De moskee die er steeds niet komt

Het is precies dertig jaar geleden dat de ambassadeurs van Arabische staten in Athene vroegen om de bouw van een moskee in de hoofdstad. De Saoedische koning Fahd was bereid deze te bekostigen. Drie jaar later verklaarde premier Kostas Karamanlis sr. tijdens een bezoek aan Riad dat er geen bezwaar was tegen het plan. Inmiddels is Athene de enige Europese hoofdstad zonder moskee - en ook zonder islamitische begraafplaats - en is het aantal moslims opgelopen tot 200.000.

Daar horen ook enkele duizenden burgers bij uit eigen land, leden van de islamitische minderheid die uit Thracië in het noordoosten van Griekenland naar de hoofdstad zijn getrokken.

Vier voorsteden kwamen tot nu toe voor de bouw in aanmerking, maar steeds liep het nergens op uit, doorgaans vanwege bezwaren van de lokale bevolking of instituties. Voor de Olympische Spelen in 2004 vonden veel Grieken dat het tijd werd voor een moskee, ook de orthodoxe staatskerk, die volgens een wet uit de dictatuur van Metaxás (1936-1941) inspraak heeft bij de plaatsing van niet-orthodoxe geloofshuizen.

Een stuk grond van 34.000 vierkante meter bij de voorstad Paiána werd aangewezen voor de bouw van een moskee annex islamitisch cultureel centrum. Opnieuw rezen er bezwaren. Wederom van de plaatselijke bewoners wier burgemeester op die plek een groot kruis liet plaatsen. Het argument was deze keer dat toeristen die op het nabijgelegen vliegveld neerstreken dit gebouw mét minaret als eerste zouden ontwaren en de indruk zouden krijgen dat Griekenland een islamitisch land is. Aartsbisschop Christódoulos sloot zich bij die actie aan.

Veel Atheense moslims vonden de plek te ver weg. De laatste jaren zijn er binnen de Atheense grenzen circa dertig officieuze gebedsruimten ontstaan, in kelders, garages of winkelruimten - iets wat de autoriteiten alleen al uit veiligheidsoverwegingen graag willen veranderen.

Ten slotte was er bezwaar tegen het feit dat de gelden uit de dogmatische hoek van de islam zouden komen. 'Laat die Arabische koning eerst maar eens een vergunning geven voor de bouw van kerken.'

Twee jaar na de Olympische Spelen is de moskee er nog steeds niet. De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Dora Bakoyánni, die zich tevoren als burgemeester van Athene nooit in het openbaar over de affaire had uitgelaten, kwam vorige week met een even simpel als voor de hand liggend idee: aan het Monastiráki-plein, in het centrum van de stad, staat een moskee uit 1759, die dienst deed tijdens de Ottomaanse overheersing van Griekenland. Het gebouw is in 1915 gerestaureerd en functioneert sinds 1959 als museum van Griekse volkskunst. Waarom dit gebouw niet zijn oorspronkelijke bestemming teruggeven?

De aartsbisschop, in plaats van blij te zijn dat er nu geen sprake meer is van een bijbehorend Centrum, heeft nieuwe bezwaren. De moskee staat vlak onder de Akropolis, en wat ernstiger is: nog geen honderd meter van zijn eigen Metropoolkerk. Dat in diezelfde buurt ook de synagoge en de Armeense kerk zijn verrezen, leverde tot nu toe geen problemen op. Maar een moskee in het hartje van de hoofdstad? Ook veel (toeristische) winkeliers rondom Monastiráki fronsen hun wenkbrauwen. En de minister van Onderwijs en Geloofszaken heeft haar collega van Buitenlandse Zaken er nadrukkelijk aan herinnerd dat de aangelegenheid in haar portefeuille thuishoort.

In het parlement zei de ultra-nationalistische onafhankelijke afgevaardigde Stélios Paspathemelís: ' Ik heb er geen bezwaar tegen. Maar dan moet Turkije ons eerst de sleutels van de Aya Sofia teruggeven' (de Byzantijnse hoofdkerk in Istanbul, nu museum). Aan medestanders ontbreekt het mevrouw Bakoyánni intussen evenmin. De liberaal Stéfanos Manos, vroeg zich af, op welke grond een orthodoxe aartsbisschop zich bezighoudt met de plaats waar moslims bidden.

    • F.G. van Hasselt