'Mijn marktwaarde ligt hier'

Charles Groenhuijsen zou de nieuwe 'anchorman' worden van het achtuurjournaal. Maar een conflict leidde tot zijn ontslag. Hij is 'verzot op Amerika' en werkt nu aan een boek over Nederland: 'Ik wil laten zien wat hier allemaal kan.'

Charles Groenhuijsen hijst de Stars and Stripes Foto Dijkstra Groenhuijzen Charles hijst de AMERIKAANSE VLAG Dijkstra bv

Hij woont in een galerijflat boven een supermarkt. De woonkamer is vrijwel leeg. Er staan twee banken met blauwe foulards erover. Een tafel met een laptop en stapelbare postvakjes, zoals je die in kantoren ziet. In de koelkast liggen nog tien biertjes van de twee sixpacks die hij een paar maanden geleden heeft gekocht. Een 'werkhok', noemt Charles Groenhuijsen (51) zijn huis in Nederland.

Deze flat in Hilversum was perfect. Vlakbij de hei, winkels, een sportschool om de hoek. En op fietsafstand van het Mediapark. Daar zou Groenhuijsen weer gaan werken, nadat hij tien jaar correspondent voor de NOS was geweest in Washington. Hij zou de nieuwe anchorman worden, het gezicht, van het achtuurjournaal.

Maar nu is de flat vlakbij 'niks', zegt Groenhuijsen. Want hij hoeft niet naar het Mediapark. Per 1 april is zijn contract officieel ontbonden. De kantonrechter oordeelde in februari dat de arbeidsverhoudingen tussen Groenhuijsen en zijn werkgever 'diepgaand' zijn verstoord. En dat is 'in overwegende mate' de NOS te verwijten, zei de rechter. Daarom kreeg Groenhuijsen een vergoeding van vijf ton. Hij had acht ton gevraagd.

Groenhuijsen wil niet negatief of verbitterd overkomen. Hij benadrukt dat hij met nieuwe dingen bezig is. Hij werkt samen met anderen aan een boek, over 'wat er met Nederland aan de hand is'. En hoe het beter kan. Met zijn benen op tafel vertelt hij enthousiast hoe er geen eind komt aan de goede ideeën voor Nederland tijdens de gesprekken voor het boek.

Maar Groenhuijsen is wel gefrustreerd. Over wat hem, en zijn gezin, is overkomen. En als het over zijn vrouw gaat, wordt hij emotioneel. Achter sterk beduimelde brillenglazen, lopen zijn ogen vol. Er is hem en zijn gezin onrecht aangedaan, vindt hij. 'Het is niet éérlijk wat er is gebeurd. Ik heb 23 jaar lang dag en nacht klaargestaan voor de NOS. 'Je kon mij altijd bellen. Charles zei nooit nee.' Groenhuijsen: 'Ik ben géén rotzak'.

Maar hij is wel iemand met uitgesproken opvattingen, die hij ook uit. En dat roept weerstand op. In een interview met HP/De Tijd verweet hij vorig jaar de redactie van het Journaal 'intellectuele luiheid'. Ook liet hij zich negatief uit over collega's Twan Huis - 'Ik wil gewoon niets met die jongen te maken hebben' - en Wouter Kurpershoek, zijn opvolger in Washington. En hij schaarde zich, op persoonlijke titel, achter de Amerikaanse inval in Irak.

De opmerkingen over collega's waren 'onhandig', zegt Groenhuijsen nu. Maar daarvoor had hij zijn excuses aangeboden, op de Journaal-redactie. Hij had gezegd dat het 'een beetje dom' was. En voor hem was daarmee de kous af. Achteraf bezien was dat misschien niet zo, concludeert hij nu.

Er speelde meer. Onenigheid over de woonplaats van Groenhuijsen haalde vorig jaar augustus de kranten. Groenhuijsen wilde als anchorman van het achtuurjournaal parttime in Washington blijven wonen: week op-week af. Ook journaal-presentator Philip Freriks doet het zo: hij woont om de week in Parijs. Maar dit scenario was voor de leiding van de NOS onbespreekbaar. Het was te riant, kreeg Groenhuijsen naar eigen zeggen te horen. En het zou zijn functioneren in een fulltime baan belemmeren, zei de NOS in de rechtszaal. In een later contract stond volgens Groenhuijsen ook dat hij permanent beschikbaar zou moeten zijn voor breaking news.

Voordelige regeling

Hij wist natuurlijk dat hij op een dag terug zou moeten, zegt Groenhuijsen. Tien jaar is al lang voor een correspondent. En zijn gezin wist dat ook. Maar vanaf dag één raakten hij en zijn vrouw 'verzot' op Amerika. 'Dat dit mijn land was, wist ik - heel cliché - toen ik op de eerste avond bovenop het Empire State Building in New York stond. Daar voelde ik ruimte, letterlijk en figuurlijk.'

