Zoek de moraal

Lynne Truss sloeg nog geen twee jaar geleden een daverende slag met haar boek over de slordigheid in interpunctie bij Engelse taalgebruikers, Eats, Shoots & Leaves. Drie miljoen exemplaren, zegt de uitgever. Een onwaarschijnlijke hoeveelheid mensen bekommerde zich kennelijk om interpunctie. Hoeveel zullen dat er dan wel niet zijn wanneer het om gedrag en omgangsvormen gaat? Engelse hooligans, openbare dronkenschap, onveiligheid in Londen; maar ook het uitspugen van kauwgom, afval op straat en de toon van de bediening in restaurants en winkels - zolang als de herinnering teruggaat wordt erover gemopperd en geklaagd.

Engelse voetbalsupporters Foto AFP English soccer fans dismantle security barriers, undress and provoke anti-riot police in the Old Port district in Marseille 14 June during a series of riots and running battles between English and Tunisian fans in the southern French city. About 20 English and Tunisian fans were rounded up by police who used tear gas to disperse fighting supporters in clashes. England fans repeatedly challenged the police, throwing bottles and chairs and police responded with tear gas. About 10,000 England fans, many of them without tickets, were expected to flood into the city for the 1998 Soccer World Cup match between England and Tunisia 15 June. (ELECTRONIC IMAGE) AFP

Hoewel er genoeg overeenkomsten zijn tussen de Engelse en Nederlandse manieren, is er een frappant verschil: de Engelsen hebben hun onuitputtelijke FO - de afkorting wordt vaak geschreven, ook door Truss; maar niet gesproken natuurlijk, iedereen zegt gewoon fuck off. Dat het Nederlands geen equivalent voor het F-woord, met of zonder O gebruikt, is een reden voor voldoening. Het taalbeeld van het ongemanierde Nederlands wordt daardoor niet zo saai als het Engelse, dat er niet alleen in het spraakgebruik, maar ook in de romanliteratuur soms een doodse eentonigheid van krijgt. In veel andere opzichten lijken onze levensstijlen aan elkaar gewaagd in ongemanierdheid - hoewel er natuurlijk verschillen blijven, bijvoorbeeld in de behoefte aan openbaring van privé-schandalen.

Maar de studie van moraal en manieren blijkt ingewikkelder dan die van interpunctie. Telkens zal de lezer er iets tegenin weten te brengen, aan te vullen of in twijfel te trekken. Als er bijvoorbeeld staat dat “the old connection between manners and morality has been demolished' zal lang niet iedereen dat toegeven. Veel mensen, zegt Truss, vinden het schadelijk en verkeerd om een ander te beoordelen op grond van zijn gedrag, want wij beschouwen onze moraal minder als een leidraad voor ons handelen of geweten, meer als een verborgen juweel, waar niemand iets mee te maken heeft. Is dat zo? Een van de lasten waarmee de lezer over slechte manieren te maken krijgt, is het idee dat ook in het citaat hierboven over de “old connection' schuilt. Werkte die connectie vroeger inderdaad zo dat iedereen zich vanzelf fatsoenlijker gedroeg? Dat zijn kwesties die Truss niet verder uitwerkt. Ze blijkt op zulke momenten eerder een opmerkzame veelprater dan een onderzoekende mensenkenner. In onze tijd, zegt zij, zijn “de mensen' ervan overtuigd dat het leven benaderd moet worden als “een soort geluksexpeditie naar de winkeltjes'. Die mensen zijn natuurlijk niet de lezers van dit boek. Het zijn “les autres'. Je kunt vaak met ze lachen, zolang ze niet telkens FO zeggen.

Lynne Truss: Talk to the Hand. The Utter Bloody Rudeness of the World Today, Or, Six Good Reasons to Stay Home and Bolt the Door. Profile Books, 228 blz. euro 19,99

    • J.J. Peereboom