Links, rechts en de economie

De bewijzen stapelen zich op dat de uitslag van landelijke verkiezingen - hier en elders - in belangrijke mate afhangt van de stand van de nationale economie. Daarom kunnen de huidige regeringspartijen de uitslag van de verkiezingen voor de Tweede Kamer in mei 2007 met enig vertrouwen tegemoet zien. Naar het zich laat aanzien trekt de economie, na een ongekend lange kwakkelperiode, in het lopende en het komende jaar eindelijk weer met zo'n 3 procent aan. Bij dit groeitempo van de nationale koek krijgen gezinnen meer te besteden, kunnen ondernemingen dankzij hogere winsten meer investeren en loopt de schatkist vol. Nog meer goed nieuws: de inflatie blijft laag en de werkzame beroepsbevolking dijt met een kwart miljoen werknemers en zelfstandigen uit. Met deze cijfers uit het Centraal Economisch Plan 2006 in de hand beweerde minister Brinkhorst van Economische Zaken in een eerder deze week gepubliceerd interview met Het Financieele Dagblad: 'We hebben een succesvol economisch beleid gevoerd.'

Geen misverstand mogelijk. Het spel is op de wagen. De campagne is begonnen, al zijn de Kamerverkiezingen pas over meer dan een jaar. De heer Brinkhorst verwijt de grootste oppositiepartij 'economisch conservatisme'. De PvdA durft in zijn visie geen harde maatregelen te treffen en komt het bedrijfsleven onvoldoende tegemoet. Ach zo. Gemakshalve lijkt de minister te vergeten dat de PvdA in de periode 1990-2002 medeverantwoordelijk was voor - om twee dwarsstraten te noemen - fundamentele bezuinigingen in de WAO en de verlaging van het toptarief van de inkomstenbelasting van 72 naar 52 procent. Ook anderszins speculeert de bewindsman op het korte geheugen van de kiezers. De mooie cijfers voor 2006 en 2007 die het Centraal Planbureau (CPB) nu wereldkundig heeft gemaakt kunnen niet verbloemen dat de Nederlandse economie tijdens de rit van dit kabinet slechts middelmatig heeft gepresteerd. In de periode 2004-2007 groeit de economie in de andere 'oude' lidstaten van de Europese Unie gemiddeld een kwart sneller dan bij ons. Volgend jaar ligt de werkloosheid in ons land slechts 30.000 personen lager dan in 2003, als de met onzekerheden behepte ramingen van het CPB tenminste worden bewaarheid.

Minister Brinkhorst is een politicus uit de oude mal. Zolang het economisch tij tegenzit, liggen de oorzaken altijd bij anderen: de wereldhandel zit in het slop, de vakbonden hebben te hoge looneisen gesteld, de ondernemers innoveren niet genoeg, en ga maar door. Zodra de economie de wind in de zeilen krijgt, claimen politici daarentegen het exclusieve vaderschap van het succes. In dit geval volstrekt ten onrechte. Het in de afgelopen jaren gevoerde kabinetsbeleid heeft het economisch herstel eerder afgeremd dan bevorderd. Teneinde ingrijpende bezuinigingen van de afgelopen jaren te kunnen verkopen lieten ministers geen gelegenheid voorbijgaan om de burgers economisch onheil aan te zeggen. Door forse lastenverzwaringen kwam de koopkracht van velen geducht in de knel. Logisch dat in dit onzekere klimaat consumenten het geld niet lieten rollen en ondernemers bij het doen van nieuwe investeringen de kat nog even uit de boom keken. Als gevolg van bezuinigingen stonden ook de eigen bestedingen van de overheid onder druk. Het gevolg was een door keynesianen voorspelde klassieke 'vraaguitval'. De verkopen van het bedrijfsleven aan binnenlandse klanten (consumenten, investeerders, de overheid) stokten. Het CPB constateert in het Centraal Economisch Plan 2006 dat de hele economische groei van de laatste jaren dreef op de kurk van hogere verkopen aan buitenlandse afnemers. De binnenlandse afzetmarkt stagneerde volledig, als gevolg van de inzet van het kabinet.

Ere wie ere toekomt. Het kabinet is forse hervormingen niet uit de weg gegaan. Duizenden rijksambtenaren zijn vervroegd afgevloeid met een goudgerande vertrekpremie. Overigens stond deze 'Remkesregeling' haaks op andere maatregelen van het kabinet die juist beoogden de arbeidsparticipatie van oudere werknemers te vergroten, getuige de wetgeving die een einde maakte aan fiscale voordelen bij vervroegd uittreden. Verder ging de WAO de afgelopen jaren weer eens in de steigers voor een grondige renovatie. De werkloosheidsuitkeringen lopen korter. Het zorgstelsel is grondig overhoop gehaald. Het eigen belastinggebied van gemeenten is ingesnoerd. 't Zijn ingrepen die stuk voor stuk nauwelijks te rijmen zijn met de veel gesignaleerde stroperigheid van de besluitvorming in Den Haag. Hoe men verder ook over de merites van deze ingrepen oordeelt, gebrek aan daadkracht kan premier Balkenende en de zijnen niet worden ontzegd. Dat geldt ook de positie van de schatkist.

Door miljardenbezuinigingen zullen de overheidsuitgaven in 2007 een iets geringer beslag op het nationale inkomen leggen dan in 2003. Dat scheelt bijna 1 cent van elke achter de dijken verdiende euro. Tegelijkertijd heeft het kabinet de druk van belastingen en sociale premies met 2 cent per in Nederland verdiende euro opgeschroefd. Door deze combinatie van bezuinigingen en lastenverzwaringen is het tekort op de overheidsbegroting komend jaar vrijwel verdwenen. In 2003 lag het tekort nog iets boven de 3 procent van het nationale inkomen. Om die reden dreigde de Europese Commissie ons land destijds met strafmaatregelen, omdat een zo groot tekort in strijd is met afspraken die zijn bezegeld in het Verdrag van Maastricht. Inmiddels is Nederland op dit punt een van de braafste jongetjes uit de euroklas.

Veel wijsheid komt achteraf. Wie de recente cijfers over de overheidsfinanciën op zich laten inwerken komen al snel tot de slotsom dat het kabinet dieper in de uitgaven heeft gesneden dan achteraf bezien nodig was geweest. Bij de opgelegde lastenverzwaringen had het kabinet grotere terughoudendheid kunnen betrachten. De linkse oppositie heeft natuurlijk steeds geroepen dat het financeel-economische beleid niet deugde. Dat was te gemakkelijk. Serieus te nemen tegenbegrotingen - met het grootzegel van het CPB daaraan gehecht - maakten de afgelopen jaren duidelijk dat ook bij een redelijk links alternatief de budgettaire marges smal zijn.

Sommige politici uit het linkse kamp dromen openlijk van een coalitie van PvdA, GroenLinks en de Socialistische Partij. Zo'n progressieve combine zou terechtkomen in een door minister Zalm gespreid begrotingsbed. Bij een uitgangssituatie zonder tekort van betekenis kan een links kabinet in 2007 immers met een schone financieel-economische lei beginnen. Paradoxalerwijze is die fraaie uitgangspositie bereikt met maatregelen waartegen links de afgelopen jaren tevergeefs te hoop liep.

    • Flip de Kam