De bijl erin

Zijn de beschuldigingen van verkrachting een incident, of is er structureel iets mis bij de marine? Net als de landmacht moet de marine nu deelnemen aan vredesmissies, maar volgens sommigen zijn er urgentere taken. Over een zwalkend legeronderdeel dat ten prooi is aan onrust.

Aan boord van de mijnenveger Haarlem Foto’s Rien Zilvold den helder 06-04-2006 een dag aan boord mijnenveger de haarlem foto rien zilvold Leger Marine Verrekijkers Zilvold, Rien

Zes uur op, zes uur af. En soms zestien uur achter elkaar doorwerken. Tijd om te slapen was er niet. Zo schetst John Tienstra zijn leven bij de Koninklijke Marine. Tien jaar werkte hij als technicus aan boord van diverse fregatten. 'Het was in het begin een droom die uitkwam', zegt hij. 'Varen op zo'n schip is machtig.' Maar de laatste paar jaar van zijn carrière werd de sfeer 'grimmiger en verziekt'. De recente verhalen over seks, cocaïne en drankgebruik zoals op de Hr Ms Tjerk Hiddes, komen hem bekend voor. 'Alles kon vrij makkelijk aan boord worden gesmokkeld. Coke werd vooral gebruikt om de lange diensten vol te kunnen houden.'

De voornaamste oorzaak van de sfeerverandering in de laatste jaren is volgens Tienstra de onderbezetting bij de marine. 'Het werk is mooi, maar op deze manier ging het niet meer.' Sinds de afschaffing van de dienstplicht in 1997 moest de marine alle zeilen bij zetten om over voldoende personeel te beschikken. 'Je zag het gewoon. De lat werd steeds lager gelegd', zegt Tienstra, die nu met zijn vrouw een klein café runt in het Friese Minnertsga. Volgens hem werden zelfs jongens met motorische stoornissen aangenomen. 'Dan vroeg ik mij wel eens af: hoe is hij in vredesnaam door de keuring gekomen.'

In 2004 gooide Tienstra na een arbeidsconflict de deur achter zich dicht bij de marine. Bij een auto-ongeluk had hij een whiplash opgelopen. Daarna ging de reïntegratie bij de marine uiterst moeizaam: 'Ik kreeg zes verschillende dokters. Na een tijdje was ik 'kwijt' in het administratiesysteem.' Resultaat: de marechaussee kwam hem halen. Volgens 'het systeem' moest hij weer aan het werk - whiplash of niet. John Tienstra was het zat en besloot er de brui aan te geven. 'De chaos was zo groot dat ik zelfs verwijsbrieven kreeg voor een zwangerschapscontrole.'

Zijn vriendin Mayke Kerkhof raakte in een soortgelijke situatie verzeild. Kerkhof: 'Als je als vrouw niet in staat bent om je te verweren, kun je maar beter niet naar de marine.' Ook zij spreekt van een 'verziekte sfeer' binnen het krijgsmachtonderdeel. Als 'groen blaadje' kwam ze er binnen. En dat heeft ze geweten. Bij terugkomst van een feestje ontdekte ze dat iemand de muren van haar kamer had ondergeplast. 'Ik heb daar melding van gemaakt bij de officier. Ze deden er niets mee', zegt Kerkhof. 'Ik noteer het en ruim nu maar op', zei de dienstdoende officier volgens Kerkhof tegen haar. Toen ze het incident aan de grote klok wilde hangen, kreeg ze naar eigen zeggen de wind van voren. 'Opeens kwamen ze in actie. Als ik het zou doorvertellen, kreeg ik oneervol ontslag.'

Ontbijtporno

Zijn de beschuldigingen van verkrachting en aanranding incidenten of is er structureel iets mis bij harer majesteits zeestrijdkrachten? Is porno bij het ontbijt net zo normaal als een eitje? Dick Berlijn, 's lands hoogste militair, vond van niet. Na de commotie op de Tjerk Hiddes verbood hij het bekijken van porno in de openbare ruimtes.

Naar aanleiding van de beschuldigingen van de twintigjarige 'Anja' (een schuilnaam) over verkrachtingen en aanrandingen op de Tjerk Hiddes heeft staatssecretaris Cees van der Knaap van Defensie een commissie geïnstalleerd onder voorzitterschap van de Utrechtse commissaris van de koningin Boele Staal. De commissie zal zich niet alleen tot de Tjerk Hiddes beperken, maar zal de hele defensie-organisatie doorlichten. Daarbij worden zowel de incidenten onderzocht, als het functioneren van leidinggevenden en klachtencommissies. De uitkomsten van het onderzoek worden dit najaar verwacht. Een woordvoerder van de marine zegt tot die tijd niet inhoudelijk te willen reageren op de situatie bij de marine.

'De Koninklijke Marine is natuurlijk nooit een vrome zondagsschool geweest, maar het lijkt recentelijk incidenteel goed mis te zijn gegaan', zegt oud-commandant Egbert Klop van het Korps Mariniers. Machtsmisbruik vindt hij volstrekt onacceptabel. 'Het verziekt de moraal en de identiteit van je organisatie'. En het wekt bepaald geen sympathie bij de Nederlandse bevolking. 'Dit kan je fors opbreken.'

