Opgelucht na val over bloembak

Tristan Hoffman rijdt morgen mee in Parijs-Roubaix. Voor het eerst als ploegleider. In 2004 eindigde hij als tweede. Nu is het wachten tot hij 'een hele grote beslissing' moet nemen.

Ploegleider Tristan Hoffman: „Een beetje gevoel van weemoed kende ik wel toen ik achter de jongens reed.” Foto Bart Dewaele Tristan Hoffman : oud-wielrenner en ploegleider CSC Dewaele, Bart

Hij is net terug van de training. Voor het eerst heeft Tristan Hoffman als ploegleider de verraderlijke kasseien in het Noord-Franse land verkend. En, aan de vooravond van Parijs-Roubaix kriebelde het enigszins, zo geeft hij toe. Op de fiets was het wel zo leuk.

'Een beetje gevoel van weemoed kende ik wel toen ik achter de jongens reed. Daar moet ik eerlijk in zijn', zegt Hoffman, tot een jaar geleden coureur bij CSC. 'Waar ik aan dacht? Aan de momenten dat je het gevoel hebt over die kasseien te zweven. Nee, ik denk natuurlijk niet terug aan de momenten dat ik werd gelost.'

En weer schatert de 36-jarige Achterhoeker in een hotel in het Belgische Kortrijk waar CSC is neergestreken. Hij lijkt het naar zijn zin te hebben bij de ploeg van Bjarne Riis, die vorig jaar de meest succesvolle was in de ProTourcyclus. Veel tijd voor weemoed gunt hij zich niet. 'Mijn tijd als actieve renner is gewoon voorbij. De val in Omloop Het Volk [2005] maakte een eind aan mijn carrière, maar toen was al duidelijk dat ik een beetje opgebrand was. Achteraf gezien is dat ongeluk voor mij een opluchting geweest. Ik moet nu kijken hoe ik als ploegleider van waarde kan zijn. Het verschil kan maken.'

Voordeel is in elk geval dat hij nog altijd een liefhebber is, ook als andere ploegleiders van CSC de leiding hebben. 'In de Ronde van Vlaanderen heb ik vorige week gewoon als een toerist het parcours afgestoken en heb ik bij een aantal hellingen met reservewielen gestaan. Daar kan het bij een lekke band wel eens lang duren voordat er een materiaalwagen is. Fantastisch om te zien hoe enthousiast iedereen langs de kant is.'

Sinds zijn val in Omloop Het Volk vorig jaar februari kan Hoffman niet meer voluit sporten. Twee uurtjes op de fiets is het maximum, langdurig hardlopen is er nog niet bij. Dat moet de voormalige triatlonliefhebber pijn doen. 'Toch zeggen medici dat ik van geluk mag spreken. Ik heb door de botsing met een bloembak een open beenbreuk opgelopen en bij zo'n breuk is de kans op infecties groot. Ik kan een paar minuten hardlopen en dan moet ik weer wandelen. Maar dat komt misschien ook omdat ik negen kilo ben aangekomen', lacht hij.

Hoffman kijkt uit naar morgen wanneer Parijs-Roubaix wordt gereden. De dagen ervoor worden gevuld met trainingen en inspectietochten. 'We willen zien hoe de kasseien er bij liggen, wat gevaarlijke bochten zijn, noem maar op. En verder kijk je wat de beste bandenspanning is, de goede banddikte en of er verder nog iets aan de fietsen moet worden aangepast.'

In zijn profcarrière, die veertien jaar duurde, zorgde Parijs-Roubaix verschillende keren voor een hoogtepunt. Hoffman eindigde twee keer als vierde, en twee jaar geleden finishte hij zelfs als tweede op de wielerbaan van Roubaix. Achter de Zweed Magnus Backstedt. 'Een heleboel mensen noemen die tweede plaats een van de hoogtepunten uit mijn carrière. Dat vind ik ook wel, alleen had een overwinning wel een kroontje op mijn loopbaan gezet.' Zijn goede prestaties op de kasseien verklaart hij onder meer door zijn houding op de fiets. 'Van nature zat ik wat meer rechtop en bij snelle koersen als Milaan-Sanremo ben je dan in het nadeel. Verder heb ik ervaring met BMX [fietscross] en cyclocross en dan heb je wellicht toch meer gevoel met die keien. Vooral als er veel slijk ligt.'