Hij wilde wel fulltime in Nederland gaan wonen als journaal-presentator, maar pas in de zomer van 2007. Zodat zijn vrouw een studie in de VS kon afronden. Zijn kinderen hun schooljaar. En het was ook een financiële kwestie. 'Als je tien jaar in het buitenland volmaakt, val je onder een fiscaal voordelige regeling. Dit kost ons veel geld. We hebben ons huis duur gekocht en verkopen het met een lage dollar.' Het steekt hem, dat de NOS, na 23 jaar trouwe dienst, niet bereid was met hem mee te denken. 'Ze hadden mij vertrouwen moeten geven. Ik heb dat verdiend.' Maar Hans Laroes had volgens Groenhuijsen tijdens een onderhandeling zomaar ineens gezegd: 'Dan neem je toch ontslag.' Groenhuijsen: 'Ik ben koffie gaan halen, daarna vielen er heel veel lange stiltes in dat gesprek.'

Uiteindelijk werden ze het er over eens dat Groenhuijsen eerst een half jaar op en neer zou reizen, en zich dan definitief in Nederland zou vestigen. Zijn gezin zou een jaar later naar Nederland komen.

Groenhuijsen vindt ook dat een achtuur-presentator eigenlijk in Nederland hoort te wonen. In de VS ziet hij geen Nederlandse tv. Hem ontgaat opwinding van collega's bij de koffieautomaat. Maar hij vindt dat het niet overdreven moet worden. 'Ik durf elke nieuwsquiz aan, in de VS lees ik vier, vijf Nederlandse kranten per dag.'

In de rechtszaak was de woonplaats van Groenhuijsen niet het belangrijkste onderwerp. Omdat de partijen het daarover eens waren geworden, had die voorgeschiedenis een deel van haar gewicht verloren, zei de rechter. Het ging wel over e-mails. Groenhuijsen kwam er achter dat alle verzoeken voor interviews en klussen, zoals het voorzitten van forums, door de persdienst direct naar hoofdredacteur Hans Laroes moesten worden doorgemaild. Dat gebeurde niet standaard bij verzoeken aan andere presentatoren. Waarom hij een uitzondering was, weet Groenhuijsen niet. 'Ik weet nog steeds niet waar het wantrouwen jegens mij op was gebaseerd.' Hij vroeg Laroes om opheldering. Er volgde een e-mailwisseling. Laroes legde uit dat er een streng beleid was ten opzichte van schnabbels nadat twee journaal-presentatoren daarmee in opspraak waren geraakt. Na een paar mails over en weer, tikte Groenhuijsen: - met zijn jas al aan om de deur uit te gaan - 'ik hou me wel aan de regels van de 'schnabbelgestapo'. Hij bedoelde het grappig, zegt Groenhuijsen nu. Maar zo kwam het niet aan. Hij vergeleek zijn baas met een nazi - en die vond dat reden voor ontslag.

Groenhuijsen verzet zich tegen het beeld van een schnabbelaar. 'Ik had er niet eens tijd voor, omdat ik altijd aan het werk was voor de NOS. Ik ben de productiefste correspondent geweest. Bovendien zat ik daar en niet hier.' Terugkijkend concludeert hij dat er bij Laroes 'iets emotioneels' moet hebben gezeten. Anders reageer je niet zo. 'Maar zijn motieven zijn mij nog steeds niet duidelijk.'

Cowboylaarzen

Ik ben misschien lastig, zegt Groenhuijsen. Hij noemt zichzelf een 'ijverige rebel'. 'Ik accepteer dat bazen beslissingen nemen, maar ik heb niet automatisch respect voor iemand omdat hij de baas is.' Binnen organisaties moet plaats zijn voor ijverige rebellen. Maar bij het Journaal ziet hij ze niet. 'Ik zie daar weinig mensen die de boel flink op durven te schudden.

'Ik denk mee, en als ik iets niet goed vind gaan, dan zeg ik dat.' Dat deed hij bijvoorbeeld toen hij kwam proefdraaien in het nieuwe decor van het achtuurjournaal. 'Ik heb wallen. En licht dat van boven komt, maakt dat erger. Een 'onderlichtje' corrigeert het. Maar in de nieuwe belichting van het Journaal ontbrak zo'n onderlichtje natuurlijk. Terwijl ook Philip Freriks veel kan hebben aan zo'n laag lampje, hij heeft diepliggende ogen. Dus zeg ik dat ik dat niet goed vind. Dan heb je blijkbaar kapsones.'

