'Onderzoekers brand kregen medewerking'

De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft alle medewerking gekregen bij het onderzoek naar de brand in het cellencomplex op Schiphol. Dat zegt een woordvoerder van de betrokken ministers.

De ministers Donner (Justitie, CDA) en Verdonk (Vreemdelingenbeleid, VVD) reageren daarmee op een klacht van P. van Vollenhoven. De voorzitter van de onafhankelijke onderzoeksraad zei gisteren dat Justitie zes overlevenden van de brand op 27 oktober, waarbij elf doden vielen, tegen de afspraken in, te vroeg het land heeft uitgezet. Daardoor kon de onderzoeksraad hen niet als getuige horen.

De ministers hebben volgens hun woordvoerder twee weken geleden nog een onderhoud met de onderzoeksraad gehad. Daarbij is geen enkele klacht over medewerking geuit, zegt de woordvoerder.

Van Vollenhoven erkent dat hij kortgeleden met Donner heeft gesproken en toen geen melding heeft gemaakt van de zes 'vermiste' personen. 'Dat wist ik toen nog niet.' De uitzettingen hebben het onderzoek volgens hem niet gefrustreerd, maar het was wel tegen gemaakte afspraken.

Van Vollenhoven: ' Ik heb op 11 november minister Donner gebeld om te vragen of de uitzetting van vreemdelingen die nog gehoord moesten worden, gestopt kon worden. Dat is toen toegezegd.'

De raad heeft een lijst gekregen met 85 namen van mensen die in het cellencomplex verbleven ten tijde van de ramp. Toen bleek dat 17 van die 85 mensen al waren vertrokken. 'Dat was vóór de afspraak. Daarna is voor elke uitzetting eerst met ons overlegd of wij die persoon nog wilden spreken.'

Toch is volgens Van Vollenhoven recentelijk duidelijk geworden dat er na die elfde november toch zes personen zonder overleg met de onderzoeksraad zijn uitgezet. 'Ik ga er niet vanuit dat het tegenwerking is van Justitie. Het heeft eerder te maken met de organisatiestructuur.'

Van Vollenhoven zegt dat er 51 overlevenden wél gehoord zijn. 'Hoewel het niet gemakkelijk was die personen, die in andere Nederlandse detentiecentra zaten, te traceren. Er was slecht bijgehouden wie waar zat.'

Of het nog noodzakelijk is alle getuigen te traceren, weet Van Vollenhoven nog niet. 'Als de 51 die we wel gesproken hebben zeer uiteenlopende verklaringen afleggen, kan het nuttig zijn de overigen ook te spreken. Daarover zullen we ons beraden.'