Naast zijn prestaties in Noord-Frankrijk staan het Nederlands kampioenschap (1992), Dwars door België en etappe-overwinningen in de Ronde van Zwitserland en Ronde van Zweden op zijn erelijst. De absolute top haalde hij niet, toch wilde de Deense Tourwinnaar Riis Hoffman er graag bij als ploegleider. 'Ik ben geen groot manager, maar wellicht heeft hij mij gevraagd omdat ik goed in een team functioneer. Ik ken de structuur van de ploeg goed, ben bij CSC al aan mijn zevende seizoen bezig. Ik ben in ieder geval vast van plan om mezelf te blijven en niet een andere ploegleider te gaan imiteren.'

Hoffman is een van de vijf ploegleiders bij de Deense ploeg. Directeur Riis volgt met name kopman Ivan Basso in de koersen. 'Vijf ploegleiders lijkt misschien veel, maar Riis wil dat we veel aandacht besteden aan het coachen. Elke ploegleider is min of meer ook mentor van een aantal renners. Dat past in zijn filosofie. We weten dat er voor drie jaar geld is van de sponsors, dan kunnen we nu ook een goede structuur aanbrengen.'

Volgens Hoffman is geen ploegdirecteur zo betrokken bij de renners als Riis bij CSC. 'Die man is werkelijk nooit vrij. Hij is verantwoordelijk voor de hele ploeg en is ook nog de trainer van een aantal renners, onder wie Basso', zegt hij met bewondering in zijn stem. Die betrokkenheid kan ook zijn schaduwzijde hebben. 'Je hebt als renner zeker bewegingsruimte. Goed, als je voor een andere aanpak kiest als renner dan hij en het lukt niet, dan heb je wel een probleem. Dan moet je de volgende keer wel luisteren. En het belang van het team staat bij Riis altijd voorop.'

Hoffman, die in het peloton vooral bekend staat om zijn sociale karakter en zijn opgeruimde natuur, voelt zich goed bij de strenge aanpak van Riis. 'Ik was als renner altijd de eerste om mijn eigen mening te geven. Volgens mij waardeerde hij dat wel. Als ik heel eerlijk ben, moet ik wel toegeven dat Riis achteraf gezien meestal gelijk had. '

Op één punt is de Deen onverbiddelijk ten opzichte van zijn renners. 'Er zijn twee trainingskampen en natuurlijk het veelbesproken survivalkamp in december. Daar moet je bij zijn. Als je dat soort dingen niet wil, dan hoor je gewoon niet bij CSC, zo vindt Riis.'

Volgens Hoffman zorgen de gezamenlijke uitjes inderdaad voor de gewenste teamgeest. Basso, kandidaat voor de Tourzege van dit jaar, moest een keer van een rots in het water springen: zijn ploegmaten wisten dat hij niet kon zwemmen en moesten hem uit het water halen.

'Die bijeenkomsten zijn veel meer dan alleen maar knokken en weinig slapen. We lachen ook veel. Een paar jaar geleden hebben we mini-Olympische Spelen gehouden. Toen moest de dokter, niet echt een atleet, verspringen. Als we daar nu over praten, schiet iedereen weer in de lach. Net voor de afzetbalk struikelde hij en rolde in het zand', zegt Hoffman die van het lachen nauwelijks het verhaal uit kan vertellen.

'Je moet ook niet vergeten dat die wielerploegen tegenwoordig heel veel nationaliteiten kennen. Dat zijn er bij ons vijftien. Toen ik al die jaren bij TVM zat [van 1992 tot 2000] was dat een Nederlandse kliek. Als er een buitenlander bijkwam, moest die zich maar aanpassen. Dat is nu ondenkbaar, nu moet je veel meer aandacht besteden aan teambuilding.'

