Symbool van de donkere kant van de politiek

De Franse ex-minister Charles Pasqua (bijna 79) maakte het gisteren zelf maar bekend. Er is deze week weer eens een gerechtelijk onderzoek tegen hem geopend. Hij wordt nu verdacht van het aannemen van steekpenningen en van corruptie rond het Olie-voor-voedselprogramma van de Verenigde Naties voor het Irak van Saddam Hussein. Pasqua ontkent. ,,Ik heb nooit deelgenomen aan enige lobby voor Irak. Dat is niet mijn ding“, zei hij gisteren tegen het persbureau AP.

Charles Pasqua Foto Reuters PHOTO TAKEN 17OCT05 - France's former Interior Minister Charles Pasqua answers reporters during a news conference in Paris, October 17, 2005. Pasqua is one of 11 French political, diplomatic and other personalities who investigating judge [Philippe Courroye] has questioned or wants to question over the oil-for-food program. The program allowed Iraq to sell limited supplies of oil to buy basic goods and negotiate its own contracts, but was dogged by allegations of fraud and charges Saddam used it to buy influence in the West. Pasqua has denied any wrongdoing. REUTERS

Verrassend is de verdenking niet. Pasqua werd genoemd in verschillende internationale rapporten over fraude met het in 1996 ingestelde voedselprogramma. In het rapport dat de VN zelf vorig najaar uitbracht over het schandaal kwam hij voor als een van de tweehonderd personen die Saddam Hussein hadden geholpen om olieopbrengsten aan te wenden voor het versterken van zijn regime in plaats van voor voedsel en medicijnen voor de bevolking.

Pasqua zou vooral in 1999 hebben geprofiteerd van de levering van elf miljoen vaten olie. In een rapport van de Amerikaanse Senaat worden verslagen van de inlichtingendiensten van Saddam Hussein als bewijs daarvoor aangevoerd. Pasqua, een tegenstander van de sancties tegen Irak, beweert dat zijn naam is misbruikt.

Pasqua staat niet alleen in de beklaagdenbank. Elf anderen zijn als verdachten aangemerkt door de Franse justitie, onder wie leidinggevende functionarissen van het olieconcern Total. Ook tegen een voormalige Franse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Jean-Bernard Mérimée, loopt een onderzoek. Maar Pasqua is de meest prominente verdachte.

Bovendien staat zijn mogelijke betrokkenheid voor méér. Pasqua geldt als een symbool van de duistere kanten van de Franse politiek. Hij was een populaire minister van Binnenlandse Zaken (1986-1988 en 1993-1995) en een spin in tal van politieke netwerken, ook dat rond Jacques Chirac, wiens naaste raadgever hij was. Nu hangt om Pasqua vooral een geur van corruptie. Er lopen drie onderzoeken tegen hem over malversaties in zijn periodes als minister van Binnenlandse Zaken. Plus een onderzoek naar betrokkenheid bij illegale wapenhandel in Angola. En een onderzoek naar zijn banden met een dubieuze Libanese zakenman. En ook nog een onderzoek naar illegale financiering van zijn politieke partij RPF.

Naaste en minder naaste medewerkers van hem zijn veroordeeld wegens corruptie, maar Pasqua zelf nooit. Volgens de ex-minister, die als senator onschendbaarheid geniet, is onderzoeksrechter Courroye, die hem woensdag anderhalf uur heeft ondervraagd, ,,niet uit op de objectieve waarheid“. Aanwijzing: Courroye doet al langer onderzoek naar hem. “Hij heeft mijn bankrekening al 36 keer onderzocht. Ze hebben nooit wat gevonden.“