Vertaalde jeugdboek verdient beter

Voor lezers van 12 tot 16 jaar was 2005 een mager en een vet jaar. Mager, omdat van de Nederlandse schrijvers slechts weinige een opvallend jeugdboek hebben geschreven. Vet, omdat de vertaalde jeugdliteratuur zeldzaam rijk en inspirerend was.

Op 19 april wordt het beste jeugdboek van 2005 bekroond met de Gouden Zoen. Deze week was de bekendmaking van de vijf genomineerde boeken, die als ze niet winnen een Zilveren Zoen of een Eervolle Vermelding krijgen. Weerspiegelen deze vijf kanshebbers voor dé jeugdliteratuurprijs van Nederland de nogal grillige oogst van afgelopen jaar? Nee, bepaald niet.

De keuze voor de oorspronkelijk Nederlandstalige boeken Sprong in de leegte (Lydia Rood) en Schijnbewegingen (Floortje Zwigtman) is prima. Op de kwaliteit valt wel wat af te dingen maar de boeken zijn door hun eigenheid en ambitie wel de enige die er echt uitspringen. Zwigtman met haar neo-Victoriaanse roman over de hofhouding rond Oscar Wilde en Rood met haar ontwikkelingsroman over een hoogbegaafd meisje zijn de grote kanshebbers voor de Gouden Zoen, waarvoor alleen Nederlandstalig werk in aanmerking komt.

Wat bij de overige nominaties vooral opvalt, is het ontbreken van schitterende boeken uit het buitenland: Hoe ik nu leef van Meg Rosoff, over liefde en seks tijdens de Derde Wereldoorlog; Het midden van de wereld van Andreas Steinhöfel, over de strijd van excentrieke villabewoners met bekrompen dorpelingen; Het Grote Misschien van John Green, over kostschoolvriendschappen in de schaduw van de dood; De tranen van de moordenaar van Anne-Laure Bondoux, over de vriendschap van een jongen met de moordenaar van zijn ouders.

Wat deze boeken gemeen hebben is een grote oorspronkelijkheid, een overrompelend taalgebruik en het lef om grote en gevaarlijke thema's aan te pakken. Misschien vindt de Zoen-jury deze boeken daarom wel te heftig voor jonge pubers. Maar hoe zit het dan met Schijnbewegingen dat met zijn expliciete homoseks, jongensprostitutie en cynische criminaliteit ook niet echt voor jonge pubers is bestemd?

Het lijkt er meer op dat de Zoen-jury aan een oog blind is, het oog voor de buitenlandse literatuur. Slechts één vertaald boek is genomineerd, De vuurvreter van David Almond. Die halve blindheid is vast het gevolg van het idee dat de Zoen en andere jeugdboekenprijzen zijn bedoeld ter verheffing van het Nederlandse boek.

Maar wat is Nederlands? Hugo Brand Corstius heeft ooit betoogd dat het helemaal niet erg is dat Nederland zelf geen grootse literatuur heeft: tal van voortreffelijke vertalers voegen steeds weer nieuwe buitenlandse meesterwerken toe aan het Nederlandse taalgebied. Dat geldt zeker voor vertalers van jeugdboeken als Jenny de Jonge (Engels), Piet Meeuse (Frans), Tjalling Bos (Duits) en Bernadette Custers (Zweeds), die de Nederlands taal voortdurend verrijken.

De vertalingen zijn ook nodig, omdat in de nogal smalle leeftijdscategorie van de Zoen (12 tot 16 jaar) Nederlandse auteurs te weinig bijzondere boeken schrijven. Het is daarom hoog tijd om de vertaalde literatuur hoger te waarderen, onder meer door meer buitenlandse boeken te nomineren. Laat vertaalde boeken ook meedingen naar de hoofdprijs, zoals in Frankrijk gebeurt met de Prix Sorcières.

Deze openstelling zou betekenen dat soms - zoals dit jaar - vier van de vijf genomineerde boeken uit het buitenland komen. En in de strijd om de Gouden Zoen 2006 zouden Zwigtman en Rood kansloos zijn tegen Steinhöfel, Bondoux, Green en Rosoff. Vorig jaar echter zou Benny Lindelauf met zijn meesterlijke Negen Open Armen ook in een open strijd hebben gewonnen van de Zweed Mikael Engström en zijn voortreffelijke Tobbe.

Met een volwaardige rol voor buitenlandse boeken, weten de Nederlandse auteurs waar ze internationaal staan. Bovendien wordt recht gedaan aan de voortreffelijke vertaalde boeken die elk jaar ondanks lovende recensies snel in de vergetelheid raken.