'Onvoorstelbaar voortvarend' afgehandeld

De Kosovaarse scholiere Taïda Pasic probeert, nu haar examens er aan komen, weer via de rechter uitzetting te voorkomen. Die vraagt zich af of de immigratiedienst nog wel onbevooroordeeld is.

De plaats van handeling is dezelfde, net als de inzet - een tijdelijk verblijf in Nederland - en ook dit keer weet de uit Kosovo gevluchte scholiere Taïda Pasic zich in de Amsterdamse rechtbank gesteund door haar gastouders en klasgenoten uit Winterswijk. Maar in tegenstelling tot de zitting van eind januari maakt Pasic nauwelijks gebruik van de mogelijkheid haar visie op de zaak te geven. Toen hield ze in een emotioneel betoog de rechter voor dat ze 'er bijna was' en dat ze maar vier maanden nodig had om haar vwo-opleiding in Winterswijk af te maken. Nu deelt ze op een zakelijke toon mee dat het 7 april is en dat het eerste examen op 19 mei begint. 'Dat wil ik even benadrukken.'

Maanden zijn weken geworden, maar nog altijd is de opstelling van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) dezelfde: Taïda Pasic moet het land verlaten, desnoods gedwongen. Een verzoek om een tijdelijke verblijfsvergunning is ook in tweede instantie afgewezen. De 18-jarige scholiere heeft hiertegen beroep aangetekend en wil de uitspraak in Nederland afwachten. De voorzieningenrechter is gisteren gevraagd hier toestemming voor te geven.

De tijd gaat dringen voor Taïda Pasic, die eerder zei dat Verdonk van het geschil met haar een prestigezaak heeft gemaakt. Zijn de minister en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in dit dossier nog onbevooroordeeld, wil rechter O. Korte weten. Het is hem opgevallen dat Verdonk zich in krachtige bewoordingen over Taïda heeft uitgelaten en dat met een 'onvoorstelbare voortvarendheid' een eerder bezwaarschrift is afgehandeld. Het dossier roept bij hem 'een beeld op van een overheid die al lang weet wat ze doet met een aanvraag voordat deze is ingediend'.

Landsadvocaat A. van Blankenstein bestrijdt enige vooringenomenheid. Misschien was die er bij een enkele ambtenaar van de IND, maar niet bij de mensen die de beslissingen namen, zegt hij. Het is wel zo, erkent Blankenstein, dat door de aandacht die Pasic in de Tweede Kamer en de media heeft gekregen, de zaak niet langer met andere te vergelijken is, maar 'een zodanig profiel heeft gekregen dat hij anders behandeld is.'

De regels zijn normaal gehanteerd, zegt de advocaat. Die bepalen dat een tijdelijke verblijfsvergunning alleen kan worden verleend als er in het land van herkomst een zogeheten machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) is aangevraagd. Taïda Pasic heeft dit niet gedaan omdat ze zich niet veilig voelt in Servië-Montenegro en Kosovo. Zij heeft via een tussenpersoon een toeristenvisum geregeld en is hiermee halverwege vorig jaar naar Nederland teruggekeerd. Het land had ze in januari 2005 na een verloren asielprocedure samen met haar Kosovaarse familie vrijwillig verlaten.

De alternatieve route die Pasic weer in Nederland heeft gebracht is niet 'de goede weg', betoogt Van Blankenstein. 'Het kan niet zo zijn dat ze haar opleiding kan afmaken, nu ze bewust de mvv-procedure heeft genegeerd.'

Volgens A. Hoftijzer, de advocaat van Pasic, heeft de minister te weinig oog voor de bijzondere feiten en omstandigheden en laat zij zich alleen maar leiden door eigenbelang. 'Het enige dat de minister wil is dat mijn cliënt Nederland verlaat, liever gisteren dan vandaag.'

De landsadvocaat wijst een voorstel van de rechter af om de procedure niet via de rechter te laten lopen. De minister ziet 'geen ruimte' voor nader overleg.

De voorzieningenrechter doet over twee weken uitspraak. Het is mogelijk dat er tegelijk een beslissing inzake het beroep wordt genomen. Advocaat Hoftijzer rekent op 'een Salomonsoordeel', dat haar cliënt genoeg tijd verschaft om het examen in Nederland te maken.

    • Martin Steenbeeke