Onmisbaar eiwit voor werking van de afweer gevonden

Onderzoek bij twee jongetjes met het SCID-syndroom (een aangeboren ernstige afwijking van het afweersysteem) en hun familieleden heeft geleid naar een eiwit dat onmisbaar is voor het activeren van de zogeheten T-cellen. Deze cellen spelen een essentiële rol bij de immunologische afweer tegen ziekteverwekkers. T-cellen worden actief zodra calciumionen via specifieke calciumkanalen die cellen binnen stromen. Bij de SCID-kinderen bleken de kanalen door een mutatie verstopt te zijn. Daardoor lieten hun T-cellen verstek gaan op het moment dat ze voor de afweer nodig waren. Toen een niet gemuteerde versie van het betreffende gen in de T-cellen van de SCID-patiënten tot expressie werd gebracht, gingen de kanalen weer open (Nature online, 2 april).

Severe Combined Immune Deficiency syndroom (SCID) is de verzamelnaam voor een aantal zeer ernstige erfelijke aandoeningen die veroorzaken dat het immuunsysteem niet werkt. Vaak ontbreken belangrijke afweercellen, zoals de B- en T-cellen, volledig. Gevolg: een extreme vatbaarheid voor infecties. Onbehandeld gaan kinderen met SCID meestal binnen een jaar dood. De behandeling kan bestaan uit een transplantatie met beenmerg van een gezond broertje of zusje. Voor bepaalde vormen van SCID is ook gentherapie mogelijk.

De gezonde ouders van de nu onderzochte kinderen waren neef en nicht van elkaar. Dat wettigde het vermoeden dat elke ouder drager was van één normaal en één gemuteerd gen en de kinderen van hun ouders de gemuteerde genen hadden geërfd. Bovendien was het aannemelijk dat er in de naaste familie meerdere dragers van dezelfde mutatie zouden zijn. De vraag was echter ook: welke mutatie?

Onderzoekers van de Harvard Medical School vonden uiteindelijk een gen op chromosoom 12 dat zij Orai1 noemden. Tegelijkertijd ontdekten zij dat bij de zieke kinderen een puntmutatie in beide exemplaren van dat gen voorkwam. Orai1 blijkt te coderen voor een tot nog toe onbekend eiwit met dezelfde naam dat een onderdeel of een regulator is van de zogeheten CRAC-kanalen. Deze kanalen gaan open en laten calciumionen zodra B- en T-cellen het signaal krijgen dat er een ziekteverwekker bestreden moet worden.

Als Orai1 gemuteerd is, blijven de kanalen dicht en kunnen de cellen niets met de ontvangen signalen. Het bewijs hiervoor leverden de onderzoekers door ongemuteerd Orai1 met behulp van een virus in de gekweekte T-cellen van de zieke kinderen te plaatsen. De CRAC kanalen gingen open, de instroom van calciumionen herstelde zich, zodat de T-cellen aan het werk konden. Huup Dassen

    • Huup Dassen