In Amerika is dat anders, zegt Groenhuijsen. Daar is een presentator koning. 'En daar verdienen ze ook zo ongelooflijk veel....' Daar voegt hij aan toe: 'Dat hoeft nou ook weer niet. Wij presentatoren kunnen toevallig goed een stukkie lezen. Zo bijzonder is dat niet.'

Hij denkt dat er naast een persoonlijk conflict ook een clash of culture was. Hij is Amerikaanser geworden in de afgelopen tien jaar. Hij voelt zich thuis in de VS, meer dan in Nederland. 'Ik heb daar jaren op mezelf gewerkt, dan zwem je in de Hilversumse vissenkom al snel tegen het glas.' En hij is 'resultaatgerichter' geworden door Amerika. 'Meer van de korte lijnen, het kan sneller. Daarom moest ik ook weer wennen aan de bureaucratie waar je bij de NOS soms op stuit. Daar ben ik met mijn cowboylaarzen wel eens bot doorheen gedenderd. Een zekere onaangepastheid heb ik wel.'

Groenhuijsen is niet anti-Bush. Hij heeft gezegd dat het een goede zaak is dat Bush Irak is binnengevallen, voor de veiligheid van zijn kinderen. Op die uitspraak is hij aangesproken door journaal-collega's. Je hoort je als presentator niet politiek uit te spreken. Alle kijkers moeten zich bij je thuis kunnen voelen. Het is, zegt Groenhuijsen, inderdaad a thin line. Hij zou daar nu voorzichtiger mee omgaan. 'Maar waarom is het geen probleem dat 99 procent van mijn journaal-collega's anti-Bush is? Hans Laroes heeft zelf ooit gezegd: de journaal-redactie stemt PvdA en GroenLinks. Dat is een heel beschadigende uitspraak geweest voor de redactie. Maar hij is nog steeds hoofdredacteur, en ik ben weg.'

Take control of your own life, dat spreekt hem aan in de Amerikaanse levensstijl. Zijn nieuwe boek zal gaan over empowerment, een woord waar geen goed Nederlands equivalent voor is. Het betekent letterlijk: in staat stellen. Maar het staat voor: mogelijk maken en kracht geven. Hij wil laten zien wat er kán. Want het beeld in Nederland is te somber, er wordt te veel geklaagd en er wordt ook te snel subsidie aangevraagd. 'Dat is in Nederland de eerste reflex van iemand met een idee: welk subsidiepotje kan ik daarvoor aanspreken?' Groenhuijsen verzamelt voor zijn boek initiatieven die zonder subsidie van de grond zijn gekomen.

Er is veel positiefs, vindt hij. En daarvan moeten media ook verslag doen. Nu is het zo dat media burgers aanpraten dat het slecht met ze gaat. Als voorbeeld noemt hij recente rapporten over allochtonen en werk. Voor het onderzoek waaruit een hoge jeugdwerkloosheid naar voren kwam, was veel aandacht. Maar de sterke groei van het aantal allochtone ondernemers werd nauwelijks genoemd.

Groenhuijsen pleit niet voor 'gemakkelijk goed nieuws' uit de categorie: trein op tijd, prins carnaval aangekomen op Vrijthof. Hij wil aandacht voor positieve ontwikkelingen op de lange termijn. En die zijn er in overvloed. 'Ik wil armoede niet bagatelliseren, maar die is de afgelopen 25 jaar afgenomen. We worden ouder, gezonder, rijker en beter opgeleid.' Politici zouden zich meer moeten richten op de lange termijn en zich moeten afvragen: hoe houdbaar is mijn opwinding van dit moment?'

Hij heeft nog geen titel voor zijn nieuwe boek. Wel weet hij dat het toegankelijk moet worden. Van zijn laatste boek Amerikanen zijn niet gek verkocht hij 70.000 exemplaren: een bestseller.

Hoe gaat het verder met Charles Groenhuijsen? In Amerika werk zoeken, is niet echt een optie. 'Mijn marktwaarde ligt hier.' Of en wanneer zijn gezin terugkomt, is nog niet besloten. 'Eigenlijk is alleen zeker dat ik nog wel even een Frequent Flyer blijf bij United Airlines.' Groenhuijsen bedankte voor een baan bij NSE, de nieuwsrubriek van Talpa (die deze week werd opgeheven). Een terugkeer naar het centrum van het nieuws zit er dus even niet in. 'Die tijd is voorbij', zegt hij resoluut. Wat niet wegneemt dat hij 'huilend op de bank' zal zitten als de eerste grote nieuwsgebeurtenissen zich aandienen, zoals oorlogen en aardbevingen. Want - hoe wrang ook - dat waren zijn hoogtepunten.

    • Merel Thie