De oud-commandant heeft hoge verwachtingen van de onderzoeken. 'Ik verwacht dat de marine de bijl erin zal zetten, wanneer het onderzoeksrapport daar aanleiding toe geeft. Want wij zeggen altijd 'de vis begint bij de kop te stinken'.' Pardon? Klop: 'Een commandant heeft grote bevoegdheden, maar ook een grote verantwoordelijkheid. Is er iets mis gegaan, dan moet je de trap van boven schoon vegen.'

Berlijnse Muur

'Het Tjerk Hiddes-incident is een voorbeeld van een tanend esprit de corps. De Koninklijke Marine is de koers kwijt', analyseert Bram Stemerdink, voormalig minister van Defensie. De val van de Berlijnse muur leidde tot de ontmanteling van de communistische regimes in Oost-Europa. En de val van de Muur stortte de Koninklijke Marine in een crisis. Stemerdink: 'Bijna vijftien jaar later zijn ze daar nog steeds niet uit. Geen strategie. Geen visie. Een gebrek aan zelfvertrouwen.'

Een groot verschil, zo zegt Stemerdink, in vergelijking met de periode 1973 tot 1977 toen hij politiek leiding gaf op het ministerie van Defensie, eerst als staatssecretaris en later als minister. 'De marine was het paradepaardje. In NAVO-verband deden ze het bij oefeningen geweldig goed. De landmacht werd met de soldaten die eruit zagen als hippies beschouwd als zwakke schakel van het bondgenootschap. Maar met de val van de Berlijnse Muur raakte de marine de vijand uit het oosten kwijt en stortte de militaire strategie in.'

Na de ontmanteling van het Warschaupact veranderde de internationale veiligheidssituatie ingrijpend. Wereldwijd ontstonden nieuwe brandhaarden: Bosnië, Cambodja, Haïti, Afghanistan, Liberia, Algerije. De Verenigde Naties traden meer op de voorgrond als hoeder van de internationale rechtsorde. Binnen de NAVO vond een heroriëntatie van de doelstellingen plaats en het bondgenootschap nam steeds vaker deel aan vredesmissies. De landmacht en luchtmacht reageerden alerter op de nieuwe taken van internationale vredesmissies dan de Koninklijke Marine, signaleert Hans Pleijsier, voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marine Officieren. Met één uitzondering: het Korps Mariniers. Dit onderdeel van de marine nam wel vaak deel aan vredesmissies.

Pleijsier: 'Je ziet dat de landmacht (Bosnië) en de luchtmacht (Kosovo) hun plek hebben gevonden. Aan dergelijke missies ontleen je een bestaansreden. Voor het imago en zelfvertrouwen is dat belangrijk. Bij de marine zijn we bezig met een koersverandering, waarbij ook hier het accent meer op vredesmissies komt te liggen. De marine moet nog in die nieuwe rol groeien.'

'De Koninklijke Marine heeft niet al te voortvarend gereageerd op de val van de Berlijnse muur', signaleert ook oud-commandant Egbert Klop van het Korps Mariniers. 'Een concept als de beveiliging van de internationale zeeroutes met uitschakeling van de Russische onderzeeërs is maar moeizaam losgelaten.' Wel begrijpelijk, vindt Klop, 'want een fregat met een forse boeggolf en een wapperende driekleur blijft toch een beetje 'Hollands glorie' en een jongensdroom. Maar nu is dit niet meer het meest geschikte instrument van de regering voor haar buitenlandse politiek.'

Een intern rapport uit 2003 - opgesteld door de marinestaf - pleit voor 'nieuw realisme'. 'Het (internationale) veiligheidsdenken moet een prominentere plaats krijgen in het bewustzijn van Nederland. De kijk op de Koninklijke Marine zal dan ook als vanzelf een andere worden.'

Vredesmissies en marine passen minder goed bij elkaar, vindt Bram Stemerdink. De landmacht en luchtmacht zijn veel flexibeler. 'De marine functioneert optimaal op het hoogste geweldsniveau.' Kortom in een echte oorlog.

Onrust

Landmacht en luchtmacht speelden beter in op de nieuwe taken van internationale vredesmissies dan de marine, 'maar om te spreken over een crisis vind ik te stellig', zegt Wim van den Burg, voorzitter van de militaire vakbond AFMP. Hij spreekt liever van een reorganisatie die soms gepaard gaat met 'wat krimpen en krampen'. Maar dat is logisch bij een dergelijke inhaalslag, meent hij. 'Een reorganisatie was hard nodig. Wat heb je aan een grote vloot als er geen vijandige onderzeeërs meer zijn? De noodzaak van grote eskaders is verloren.'

Belangrijkste verandering in deze reorganisatie is volgens Van den Burg een andere rolverdeling van de marine binnen de krijgsmacht. 'De afgelopen jaren komt de marine steeds meer in een dienstbare positie. De marine is niet langer zelfstandig, maar verleent haar diensten aan andere krijgsmachtonderdelen.'

