelijk van de betrouwbaarheid van het functioneren van de pillendraaiers.

Het pillen pushen gebeurt door beïnvloeding van dokters en apothekers, en door publieksreclame. Beïnvloeding van dokters is altijd al de basis van de pillenmarketing geweest, omdat dokters de recepten schrijven die de patiënt nodig heeft voor serieuze pillen. Dokters worden daarom gebombardeerd met reclamemateriaal (geoorloofd), bezocht door artsenbezoekers (geoorloofd), en overstelpt met cadeaus. Die cadeaus zijn aan banden gelegd, want een dokter mag maar maximaal 45, -- aan presentjes per jaar in ontvangst nemen.

Met dit maximum wordt echter aan alle kanten de hand gelicht, zoals Bouma laat zien. De farma-industrie organiseert bijscholing voor artsen in skioorden of op tropische stranden; de dokter wordt ingezet bij pseudo-wetenschappelijk onderzoek, waarvoor zij ruim betaald wordt, alleen maar om een nieuw middel 'in haar pen' te krijgen; en de dokter wordt overstelpt met hebbedingetjes, mits zij een nieuw middel voorschrijft. Multischroevendraaiers, wekkers, wijn, ovenwanten, golfballen, maar ook een autonavigatiesysteem, een dure verrekijker, of een personal computer. Bouma citeert een artsenbezoekster: Je had ook artsen die met je meeliepen naar de auto om te kijken wat je allemaal bij je had. Industriehoeren, noemden we die.'

De dokters zelf denken daar anders over: Er zijn dokters die vinden dat ze recht hebben op de gunsten van pillenfabrikanten, als een soort 13e maand. Hun pa kreeg die gunsten ook al. Er zijn ook dokters die de cadeaus bagatelliseren en die volhouden dat ze door dit soort gunsten niet beïnvloed kunnen worden. Ook de industrie tettert dat rond: dokters zijn volstrekt onafhankelijk en mans genoeg om na een lange studie hun eigen oordeel te vormen. Alsof de industrie ook maar een ballpoint cadeau zou doen, als dat niet hielp in de verkoop van hun producten. De farma-marketing afdelingen zijn echt niet dom. Ze weten hoe beïnvloeding werkt als 'dubbelzijdig plakband', zoals Bouma dat noemt. Voor wat, hoort wat, bewust of onbewust. De huidige wetgeving maakt het niet mogelijk om de 'industriehoeren' aan te pakken. Het Reclamebesluit Geneesmiddelen richt zich uitsluitend op de goede gevers, de pillenfabrikanten; de ontvanger gaat vrij uit.

Dat de farma-industrie soms poogt om vrij gevestigde apothekers om te kopen, ligt voor de hand. Minder bekend is de ziekenhuisapotheker als doelwit. Nieuwe pillen worden die arme man gratis of voor bijna niets aangeboden, zodat patiënten die het ziekenhuis verlaten op de nieuwe pil zijn ingesteld. De behandelende dokter zal dat niet licht veranderen. De apotheker komt zo tussen hamer en aambeeld: als vakman wil hij de meest geschikte pillen leveren en daarvan de goedkoopste versie. Zijn directie krijgt echter alsmaar minder geld - efficiency-korting wordt dat eufemistisch in Den Haag genoemd - en iedere mogelijkheid om te bezuinigen wordt dankbaar aangegrepen. De apotheker wordt dus onder druk gezet om de gratis pillen te accepteren. Een besparing voor het ziekenhuis, maar daarmee kunnen de geneesmiddelenkosten buiten het ziekenhuis wel fors omhoog gaan.

