De Hel

Max van Heeswijk is de koning van het oponthoud. Als het seizoen begint, is er altijd wel iets dat Max teistert. Of een hernia,of een verzwikte enkel, of liesklachten, of liefdesverdriet. Dat kwakkelt zo het hele seizoen door, tot het bijna afgelopen is. In september wint Van Heeswijk nog gauw de ene koers na de andere.

Max van Heeswijk is nochtans een renner met voorjaarsbenen. Hij zou in de onsterfelijkheid kunnen treden door Parijs-Roubaix te winnen. Het mag niet zo zijn. Max zal de Helletocht morgen volgen vanaf de bank. Pas over een week kan hij weer aan fietsen denken.

Er zijn niet zoveel renners die Parijs-Roubaix kunnen winnen. Het is een klassieker van grote eenzaamheid. Na 200 kilometer is er niemand nog om mee te praten. Het Carrefour de l'Arbre, het bos van Wallers, de gaten in het onverharde wegdek, onverteerbare kasseistroken, volgwagens die de berm in vliegen, slijk of stof alom, kortom de hele apocalyps ranselt het peloton tot sintels uiteen. Morgen regent het ook nog.

Het team van Max van Heeswijk is Discovery Channel. Amerikanen weten weinig van wielrennen. De Tour de France, ja, die kennen ze. Naar de Ronde van Vlaanderen of de Goldrace kijken ze niet om. Criteriums! Parijs-Roubaix is de enige klassieker die live op de buis komt. Sinds vorig jaar worden zelfs de grote middelen ingezet voor de Helletocht. Discovery Channel wil als avontuurlijke zender geen valpartij, geen hongerklop, geen gebroken zadel missen. De winnaar van Parijs-Roubaix is meteen een legende in Amerika. Het zou veel pech en ellende hebben goedgemaakt voor Van Heeswijk. De renner zou in één klap miljonair zijn.

Gek genoeg is Parijs-Roubaix de laatste jaren geen klassieker meer voor Nederlanders. Servais Knaven won wel in 2001, maar hij begrijpt nog steeds niet hoe en waarom. Servais won als knecht. Ik denk dat de verbeelding van Nederlandse renners niet genoeg geprikkeld wordt door het Bos van Wallers. Zij zitten met hun hoofd al in de Goldrace. Renners van het thuisfront. Er is niets mis met de Amstel, maar vergeleken met 'De Hel' is het een kermiskoers. Je hoeft geen schokdempers te laten monteren op de fiets. Er schokt weinig in Limburg. De wegen liggen erbij als spiegel van welvaart.

De heroïek in Parijs-Roubaix is van een andere orde. Je kan zomaar doodvallen op de kasseien. De gracht is nog het minste kwaad. Na de wedstrijd is er weinig soelaas: de douches zijn van een prehistorische ambachtelijkheid. In heel Roubaix is geen patatkraam te vinden. De dood blijft aanwezig, als de avond valt. Een van de topfavorieten voor zondag, George Hincapie, beweert dat Parijs-Roubaix zwaarder is dan welke Tour-rit ook. 'Ik ben er een week kapot van.'

Een week kapot? Tom Boonen kan er zich niets bij voorstellen. De nieuwe kannibaal is nog nooit moe geweest na een klassieker. Hij kan zo van de fiets naar het bal populaire. Boonen is bezig de wielersport te degraderen tot een hobby. Tot een leven zonder pijn. Zijn superioriteit staat de romantiek van afzien in de weg. Eddy Merckx moest na een rit in de Tour nog weleens aan de beademing. Tom Boonen heeft aan één blikje Cola genoeg om het weer ochtend te laten zijn. Fris gewassen. Eigenlijk is zijn majestueuze kracht een indicatie van segregatie. Man alleen.

En toch, juist Servais Knaven, Leif Hoste, George Hincapie en de Max van Heeswijkjes geven Parijs-Roubaix de onverbiddelijke glans van het epos. Zij laten zich overweldigen door de onbenoembare kwellingen van de Hel, Tom Boonen fietst er doorheen. Parijs-Roubaix hoort een klassieker voor solisten te zijn. Een spurt in de Vélodrôme heeft al iets ontluisterends. Nog erger is wanneer drie ploegmaats hand in hand over de meet komen, zoals in de glorietijd van Mapei en Johan Museeuw.

Erik Dekker liet zich ontvallen dat hij blij is dat hij geen tien jaar meer met Boonen hoeft te fietsen. Blij dat het bijna voorbij is. Dat zegt een van de nijdigste solisten van het Nederlandse wielrennen. Dekker zou kunnen weten dat je in Parijs-Roubaix wel eens lek rijdt op een paar kinderkoppen. Dat je in een drassig karrenspoor kunt tuimelen op het moment suprême. Dat in deze oubliëtte geen normaal mens vrij is van schielijk ongemak.

Het nieuwe lefgozertje van het peloton is Karsten Kroon. Boonen of geen Boonen, Karsten dicht zich in de komende klassiekers grote winstkansen toe. Ik geloof hem op zijn woord: Karsten staat op scherp.