Van Gogh uit Brits bezit

Vincent van Gogh was bij leven niet populair in Groot-Brittannië. Nu toont een achttiende-eeuws landhuis trots zijn schilderijen en tekeningen.

Compton Verney, het landhuis waar een grote Van Gogh-expositie plaatsvindt Foto Floris van Straaten Straaten, Floris van

Vincent van Gogh werkte in zijn jonge jaren nog enige tijd voor een kunsthandel in Londen, maar hij heeft nooit meegemaakt dat een Brit geld neertelde voor een doek van zijn hand. Al drie jaar na zijn vroege dood in 1890 begonnen de eerste Britten echter Van Goghs te kopen. Voorop liep de Britse consul in Amsterdam, William Robinson, een verwoed verzamelaar van Nederlandse kunst. In 1893 kocht hij het schilderij Twee krabben voor 200 gulden.

In een schitterend gelegen landhuis in Compton Verney, ruim een uur ten noordwesten van Londen, is nu een tentoonstelling te zien over Van Gogh en de Britten. Met 25 werken is het de grootste Van Gogh-expositie in Groot-Brittannië sinds de jaren zestig.

Het is een zonderlinge ervaring om naar schilderijen en tekeningen van Van Gogh te kijken, die daar louter hangen omdat ze in Britse handen zijn, of althans zijn geweest. Toch levert het leuke verrassingen op. Zo hangen er naast elkaar twee portretten van Alexander Reid, een kunsthandelaar uit Glasgow die bevriend was met Vincent en diens broer Theo. In 1886 woonde hij een half jaar in bij de broers in Parijs, waar hij in dezelfde kunsthandel werkte als Theo.

Op het eerste doek zit Reid haast wat verlegen kijkend in een fauteuil in de woonkamer van Theo's appartement aan de Rue Lepic. Vincent schonk zijn vriend het doek, dat via omwegen in een particuliere collectie belandde en sinds 2000 in bezit is van het Fred Jones Museum of Art in Oklahoma.

Het portret wordt geflankeerd door een tweede portret van Reid, nu van dichterbij. Het werd nog enige tijd versleten voor een zelfportret van Vincent, omdat ook Reid rossig haar had en een baard met een snor. Bovendien waren ze van dezelfde leeftijd. Van Gogh schilderde het doek met veel streepjes en stippels.

Een zoon van Reid herkende er in de jaren twintig zijn vader in en kocht het doek van Theo's zoon, V.W. van Gogh, voor honderd pond. Dat was een vriendenprijsje, want Vincents werk ging toen vaak al van de hand voor een veelvoud daarvan. Decennia lang hing het bij de familie Reid thuis in de woonkamer. Kennelijk kreeg V.W. van Gogh later echter spijt van de verkoop, want in 1965 informeerde hij of hij het nog kon terugkopen. Hij kreeg nul op het rekest. In 1974 verkochten Reids nabestaanden het doek echter aan de Glasgow Art Gallery.

Ook Lucien Pissarro, zoon van de befaamde schilder Camille Pissarro, was met de broers bevriend. Hij maakte een krijttekening, waarop Vincent met zijn armen over elkaar zit naast een netter geklede man met een hoge hoed op, vermoedelijk Theo. Lucien belandde later in Londen en de schets kwam na verloop van tijd in bezit van het Ashmolean Museum in Oxford.

Van veel grotere artistieke waarde is het schitterende korenveld met cypressen, dat van Gogh in 1889 schilderde, toen hij was opgenomen in St Rémy wegens een psychische stoornis. Hij verkeerde toen op het hoogtepunt van zijn creativiteit. Textielmagnaat Samuel Courtauld kocht het in 1923 voor het toen vorstelijke bedrag van 3300 pond voor het Tate-museum. Daarmee werd het de eerste Van Gogh in een openbaar Brits museum. In 1961 ging het door naar de National Gallery.

Het is toepasselijk dat ook dit landschap van Van Gogh is te zien in Compton Verney, zelf gelegen in een schitterende omgeving. Het huis in zijn huidige vorm dateert uit de achttiende eeuw en is omgeven door een fraaie Engelse landschapstuin, die is ontworpen door de befaamde Lancelot “Capability' Brown. In de twintigste eeuw raakte het huis echter in verval. Het werd in 1992 voor de ondergang behoed door Peter Moores, een schatrijke erfgenaam van het Littlewood-concern, dat onder meer rijk werd met postorders. Moores stak 64 miljoen pond (96 miljoen euro) in het gebouw en zijn kunstcollectie.

Ook de vaste collectie is een bezoek waard, al is die nogal een allegaartje, uiteenlopend van een portret van admiraal Nelson tot Chinese bronzen. Het leukst is de afdeling volkskunst met vaak zeer amusante werken van amateurs uit de negentiende eeuw.

    • Floris van Straaten