Ook de publieksreclame bloeit, ondanks het feit dat reclame voor geneesmiddelen in Nederland verboden is. Daar heeft de farma-industrie iets op gevonden: Voorlichting! Het publiek wordt voorgelicht over de nationale schande van de schimmelnagel, maar zonder dat fabrikant Novartis zijn pil tegen schimmel, Lamisil (terbenafine), noemt in de tv-'voorlichting'. Zoals uit het marketingplan van Novartis bleek was het doel van de campagne om 'patiënten te mobiliseren tot huisartsenbezoek'. Dat lukte. De omzet van Lamisil steeg met 4 miljoen euro. De huisartsen waren niet blij met deze medicalisering van een triviale kwaal en dienden een klacht in. De zaak kwam voor de rechter, maar Novartis won tot in hoogste instantie. Voorlichting mag! Daarop begonnen drie Brabantse dokters een boycot actie tegen Novartis en die bracht het bedrijf op de knieën. De portemonnee is de achillespees van de farma-industrie.

Uit Bouma's boek blijkt zonneklaar dat de controle op de farma-industrie moet worden aangescherpt. Daar wordt iedereen beter van: de patiënt krijgt de beste geneesmiddelen; de maatschappij betaalt niet meer dan nodig is; dokters krijgen betere voorlichting over geneesmiddelen; en de farma-industrie kan zich concentreren op het maken van nieuwe, nuttige geneesmiddelen. Jazeker, ook in de farma-industrie bestaan gemengde gevoelens over de trucs die soms gebruikt worden om pillen aan de man te brengen. In de zes jaar dat ik commissaris van het farmabedrijf Schering ben geweest, heb ik meer kritiek gehoord op dokters, die excessief betaald willen worden voor het aanprijzen van pillen, dan ooit in de universiteit. De sterke spelers in de farmaceutische industrie maken nuttige geneesmiddelen, die ook zonder vuile trucs aan de man kunnen worden gebracht. Het is net als bij voetbal. De goede clubs zijn voor streng fluitende scheidsrechters, zodat hun dure, technisch vaardige spelers tegen het brute geweld van de primitieve concurrentie worden beschermd. De eerste reactie van de farma-industrie op aangescherpte regels is altijd een van schrik en verontwaardiging, maar ik ben er zeker van dat de beste farmabedrijven zich goed zullen kunnen vinden in strengere regels.

Strakke regels kosten gemeenschapsgeld. Niet zozeer voor de regelhandhaving, want het Ministerie van Volksgezondheid heeft laten zien dat je met een paar inspecteurs en wat medewerking van het Openbaar Ministerie zowel de farma-industrie als de dokters de schrik op het lijf kunt jagen. Extra geld is nodig om alle bijdragen te vervangen die de farma-marketingafdelingen nu aan de gezondheidszorg leveren. Bijscholing van dokters is duur en als de farma-industrie die niet meer (ten dele) betaalt, zal de overheid dat moeten doen. Als het gratis leveren van nieuwe pillen aan ziekenhuizen wordt verboden, zal de overheid of de verzekeraar (de consument dus) het gat in de ziekenhuisbegroting moeten stoppen.

Moeilijker ligt het nog voor de dokters die schadeloos gesteld willen worden voor het verlies van farma-neveninkomsten, die soms behoorlijk op kunnen lopen. Specialisten, die hun betaalde band met de farma-industrie opgeven, zouden publieke nevenfuncties kunnen krijgen bij de richtlijn ontwikkeling of bijscholing, liefst ruimhartig gehonoreerd. Voor de huisartsen, die recht menen te hebben op cadeautjes, zie ik geen simpele oplossing. Een rechtere rug, zoals veel van hun collegae nu al hebben, biedt wellicht bevrediging.

Primair is echter een politiek besluit nodig voor effectieve regelgeving en regelhandhaving. De nu geldende regels zijn te slap en de Sector Reclametoezicht van het Ministerie van Volksgezondheid is onder druk van de farma-industrie een sterfhuis geworden, zoals Bouma laat zien. De zelfregulering door de farmabranche, waar de overheid nu op vertrouwt, werkt even goed als de zelfregulering van het roken: als je het aan de rokers overlaat, wordt overal gerookt.

    • Piet Borst