Geef mij maar een Duitse grondwet

Vanaf 1 oktober wordt van nieuwe Nederlanders geëist dat ze in een sentimentele ceremonie de eed van trouw aan de Grondwet afleggen. Nog nooit is onze constitutie zo romantisch bejegend als in onze dagen. Het enige artikel dat ooit ontroering heeft gewekt is het bekende antidiscriminatie-artikel 1, dat pas in 1983 is ingevoerd: 'Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.'

Vergeleken met deze amechtige formulering spreken de Duitsers heel wat klaardere taal: 'Alle Menschen sind vor dem Gesetz gleich.' (Art.3 Grundgesetz für die Bundesrepublik Deutschland).

Het is dit gelijkheidsartikel dat van de Partij van de Vrijheid (leider G. Wilders) moet verdwijnen en plaatsmaken voor de definiëring van Nederland als een gemeenschap die berust op Europese waarden. Natuurlijk kan zo'n grondwetsartikel niet: 'Allen die zich op Nederlandse bodem bevinden bekennen zich tot de joods-christelijke en humanistische traditie.' Zo wordt immers geen grondrecht vastgelegd, maar een (vermeende) eenheid van cultuur voorgeschreven. Hoogstens zou in een preambule op de Grondwet iets vrooms gepreveld kunnen worden. De Duitse Grondwet doet het zo: 'Im Bewußtsein seiner Verantwortung für Gott und den Menschen, von dem Willen beseelt, als gleichberechtigtes Glied in einem vereinten Europa dem Frieden der Welt zu dienen, hat sich das Deutsche Volk kraft seiner verfassungsgebende Gewalt diese Grundgesetz gegeben.'

Terecht wordt in deze preambule op een Grondwet het soevereine volk tot basis van alle staatsmacht verklaard. Misschien knippert men even de ogen bij de aanhef 'In het besef van zijn verantwoordelijkheid jegens God en de mensen ...', maar bij nader inzien blijkt deze zinsnede aan iedereen recht te doen: gelovigen van alle pluimages vinden de erkenning van hun verantwoordingsplicht die zij zeggen te hebben tegenover hun Allerhoogste. Of hij nu God de Vader, Allah of Jahweh heet. En humanisten kunnen zich natuurlijk vinden in hun verantwoordelijkheid tegenover de medemens. De Duitse formulering is een Grondwet waardig: zij is namelijk inclusief. Wilders is er met zijn 'joods-christelijke en humanistische traditie' op uit mensen uit te sluiten, met name natuurlijk de moslims.

Het is verbazingwekkend waar te nemen wat voor een romantisch idee de moderne Verlichtingsfundamentalisten zoals hij over het volk hebben. Voor hen is de natie weer een mystiek lichaam. Het is dan wel niet meer het 'Neêrlands bloed van vreemde smetten vrij' dat de natie uitmaakt, maar zij nemen wel aan dat er een Nederlandse cultuur bestaat waartoe je behoort of niet. Wilders' poging om die te definiëren als joods-christelijk en humanistisch is uiterst onbehouwen. Het joodse cultuurelement kan immers pas sinds Auschwitz op erkenning rekenen. In combinatie met 'christelijk' moet het kennelijk wijzen op de joodse wortels van het christendom. Daarmee vervaagt het begrip christelijk nog meer. Humanisme is een al even lege huls.

Als christendom en humanisme staan voor de erkenning van menselijke waardigheid, moeten we dat zeggen. De Duitse Grondwet begint ermee: 'Die Würde des Menschen ist unantastbar.' Pas daarna komen de artikelen 2 en 3 over vrijheid en gelijkheid. In vergelijking met het ratjetoe dat doorgaat voor de Nederlandse Grondwet, is de Duitse een monument van helderheid.

Verder is de Duitse Grondwet superieur aan de Nederlandse door het simpele feit dat hij een wet is. Daarom kon een leraar in Beieren bij het Bundesverfassungsgericht in Karlsruhe zijn gelijk halen: kruisbeelden hoorden niet thuis aan de wanden van openbare scholen, krachtens het grondwettelijke principe van de scheiding tussen kerk en staat. De Nederlandse Grondwet is niet meer dan een langdradige intentieverklaring, waaraan de wetgever belooft zich te houden. Geen burger kan er rechten aan ontlenen, laat staan op basis ervan tegen de staat procederen.

Praten over de Nederlandse constitutie blijft daarom sentimenteel geneuzel, zolang we niet een Grondwet van Duitse snit en gewicht hebben.

Classicus te Nijmegen