Filosofie is een reactie op de popcultuur

In benauwde zaaltjes zoeken mensen naar zingeving, maarde filosofie biedt geen uitweg, vindt Maarten Huygen.

Onderwijskundigen zouden schuddebuiken van ongeloof: een klas met ruim tachtig mensen in de leeftijden van zestien tot tachtig die in een benauwd zaaltje een uur en een kwartier achter elkaar luisteren naar een spreker die in zijn eentje aan het woord is over waarheid, de werking van de hersenen en de evolutieleer.

Na de koffie komt het tweerichtingsverkeer. Dan krijgen de mensen nog een uurtje om vragen te stellen. Geen power point, geen filmpjes of plaatjes, geen bonkmuziek, geen ruig taalgebruik en geen afleiding door middel van computers. Ik hoorde één mobieltje afgaan en dat was per ongeluk. Verder bleef de zaal muisstil.

De maand van de filosofie, waarin dit soort sessies over het hele land plaatshebben, is ook een reactie op de gevestigde popcultuur die gulzig alle levenssferen verzwelgt. De meeste lezingen gaan niet volgens het studiehuismodel. Nou moet ik bekennen dat de spreker die ik afgelopen woensdag hoorde in de 17de-eeuwse stadsbibliotheek van Gouda, Bas Haring (37), bekend was van de televisie. Mijn buurman, een 41-jarige elektronica-ingenieur, gaf grif toe dat dat de reden was voor zijn komst. Drie studenten waren er zelfs voor uit Rotterdam gekomen. De mensen willen hem wel eens in het echt zien. Maar het gaat hier niet om een soapster, maar om een natuurkundige die is gespecialiseerd in kunstmatige intelligentie.

Voor wie de wetenschapspagina's van de kranten volgt, bevatten zijn verhalen weinig nieuws en hij herhaalt vaak hetzelfde. Zijn eerste boek Kaas en de evolutietheorie was voor kinderen geschreven. Maar hij formuleert origineel met grappige invallen en hij is een echte wetenschapper die geen mystieke praatjes verkoopt over buitenaardse wezens, telepathie of morfologische velden. Hij wil de mensen leren leven met onzekerheden. En dat is goed mogelijk, zoals mensen ook zonder zwemvest kunnen leren zwemmen.

Haring biedt geen simpele antwoorden en dat is een goed uitgangspunt. De mensen uit het publiek zagen hem niet als goeroe maar stelden kritische vragen of zeiden dat ze er heel anders over dachten. Echte filosofie. Wat mij betreft mogen er best meer bekende Nederlanders zijn zoals Haring.

De maand van de filosofie werd vrijwel meteen een succes, nadat Jean Cristoph Boele van Hensbroek van uitgeverij Lemniscaat het idee vijfenhalf jaar geleden had geopperd bij Leo van de Wetering, verkoper bij de filosofieafdeling van de Rotterdamse reuzenboekhandel Donner. Van Maastricht tot Leeuwarden verbreidt zich het verschijnsel filosofisch café en de oplage van het tijdschrift Filosofie Magazine groeit. Commercieel gezegd: er zit groei in de 'zingevingsrubrieken'. Mensen willen houvast, maar krijgen ze dat wel in de filosofie?

Het doet mij denken aan het vorige overgangstijdperk in Nederland rond 1970 toen geloofszekerheden wankelden en vrijwel dagelijks op televisie pijprokende theologen verschenen die voor de oecumene waren en al discussiërend elk dogma opnieuw inspecteerden. De twijfelende katholieke schrijver Godfried Bomans was nog bekender van tv dan Haring nu, maar toen waren er ook maar twee kanalen. Over het hele land verenigden zich mensen in discussiegroepjes om te wennen aan de betrekkelijke rol die de mens in de evolutieleer speelde. Tot dan toe bestond voor veel religieuzen die betrekkelijkheid alleen in het aangezicht van god. De één viel van zijn geloof af en werd marxist, de ander bekeerde zich tot een pseudo-religieus holisme dat alles met alles verbond.

In de jaren tachtig leefden de occulte bewegingen op met bestsellerschrijvers als Fritjof Capra en Marilyn Ferguson. Bedrijfsdirecteuren die een persoonlijke crisis doormaakten, zochten de zin van hun werk. De holistische mantra 'het geheel is meer dan de som der delen' is nog altijd inspirerend voor een topman die een overname wil doen.

De maand van de filosofie is een verademing, omdat die niet zo'n simpele modieuze oplossing brengt maar draait om het filosoferen zelf. Het programma gaat alle richtingen uit, omdat de mensen het niet meer weten. Deze week kwam onder andere de geschiedenis van het zelfbeeld van de mens aan de orde in Eindhoven, terwijl in een ander zaaltje in Amsterdam de avond werd gewijd aan de moeilijk toegankelijke Duitse filosoof Heidegger. In Velp werden socratische gesprekken over het goede leven gevoerd.

Filosoof is een groot woord voor al die doctorandussen en doctores. Door zo'n titel ben je nog geen scheppend filosoof net zomin als een neerlandicus romanschrijver is. Veel afgestudeerden aan de faculteit wijsbegeerte zijn historici van het denken. Inzichten van oude denkers zijn allang door de wetenschap weerlegd maar laten wel zien hoe de mensen millennialang met dezelfde dilemma's hebben geworsteld. Onder oude denkbeelden over mens en samenleving zitten juweeltjes die nu nog actueel zijn.

Bij de opening van de maand van de filosofie in boekhandel Donner in Rotterdam, vorige week vrijdag, debatteerden de gebroeders Meester over de actualiteit van oude denkbeelden. Zij zijn de Jan Klaassen en Katrijn van de filosofie. Frank Meester is met zijn baardje, halflang haar en vlot zwart overhemd de modieuze, vage romanticus die liever samenvattingen dan originele teksten leest en Maarten Meester met donkerblauw pak en sneeuwwit overhemd is de stijve rationalist die tot de bron gaat, Immanuel Kant bewondert en diens hele oeuvre heeft gelezen. De vrolijke discussies en onderlinge plagerijen deden me denken aan nachtenlange gesprekken uit mijn studententijd.

Frank had wel een mooi voorbeeld tegen het beginsel van Kant dat aan moreel handelen een algemene regel ten grondslag moeten liggen die voor iedereen geldt.

Dat is in de individualistische, multi-etnische samenleving moeilijker dan in het 18de-eeuwse Pruisische Königsberg waar Kant zijn leven doorbracht. Stel dat de buurman harde muziek draait en het best vindt als alle anderen dat ook doen, oppert Frank. Daar zegt hij zowat.

De filosofie biedt geen definitieve uitweg, maar leert fietsen zonder zijwielen.

    • Maarten Huygen