De vakbondsvoorzitter kan zich de onrust onder het personeel goed voorstellen. 'Door de verandering van taken is het logisch dat de onrust groeit. Het personeel moet opeens dingen doen die het voorheen niet deed. Het gevolg van de taakverschuivingen is een personeelstekort.' Dit personeelstekort kwam aan het licht toen de Koninklijke Marine onderzeeboten en vliegtuigen inzette in de war on terrorism na de aanslag op het World Trade Centre in 2001 en de bemanningsleden veel overuren moesten maken.

Anders dan Stemerdink denkt Van den Burg wel dat de marine een belangrijke rol kan spelen bij vredesoperaties. Als voorbeeld noemt hij de inzet van mariniers in Noord-Afghanistan. 'Dat was in het begin wat vreemd', zegt hij. De mariniers - die inmiddels weer terug zijn gekeerd naar Nederland - maakten deel uit van de Strategic Reserve Force (SRF), die zich vooral inzette voor de beveiliging van militairen in Afghanistan.

Volgens Cees Leebeek, oud-commandant van de Marine Luchtvaartdienst, zou de marine deze nieuwe taken 'veel efficiënter kunnen uitvoeren wanneer er een goed materieelbeleid zou zijn gevoerd'. De voormalige commandant verwijst naar het besluit van Defensie-minister Henk Kamp uit 2004 tot verkoop van de Orions. De verkenningsvliegtuigen van de marine werden geofferd als onderdeel van een omvangrijke bezuinigingsoperatie, die ook de sluiting van de basis van de Orions, het vliegveld Valkenburg, omvatte. Leebeek: 'In Afghanistan worden de Orions ontzettend gemist. Je hebt geen ogen en oren en je bent dus blind en doof.'

Vanaf zijn aantreden in december 2002 heeft VVD-minister Henk Kamp veel energie gestoken in het verbouwen van de krijgsmacht. Dat ging gepaard met een bezuinigingsopdracht van in totaal zevenhonderd miljoen euro. Voor het eind van deze kabinetsperiode wil hij een kleinere, maar multifunctionele en snel inzetbare krijgsmacht hebben die op alle geweldsniveaus actief kan zijn. Zo komen er meer parate troepen, pantserwagens, transportvliegtuigen en transporthelikopters en binnenkort ook kruisraketten. Kamp gaf alle prioriteit aan het omvormen van landmacht, marine en luchtmacht tot één expeditionaire krijgsmacht.

Landmacht en luchtmacht hebben hier met meer daadkracht op gereageerd dan de marine. 'Daar is het besef dat zowel de internationale als nationale politiek en publieke opinie erom vragen wel wat laat doorgedrongen', constateert voormalig commandant van de mariniers Egbert Klop. Hij wijst bijvoorbeeld op de veranderingen in de samenstelling van de vloot. 'Na het verlies van Indië en Nieuw-Guinea heeft de Koninklijke Marine haar amfibisch-expeditionaire vermogen decennialang behoorlijk verwaarloosd. Meer dan welk maritiem NAVO-land ook.' De Royal Navy hanteert, volgens Klop, bijvoorbeeld een totaal andere aanpak. De Britten hielden, als grote ex-koloniale mogendheid, een zeer forse expeditionaire marine op de been.

Pas in de tweede helft van de jaren negentig nam de Koninklijke Marine het eerste amfibisch transportschip, Hr Ms Rotterdam, in de vaart. De voornaamste taak van zo'n Landing Platform Dock (LPD) is het ondersteunen van amfibische operaties.

Dit betekent het transporteren en het voor de kust kunnen ontschepen van een mariniersbataljon. Daarnaast is een LPD actief bij andere zaken zoals crisisbeheersingsoperaties, assistentie bij natuurrampen en evacuaties. Het schip beschikt over twee operatietafels, tien intensive-care bedden, behandelkamers en een noodhospitaal voor honderd patiënten. Begin volgend jaar moet een tweede LPD, Johan de Witt geheten, operationeel zijn. Egbert Klop: 'Conclusie: op zichzelf goed, maar knap laat.'

Piraterij

Volgens Bram Stemerdink moet de marine zich juist niet al te veel richten op vredesmissies. 'De marine moet een eigen visie en concept ontwikkelen, anders degraderen ze tot 'het hulpje van de landmacht', terwijl er belangrijkere taken zijn.' Als voorbeeld noemt Stemerdink de beveiliging van de olie-routes, van cruciaal belang voor de wereldeconomie. 'De piraterij neemt toe.'

Olietankers en transportschepen vallen steeds vaker ten prooi aan piraten langs de kusten van West-Afrika en Zuidoost-Indië, zo concludeert het International Maritime Bureau (IMB). Dat bleek ook deze week toen het marinefregat De Zeven Provinciën waarschuwingsschoten afvuurde om een kaping te verhinderen van een Zuid-Koreaans schip. Ondanks Amerikaanse hulp wist het fregat een kaping niet te voorkomen.

'Het bewaken van de veiligheid op de wereldzeeën moet een kerntaak van de Koninklijke Marine worden', zegt Stemerdink. 'Weer terug naar de basis: in de zestiende eeuw is de marine opgericht voor de bescherming van de handelsvloot.'