Over zijn rol binnen de ploeg is de voormalige coureur bescheiden. Hij begrijpt als geen ander dat hij één jaar na zijn actieve carrière niet opeens de allesweter vanuit de auto moet gaan uithangen. 'Morgen rijdt bijvoorbeeld Lars Michaelsen mee en ik denk dat hij de weg tussen Parijs en Roubaix beter kent dan ik. Die hoef ik natuurlijk niet te vertellen waar die tijdens de koers op moet letten. Bij een jonge renner ligt dat weer anders, maar ik ben de eerste om te zeggen dat ik nog veel moet leren.'

Toen hij de eerste keer als ploegleider zijn aanwijzingen aan de renners gaf, moest hij van binnen hard lachen. 'Zoals iedere ploegleider herinnerde ik de jongens eraan om te eten en te drinken. 'Remember to eat and to drink. Spin your legs' riep ik door de microfoon. Dat heb ik als coureur wel duizend keer gehoord en dan had je daarbij wel eens je eigen gedachten. Maar ja, het blijft wel belangrijk.'

Toen Hoffman in 2004 tweede werd, reed hij lang mee in een kopgroep van vier man waarin, behalve Backstedt en hij, Roger Hammond en Fabian Cancellara zaten. Diezelfde Cancellara, een 25-jarige Zwitser, is voor morgen de kopman en volgens Hoffman kan hij hoge ogen gooien. 'In de Ronde van Vlaanderen was hij al goed, maar Parijs-Roubaix ligt hem nog beter. Dé favorieten zijn de mannen van Quickstep, zoals Tom Boonen, en ook Peter van Petegem van Davitamon.'

Volgende week reist Hoffman naar de Verenigde Staten, voor de Tour de Georgia. Voor het eerst zal hij dan verantwoordelijk zijn voor het hele team. 'Tot nu toe heb ik steeds kunnen meedraaien met een collega en zat ik in de tweede wagen. Morgen werk ik bijvoorbeeld met Scott Sunderland. Als je er alleen voor staat, zal je ook wel eens een moeilijke beslissing moeten nemen. Vorige week moest ik een rijder vertellen dat hij niet naar Amerika meegaat. Dat is niet leuk, maar ik vertel het hem liever direct zelf. Dat soort zaken vind ik lastig, maar ik kan het niet iedereen naar de zin maken.'

Voor Hoffman is het wachten op het moment dat hij 'een hele grote beslissing' moet nemen. 'In de koers moet je soms in een flits een keuze maken. Of je bijvoorbeeld een renner al of niet naar het peloton terug moet laten brengen. Achteraf is het dan gemakkelijk om te zeggen dat het niet de juiste beslissing was.'

Mede door de spanning van zijn nieuwe taak loopt Hoffman behoorlijk op zijn tandvlees, ook al is het wielerseizoen nog maar net op gang gekomen. 'Een paar weken geleden zijn wij vanuit België weer verhuisd naar Groenlo, waar ik oorspronkelijk vandaan kom. Dat is natuurlijk ook weer een nieuwe situatie. En door mijn werk als ploegleider ben ik veel van huis en dat is wel eens vervelend. We hebben drie kinderen, van wie de jongste negen maanden is. Ik heb het gevoel dat ik een beetje aan mijn limiet zit.'

Hoffman was ooit naar het Belgische Nieuwmoer verhuisd om het reizen zoveel mogelijk te beperken. 'Dat speelt in deze functie veel minder want ik ben in veel gevallen nu verder weg. En of ik nu in veertien of zestien uur naar Spanje rijd, dat maakt niet zoveel uit.'

Terugkijkend op zijn carrière als wielrenner zegt Hoffman tevreden te zijn. 'Achteraf zijn er natuurlijk altijd zaken die beter hadden gekund. Die ik anders had moeten aanpakken. Om een voorbeeld te geven: ik woonde in België, maar het heeft wel vijf jaar geduurd voordat ik het parkoers van de belangrijkste wedstrijden kende. Als ik dat nu vergelijk met Andreas Klier, dan doet hij dat beter. Die woonde er één jaar en wist toen al de weg. Dat wil niet zeggen dat ik niet ambitieus genoeg was, maar als ik het over moest doen, zou ik dat anders aanpakken.'

    • Erik van der Walle