Een bloeddorstige maffia-baas

Massamoordenaar. Menseneter. Machiavellist. Maffia-baas. Zwarte messias. Vijf koosnamen die de Liberiaanse oud-president Charles Taylor op het lijf zijn geschreven. Een speciale rechtbank in Sierra Leone heeft hem aangeklaagd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, die hij na 30 november 1996 in Sierra Leone begaan heeft. Om veiligheidsredenen wordt het proces naar alle waarschijnlijkheid gehouden in Den Haag. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties neemt daar begin volgende week een beslissing over.

De Liberiaanse oud-president Charles Taylor, aangeklaagd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Foto AFP Portrait of Liberian President Charles Taylor taken 14 June 2003 in his home village, Attington. AFP PHOTO ISSOUF SANOGO. AFP

Alsof je een notoire bankovervaller beschuldigt van de diefstal van een pakje sigaretten. Daarmee is de aanklacht te vergelijken dat Taylor na 1996 de rebellen in Sierra Leone bij hun wandaden heeft gesteund. De 58-jarige Taylor heeft zoveel meer op zijn kerfstok. Hij is over lijken gegaan om in Liberia aan de macht te komen en te blijven. Hij heeft etnische slachtingen aangericht door de Krahn in zijn land tegen de Mandingo op te zetten. Hij heeft rituele mensenoffers gebracht.

Kinderen heeft hij gedrogeerd en gehersenspoeld om ze te kneden tot meedogenloze moordmachines. Als bendeleider én als president heeft hij zijn land kaalgevreten als een sprinkhanenzwerm. Van de mislukte staat Liberia heeft hij een internationaal centrum van georganiseerde misdaad gemaakt, waar drugsbaronnen en wapenhandelaren aanzaten bij terroristen van Al-Qaeda. Maar dat blijft buiten beschouwing in een Haags proces.

De rechters houden zich ook niet bezig met Taylors export van oorlog naar andere landen zoals Guinee en Ivoorkust. Taylor was de verdelger van Liberia. De stokebrand van West-Afrika. Veel Liberianen zijn nog altijd bang voor hem en beschouwen hem als het vlees geworden Kwaad. 'Als je Charles Taylor ziet, kijk je de duivel in zijn ogen', zegt een geestelijke in het boek The Mask of Anarchy dat Afrika-specialist Stephen Ellis over de burgeroorlog in Liberia geschreven heeft.

Als voorzitter van de Liberiaanse studentenverenigingen in de Verenigde Staten verkondigde Taylor al dat hij president van Liberia zou worden. Na een militaire coup in 1980 die onderofficier Samuel Doe aan de macht bracht, rook hij zijn kans. Met een graad in de economie haastte hij zich terug naar de Liberiaanse hoofdstad Monrovia, waar hij directeur van het nationaal inkoopbureau kon worden. Drie jaar later vluchtte hij naar Amerika, volgens Doe met 900.000 dollar uit de staatskas. Na een verzoek om uitlevering werd Taylor in mei 1984 in Massachusetts gearresteerd.

Vijftien maanden heeft Taylor in de cel gezeten, voordat hij onder nooit opgehelderde omstandigheden ontsnapte. Later heeft hij ook gevangen gezeten in Ghana (twee keer) en Sierra Leone, maar dat duurde nooit lang. Vorige maand ontvluchtte hij nog zijn ballingsoord Calabar in het zuiden van Nigeria. Aan dit soort escapades dankt hij zijn reputatie van meester-ontsnapper.

Na een militaire training in Libië en met steun van Burkino Faso en Ivoorkust viel Taylor eind 1989 Liberia binnen. Dat was het begin van de burgeroorlog die 80.000 levens heeft geëist. Aanvankelijk beschikte Taylor over niet meer dan honderd slecht bewapende strijders. Die roversbende breidde hij uit met speciale eenheden van kindsoldaten: Small Boy Units. Naast marihuana, drank en amfetaminen misbruikte hij traditionele spirituele rituelen om zijn jonge strijders tot ongekende wreedheid aan te zetten. Verborgen achter maskers, getooid met pruiken, gehuld in vrouwenkleren rukten ze harten uit, sneden ze oren en penissen af. Allemaal voor 'papay' Taylor.

Taylor duldde niemand in zijn schaduw. Iedereen die een bedreiging voor hem kon vormen, binnen of buiten zijn National Patriotic Front of Liberia, liet hij vermoorden, vaak op gruwelijke wijze. Nadat de alom geachte politicus Jackson F. Doe onthoofd was, zou Taylor zijn bloed hebben gedronken.

Taylor is er altijd vanuit gegaan dat hij de steun van de geestenwereld nodig had om aan de macht te komen en te blijven. Daarbij toonde hij zich niet dogmatisch. Christelijke, islamitische en traditionele spirituele technieken, hij heeft ze allemaal geprobeerd. In de loop der jaren heeft hij een eindeloze stroom profeten, marabouts, zoes, diviners, evangelisten geconsulteerd. Volgens meerdere verklaringen heeft Taylor om zijn magische kracht te vergroten ook mensenvlees geconsumeerd.

Taylor heeft herhaaldelijk verklaard dat God hem uitverkoren had. Toen een BBC-verslaggever hem voorhield dat veel mensen hem als ordinaire moordenaar zagen, zei hij 'dat Jezus Christus in zijn dagen ook van moord werd beschuldigd'. Later, toen Taylor in 1995 na het zoveelste vredesakkoord voor het eerst zijn intrede deed in de hoofdstad, ging hij volledig in het wit gekleed, 'net als Christus die Jeruzalem binnenkomt op palmzondag', zoals Stephen Ellis schrijft.

Geheel in de gewelddadige traditie van Liberia vocht Taylor acht jaar lang om de controle over de staat, uitsluitend voor persoonlijk economisch gewin. Dat driekwart van de bevolking in 1997 bij de presidentsverkiezingen op hem stemde, kwam voort uit angst. Als Taylor naast de macht greep, zou de oorlog verdergaan. 'He killed my Pa. He killed my Ma. I'll vote for him', luidde de cynische leus.

Als president kon Taylor de rijkdommen van zijn land ten eigen bate exploiteren: rubber, ijzer, hout, goud. Stephen Ellis van het Afrika Studiecentrum in Leiden ziet Taylor 'als een maffia-baas die het tot staatshoofd heeft gebracht'.

Nadat het geweld in Liberia was opgelaaid als reactie op het wanbeheer van Taylor, moest de uitverkorene van God in augustus 2003 toch wijken, om een bloedbad in de omsingelde hoofdstad te vermijden. Vanuit zijn ballingsoord in Nigeria bleef hij zich met de Liberiaanse politiek bemoeien, in de hoop op een terugkeer.